Judas Priest :: Redeemer Of Souls

Op de keper beschouwd is het leven een lachwekkend zinloze bedoening en anno 2014 wordt dat weer extra in de verf gezet door psychopathisch schorem als Poetin, Netanyahu, een stoet Hamas-kwieten of islamitisch tuig van het ISIS-kalifaat. Om zo’n bestaan op te fleuren, heeft een mens al eens behoefte aan een Judas Priest-plaat. Maar dan wel een goeie.

In uw muziekencyclopedie zou moeten staan: Judas Priest is een metalband uit Birmingham met een staat van dienst van meer dan 40 jaar en 17 studioalbums op haar conto. Een band die de leder- en studslook in metalmilieu’s gangbaar maakte en waarvan de zanger Rob Halford in de jaren negentig — kiekeboe — uit de kast kwam. Begin dit jaar schopten de leden het nog tot Simpsons-figuurtjes. Op het nagelnieuwe Redeemer Of Souls doen ze het zonder een van de grondleggers, gitarist K.K. Downing, die er drie jaar geleden de brui aangaf.

Redeemer Of Souls. Nog eens: Redeemer Of Souls. Neem de titel nog een keer of vijf in de mond en proef hoe priestiaans hij bekt. En het begint onberispelijk: “Dragonaut” is met zijn brullende, catchy gitaren textbook stuff en zet begot aan om schrijlings op een Harley gezeten met een rotvaart naar de dichtstbijzijnde — en we zijn nochtans meer hetero dan Hugh Hefner — gay leather bar te sjezen, de o zo meezingbare titelsong “Redeemer Of Souls” nestelt zich — als ware het in een fauteuil van Le Corbusier — het makkelijkst in uw brein en “Halls Of Valhalla” is de meest uitgekookte song die het gaspedaal nog iets dieper instampt. Deze beginnummers kunnen dan wel niet tippen aan Priest-classics, verre van, maar ze doen zin krijgen in meer , aangezien de pensionado’s van Judas Priest bedreven blijven in het flink en vaardig soleren.

Maar daarna is er stront aan de knikker: wat volgt zijn vaak fletse nummers, die geforceerd klinken, niet of nauwelijks weten te verrassen en een gebrek aan dynamiek vertonen. Bij “Down In Flames” en “Cold Blooded” gaat de bovenlip nog wel krullen, maar helaas zijn het bij het aanhoren van de overige nummers meestal de tenen. Zo zwalpt “Sword Of Damocles” nogal doelloos rond, het bluesy “Crossfire” is ronduit futloos en de slotballad “Beginning Of The End”, een song waarin volstrekt niets gebeurt, is te mijden als een troep Vlaams-nationalistische vendelzwaaiers met okselvijvers.

Er is een schaarste aan uitschieters, aan intelligente composities zoals op tijdloze albums als Screaming For Vengeance, Defenders Of The Faith of Painkiller. De ouwe rotten van The Priest zijn gaan spitten in hun roemrijke verleden, waar op zich niets mis mee is — het traditionele heavy metal-geluid hebben ze behouden en voorts zijn de teksten weer heerlijke flauwekul — maar ze doen dit op dit album met een stuitend gebrek aan durf. Vocalist Rob “The Metal God” Halford kwijt zich met zijn 63-jarige – en geef toe: zwaar geteisterde — stembanden nog steeds voorbeeldig en met genoeg oog voor variatie van zijn taak maar moet het iets te vaak met middelmatig materiaal doen.

De waarheid heeft ook haar rechten: de periode van Tim “Ripper” Owens met albums als Jugulator en Demolition was niet bepaald sterk en het is toch al zo’n tiental jaar geleden, na de terugkeer van Rob Halford en Angel Of Retribution (2005) dat er nog een gewoonweg goede Priest-schijf verscheen. Rekening houdend met de gezegende leeftijd van Halford & co — enkel gitarist Richie Faulkner is een jonkie van 34 — zou het wat sneu zijn als het wisselvallige Redeemer Of Souls hun zwanenzang wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + twintig =