Doves :: Kingdom of Rust

Rust roest, maar niet bij Doves! De laatste plaat van deze drie
Mancunians dateert alweer uit 2005, maar van stramme creativiteit
of een nukkige muze is geen spoor te bekennen op ‘Kingdom Of Rust’.
Wel integendeel, de vierde plaat van het trio is misschien de
fraaiste staalkaart van stijlen die Doves ooit al op een
geluidsdrager hebben gezwierd. Op hun vorige platen at de groep al
gretig van verschillende walletjes als britpop, elektronica,
spacepop en psychedelica, maar hun smeltkroes klonk nooit solider
en sprankelender dan nu. ‘Kingdom Of Rust’ is dan ook een
caleidoscopische mozaïek, geoxideerd door een indringende legering
van weltschmerz en verlangen. James, de grote doorbraak, en snel
een beetje!

En waarom ook niet? In het kielzog van Radiohead en
Coldplay is
heel wat talent verzwolgen, maar Elbow bewees al dat
dame Justitia soms toch haar grammetje haalt. Een hoopvol gegeven,
want net als Guy Harvey en co zou Doves het resultaat kunnen zijn
van een vrijage van die twee bands. Ondanks hun puntgave melodieën
vervallen de Engelsen namelijk niet in de populistische grandeur
van Chris Martin en de zijnen. Daarvoor vertoont hun sound te veel
roestplekken van stijlsymbioses en experimenteerdrift, maar
tegelijkertijd blijven ze ook mijlenver weg van het soms
hermetische gefröbel dat Radiohead op ‘Amnesiac’ liet horen. Het
resultaat is alweer een meeslepende en prikkelende popquiz die
nergens afglijdt naar pastiches.

Opener ‘Jetstream’ is in dat opzicht alvast een fraaie binnenkomer.
Britpop meets Giorgio Moroder: het zijn twee stijlen die
schijnbaar met getrokken messen tegenover elkaar staan, maar bij
Doves lurken ze gretig aan de vredespijp. Met het titelnummer volgt
onmiddellijk een Elbowiaans anthem dat Guy Harvey zelf uit
z’n melancholische koker had willen toveren en tijdens ‘The
Outsiders’ en ’10:03′ snelt de rollercoaster dan naar Radioheads
interbellum tussen ‘Ok Computer’ en ‘Kid A’.

Variatie troef dus, maar toch blijft ‘Kingdom Of Rust’ een erg
consistente en evenwichtige plaat. Net als op hun vorige albums
weven Doves namelijk enkele rode draden door de plaat die de tracks
samenhouden. Zin voor opbouw, detaillering, uitgekiende
songstructuren, sfeerschepping,…: deze kwaliteiten hangen als
kransslagaders rond de plaat en ze voorzien ‘Kingdom Of Rust’ van
zuurstof.

En zo wordt de grootste sterkte van Doves niet hun achillespees. De
band heeft een overzadigbare honger naar eclecticisme, maar nergens
krijgen we braakballen van slecht verteerde genreversmeltingen te
horen. Zo zijn de roots van Doves als elektronica-act
duidelijk te horen in ‘The Greatest Denier’ en ‘Compulsion’, maar
het zijn allerminst geforceerde brokken dancerock. In ‘Winter
Hill’, ‘Birds Flew Backwards’ en ‘Lifelines’ halen ze dan weer
reverb, psychedelica en spacesynths door hun fruitpers, maar het
blijven sprankelende popsongs die voor een speedrush of blood
to the head
zorgen.

U merkt het: ondanks de grote afwisseling is het kaf vakkundig van
tussen het koren gehaald op ‘Kingdom Of Rust’. De plaat is dan ook
de vierde en misschien wel meest fonkelende parel aan de kroon van
Doves. Bombastisch en fragiel, dromerig en direct, uitbundig en
stoïcijns: de Britten breien de schijnbare tegenstellingen aan
elkaar tot een hechtgeweven lappendeken dat meer dan één luisterend
oor verdient. Zeg niet dat we het u niet hebben gezegd!

www.doves.net
www.myspace.com/dovesmyspace

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =