Mercury Rev & Ken Stringfellow :: 12 juli 2014, DOK (Gent)

Terwijl Mercury Rev in Parijs de laatste hand legt aan de opnames van zijn achtste plaat, namen kernleden Jonathan Donahue en Grasshopper samen met producer Ken Stringfellow de gelegenheid te baat om twee akoestische concerten te boeken. Dat van gisteren in Amsterdam werd alsnog ter elfder ure afgezegd en dus kreeg Gent een wel erg exclusief optreden. Bevrijd van het gebruikelijke sonische geweld brachten de muzikanten een ingetogen en genereus juweeltje van een concert.

Lang geleden nochtans dat we nog eens van het eeuwig ongrijpbare Mercury Rev hadden gehoord. Het fiks op krautrockritmes drijvende Snowflake Midnight is ondertussen alweer zes jaar oud, en sinds ze in 2011 het late (de band was in 1998 al zeven jaar bezig) doorbraakalbum Desterter’s Songs nog eens naar het Cirque Royale brachten, zagen we de bandleden ook op de planken niet meer bezig. Een bewuste keuze, zo blijkt wanneer Donahue na Neil Young’s “Don’t Let It Bring You Down”, dat als opener wordt gebracht, in een eerste wijdlopige bindtekst vertelt hoe het in de Catskill Mountains, waar hij woont, wemelt van de oudere rockers. “Sommige zijn erg bitter, en zo willen wij nooit worden, en dus moet je af en toe weg van dat afstompende tourcircuit”, vertelt hij in een gedachtestroom die ook langs de begrafenis van Sterling Morrison van Velvet Underground passeert en de zin “Mijn astroloog zei nog dat ik emotioneel als een vrouw zou zijn als ik overzee zou reizen” bevat. Zelfs al was deze ene passage al meer dan we de wat warrige frontman in alle vorige concerten die we van hem zagen samen hoorden vertellen, hij blijft zijn aparte zelf.

Maar dat soort optreden wordt het. Vaak duren de introducties langer dan de songs zelf, maar dat is geen bezwaar als de zanger “Love Yer Brain” van Flaming Lips laat voorafgaan door een hoop herinneringen aan de beginjaren van die groep, toen hij even deel uitmaakte van de freakshow die het toen al was. “Ik moest klaarstaan om Michael, de bassist, los te rukken als hij zou geëlektrocuteerd worden terwijl we aan de zekeringkast van de zaal prutsten. We waren zo roekeloos”, glimlacht hij. Het nummer zelf is even later ontroerend mooi; kwetsbaar gebracht, zoals Wayne Coyne het toen nog niet durfde brengen, maar ongetwijfeld ook al bedoelde.

Voordien heeft Donahue al verteld over zijn muzikale jeugd. Als zoon van een Joods-Trans-Sylvanische moeder en een Ierse vader ging het ontstaan van glamrock en punk in de jaren zeventig aan hem voorbij. “Hevige Russische symfonieën, crooners en Johnny Cash, dat was al wat ik te horen kreeg als kind”, en hij laat een mix van al die dingen spelen. Plots wordt je zoveel duidelijk over de groep, en wanneer daarna “Tonite It Shows” — “Onze poging om iets als soulcrooner Johnny Mathis te schrijven” — volgt, hoor je wat hij bedoelt. In deze intieme bezetting met naast Donahue op akoestische en de immer ongenaakbare Grasshopper — die “Hudson Line” mag zingen bij afwezigheid van Levon Helm — ook nog Jeff Mercer op toetsen en Ken Stringfellow op piano, is duidelijk dat dit nummer inderdaad hun eigen eerbetoon is aan dat soort zangers.

Af en toe mag ook Stringfellow een nummer spelen, waarbij de Nederlandse singer-songwriter Eva Auad hem vocaal komt bijstaan. “Doesn’t It Remind You” is een mooie song waarin Donahue en Grasshopper zich discreet op de achtergrond houden (er worden gitaren aangeraakt, maar we horen ze niet), maar een ander met de mooie zin “There were others but I think I could forget them” wordt door hen dwars ingekleurd, op zijn Mercury Revs.

Met telkens die lange verhalen, en een avondklok die in de nek hijgt — het oude liedje van onverdraagzame buren — kan het niet anders of de groep heeft tijd te kort om alles te spelen wat ze willen. Wat we wel nog krijgen: een hartverscheurend “Holocaust” van Big Star, dat af en toe door piano en slidegitaar mag overstemd worden, en een even mooi “Holes” met dat eeuwig accurate “Bands, those funny little plans, that never work quite right”. En dan beseft Donahue dat hij het echt kort moet houden. Mark Linkous krijgt dus maar een beperkt eerbetoon vooraleer de groep met “Sea Of Teeth” van Sparklehorse niet anders kan dan afsluiten.

Goddank dus dat een bisnummer nog net moet kunnen. “Opus 40”, met Eva Auad erbij, is een afsluiter die nog even reikt naar de grootsheid van Mercury Rev als ze op volle sterkte spelen. Het is een mooie reminder dat we ook die versie van de groep dringend nog eens moeten zien. Maar zelfs zonder bisnummer hadden we dat geweten, want vanavond was zo één van die avonden waar je het woord “uitzonderlijk” voor boven haalt; zelden zie en hoor je artiesten zo genereus, zo tastbaar menselijk en innemend als vanavond het geval was. Bijna zonde dus dat dit een eenmalig gebeuren was. U had er moeten bij zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =