The Animen :: 11 mei 2014, Atelier 210 (Brussel)

Wordt rock het nieuwe jazz; een in slaap gesukkeld genre waarin alleen herhaling van wat vooraf ging mogelijk is? Als je ‘t Simon Reynolds, auteur van Retromania, vraagt, krijg je ongetwijfeld een bevestigend antwoord. Het Zwitserse The Animen moet van zo’n pessimisme niets weten, en plaatste daartegenover een jonge energie die vooral die ene dichtregel van Menno Wigman in herinnering bracht: “was alles al gezegd/nog niet door hen.”

Zelden bekruipt je als rockjournalist immers het gevoel dat je iets bijzonders meemaakt, en al zeker niet bij een optreden dat zijn voetsporen opzichtig in die van de grote voorgangers uit de jaren vijftig en zestig drukt. Want neen, The Animen doet niets nieuws. Het Geneefse viertal brengt rock-‘n-roll op de wijze van onze voorouders; met de heupswing die Elvis Presley heeft geperfectioneerd en de bezetenheid van Jeffrey Lee Pierce. En toch besef je halverwege ‘zo moet het hebben gevoeld om begin jaren zestig The Beatles te hebben gezien in The Cavern’. Het is dié opwinding, dié rauwe energie.

We zijn dan twee nummers ver in de set en strak in het pak raast The Animen zich onstuitbaar door “The French Letter”, zijn beste song. Het is het sluitstuk in een openingstrio dat schreeuwt dat verzet nutteloos is, ook als dit een klein zaaltje in een uithoek van Brussel is, zéker als dit een klein zaaltje in een uithoek van Brussel is; frontman Théo Wyser schreeuwt zijn keel schor. Na jaren van zoeken in de donkerste krochten van de muziekwereld — nog een golfje post-rock, iemand? Of anders wat moeilijke elektronica? — hoor je plots wat simpele rock zo bijzonder kan maken.

The Animen swingt, schreeuwt, krabt soms. Dat “Dear Marguerite, you know I love you” van een frontsoldaat in “The French Letter” gaat door merg en been. Wyser is dan ook een zanger die beschikt over een strot-met-grote-S; schurend, veelzijdig, soulvol. In het over een zwierig orgeltje gedrapeerd “Not A Single Time” klinkt hij smachtend; het is even mooi terugkoppelen in een optreden waarin song na song aan strak tempo wordt afgeleverd. The Animen hebben geen tijd te verliezen.

Dit is een band die zijn tijd heeft genomen om te staan waar hij nu staat, en daar nu de vruchten van plukt. De vier bandleden zijn naadloos op elkaar ingespeeld en kunnen daardoor dollen op het podium. Wanneer bassist Robin Schneider in zijn enthousiasme even zijn microfoonstand omduwt, weet hij het zelfs elegant met de voet op te vangen. Even later zal Wyser speels in zijn schouder komen bijten.

Wat The Animen zo apart zet van zoveel andere garagerockgroepjes die óók de Nuggets-compilaties hebben gehoord? Een oor voor melodie, de pen van een songschrijver. Wyser is een verhalenverteller, die zelfs een afgekloven cliché als “Don’t tell your age or I’ll have to go to jail” geloofwaardig weet te brengen. En dan is “A 16 Smokin’ Gun” niet eens een van de sterkere nummers.

Zo goed beheerst deze groep het métier, dat hij het zelfs waagt om “doowop-doowop”-koortjes over “Down In Oslo” te gooien. Maar even later, in het door een elektrische ukelele aangedreven “My Pretty Ballerina” , hoor je dan weer dat dit kinderen van nu zijn, die ook weten wat Carl Barât en Pete Doherty met het genre hebben gedaan. De finale is echter gereserveerd voor het stevige “Shake (On The Tabletops)”; ’nuff said, het punt is gemaakt. “Catch Them Live!” leest een vroege EP van The Animen als aanmoediging. Er is geen woord van gelogen. Dit is een groep die je geloof in rock-‘n-roll herstelt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =