Jimi Goodwin :: Odludek

Jimi Goodwin is een hongerige, hoogst getalenteerde muzikant die nooit veel zin heeft gehad in hokjes. Met Odludek breekt hij nu ook het (al best muurloze) indie/dance/anthem/soul/rock-hokje van Doves af. Een trip die aanvankelijk desoriënteert, maar uiteindelijk vooral charmeert.

In het dagelijks leven is Goodwin frontman van Doves, die u hoort te kennen van fantastische singles als “Pounding” en “There Goes The Fear” en even geweldige albums als Lost Souls, The Last Broadcast en Some Cities. Doves is het swingende broertje van Elbow en scoorde in een vorig leven als SubSub enkele euforische madchester-hits. Goodwin heeft zich met zijn bandleden dus altijd zowel op dansvloer, festival, studentenkamer als dure hoofdtelefoon gericht.

Doves had er na album vier (het schandelijk onder de radar gebleven Kingdom Of Rust) even genoeg van: tijd voor rust, in plaats van de tourbus en de studio. Goodwin dook uiteindelijk toch de studio in met deze soloplaat als resultaat. Een die om al zijn eigenzinnigheid en caleidoscopische neigingen moet gekoesterd worden. Odludek out Goodwin bovendien als iemand die na zijn uren bij Doves nog diversere muziekjes tot bizarre oorwurmen smeedt.

Het doel was om een album als een mixtape te maken: vol variatie, trompe-l’oeils en onverwachte wendingen. Dat opzet is grotendeels geslaagd. Opener “Terracotta Warrior” komt weinig subtiel binnen met atonale blazers, vele lagen synths, ontsporende strijkers en een gong. De eerste beluistering werkt lichtjes desoriënterend, maar na enkele beluisteringen, zit je het plots (atonaal en wel) voor je uit te neuriën in de wagen.

En dat geldt eigenlijk voor het hele albumOdludek: door de extreme diversiteit aan ideeën, stijlen en geluiden is het niet makkelijk om vat op het album te krijgen. Je blijft echter luisteren dankzij Goodwins warme stem, oor voor melodie en leuke songideeën. “Live Like a River” leunt dankzij overstuurde synths sterk aan bij het madchestergeluid van SubSub, maar voegt er melancholische zang en wijds galmende gitaren bij tot een onnavolgbaar en zeer verslavend hoogtepunt.

Het vermoeiendst is “Man V Dingo” dat in euforische akkoorden doorheen house, trance, swing, free jazz en de Evil Superstarswaanzin raast. Ook hier: de eerste beluistering denk je dat Goodwin gek geworden is, maar uiteindelijk ga je graag mee in de waanzin.

Het kan gelukkig ook traditioneler: “Didsbury Girl” zou een Doves-song kunnen zijn en ook in “Keep My Soul In Song” wint de Goodwin-de-crooner het van het experiment. “Oh Whiskey” heeft het mooiste refrein en klinkt netniet juist: de gitaar zwermt rond enkele akkoorden, Goodwins zang wordt onscherp gefilterd en enkele pianolijnen zwalpen lichtjes aangeschoten doorheen het refrein. Een song als “The Rolling Stones”: klinkt fan-tas-tisch als geheel, maar geen hond kan uitleggen wat Keith Richards nu precies staat te spelen en bij aandachtige beluistering blijkt alles toch een beetje vals te zijn.

Op “Hope” zorgt Guy Garvey voor mooie harmonieën in een song die rakelings naast het Elbow- en Doves-geluid raast om ergens tussen afrobeat en country te landen. Garvey passeert ook nog eens voor slotsong “Panic Tree”: het lijkt van ver op een traditional, maar dan een waar een steel band doorheen staat te spelen.

Een vreemd album, deze Odludek: niet extreem, abstract of pretentieus genoeg om bij de Animal Collectives van deze wereld te passen, maar met veel te veel stoorzenders om als iets excentrieker broertje van Doves, Elbow of The Beta Band te kunnen doorgaan. De link met die bands is duidelijk, maar Goodwin gaat met Odludek nog flink wat stappen verder. Het is zijn hoogstpersoonlijke, ultieme mixtape waar hij zelf de muziek voor verzonnen heeft. Het album dreigt daardoor tussen vijf stoelen tegelijk te vallen, maar hoort wel degelijk bij het boeiendste dat we dit jaar al hoorden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =