“Shortsharpshock” :: Therapy?’s keizerlijke fase in B-kantjes verteld

Als het echt goed gaat, dan lukt alles. Dan ruikt zelfs een scheet lekker. Dat is wat een band kan overkomen als hij in zijn “keizerlijke fase” terechtkomt. Voor Therapy? lag die in de jaren tussen 1993 en 1995, toen de groep met Troublegum en Infernal Love een meesterlijke dubbelslag pleegde. In de schaduw daarvan valt dus nog heel wat onbekend goud op te delven.

Het Noord-Ierse rock/[kies zelf uw favoriete genre]-instituut Therapy? bestaat dit jaar een kwarteeuw. Daarnaast vierden we enkele maanden geleden de twintigste verjaardag van Troublegum, nog steeds het populairste album van de groep. Twee goede redenen voor een feestje en — naar we vermoeden — ook enkele vergaderingen met Universal Records alwaar wat oude grieven tussen de band en het major label werden bijgelegd, met als uitkomst de beslissing de archieven in te duiken om een re-release-offensief vorm te geven.

Als eerste werd al eind vorig jaar het pronkstuk losgelaten op de kerstshoppende e-meute. De crossmediale Gemil Box bevat remasters van de eerste vier Therapy?-albums en een pleiade aan ruwe diamantjes in de vorm van demo’s, liveopnames en B-kantjes. Voor zij die niet zo veel Britse ponden veil hebben voor al dat moois, zijn nu ook de remasters van Troublegum en opvolger Infernal Love apart beschikbaar. Ze komen beide in een mooie digipak gekoppeld aan respectievelijk twee en een schijfjes zo vol vette extra’s als een Neuhaus-paaseitje gevuld met de smeuïgste praliné. Als bonus krijg je nog uitgebreide liner notes met beschouwingen over de ongemeen snelle klim naar de roem van de band in de periode ’93-’95. Want ja, zowat elke track op deze vijf schijfjes werd in een periode van ongeveer drie jaar ingeblikt. Nog steeds houdt de band er een redelijk strak tempo op na, want de opnames van een nieuw album, nummer veertien, zijn op dit eigenste ogenblik aan de gang.

De Troublegum en Infernal Love albums zelf laten we even links liggen, zullen we dat afspreken? U kent die platen. U hóórt die te kennen. Liever geven we u even een rondleiding langs de achterzijde van Therapy?-de-hitband — volgens slecht geïnformeerde kwatongen hun enige relevante reden van bestaan maar dat is geen discussie voor nu — een incarnatie van het drietal die zelfs op de achterzijde van zijn singles nog van interstellair niveau was. De “imperial phase” noemt Neil Tennant van Pet Shop Boys dat; die paar jaren waarin een groep zo’n niveau bereikt dat even niets meer mis loopt en het publiek niets afwijst.

Voor Therapy? begint die op 8 maart 1993 met de release van de Shortsharpshock-EP. Openingsnummer “Screamager” wordt gretig opgepikt door Britse radiozenders, met hoge hitlijstnoteringen tot gevolg. Voor de band is dat een bevestiging dat de nieuwe weg die ze willen inslaan de juiste is. Na beginjaren vol arty noiserock à la Pixies en Big Black waarin de groep tegelijk industrieel en afstandelijk als Nine Inch Nails probeerde te klinken, was deze korte krachtige punkpop-tune immers een stijlbreuk zonder weerga.

“Screamager” zou dan ook een van de hoekstenen van u-weet-wel worden, maar ook twee andere tracks van Shortsharpshock — “Auto Surgery” en “Totally Random Man” — zijn gemetst met dezelfde manisch-depressieve punkriff-bouwstenen en bekleed met vergelijkbare passief-agressieve melodieën. Gevolg? De ene EP volgde de andere op en de Face The Strange-EP serveerde een vergelijkbaar menu: één vooruitgeschoven nummer van Troublegum met “Turn” en opnieuw twee rasechte B-kantjes. “Speedball” en “Bloody Blue” scheuren voorbij in minder dan vier minuten; het eerste ongemeen giftig en dissonant, het tweede een suïcidale explosie aangestoken door een overdosis Misfits en erg foute MDMA. Het kon niet anders; dit waren de vroege jaren negentig, de mythische tijd waarin designer drugs het bewustzijn van de jeugd verruimden tot het de grenzen van de kosmos ontmoette.

Stonden de twee voorgaande EP’s vol testosteron en adrenaline, de nooit op plaat opgenomen single “Opal Mantra” is nadien meer ingehouden en duister, een tikje melancholisch zelfs, maar de bijtsporen die het nalaat op je cortex zijn niet minder diep. Het nummer werd vergezeld van degelijke liveopnamen van oudere nummers, waaronder het onverslijtbare “Innocent X” en publieksfavoriet “Potato Junkie”.

Tijd dat Troublegum langzamerhand in zicht kwam, en met single “Nowhere”, een weekje voor de release van het album naderden we erg dicht. Zowel de Britse als de Europese versie van de single waren voor de band aanleiding tot een rondje covers: “Breaking The Law” van Judas Priest, blues/jazzstandard “CC Rider”, “Nice N’ Sleazy” van The Stranglers, “Reuters” van Wire en “Tatty Seaside Town van The Membranes. Het zijn opnames die beduidend minder strak klinken dan Therapy? toen gewoonlijk liet horen, maar ze hebben hun charme en tonen de muzikale wortels van de band.

“When you got, flaunt it”, zeggen de Engelsen met hun stijve bovenlip. In verstaanbaar Boerenvlaams: “een schone koe moet je uitmelken”. “Nowhere” werd nóg een keer op single uitgebracht, vergezeld van een paar techno-remixen; het waren de early nineties, weet u nog, de tijd dat iedereen en zijn moeder in een veld stonden te raven – enfin, dat hebben ze ons verteld. Singles “Trigger Inside”en “Die Laughing” volgen hetzelfde recept, maar die laatste serveert ook één echt pareltje: “Evil Elvis (The Lost Demo)”, in de loop van de jaren uitgegroeid van B-kantje-bij-gebrek-aan-beter tot een echt Therapy?-anthem. Omdat het zo’n meesterlijk gecomponeerd, gebald punknummer-met-pop-gevoel is waar Andy Cairns in die tijd een patent op had.

De stroom Troublegum-singles was nog niet opgedroogd, het plasje bruikbare outtakes van de albumsessies wel. “Isolation”, de Joy Division-cover, kreeg naast een intrigerende cello-versie van “Lunacy booth” wederom een paar remixen mee. Gemakzucht? Misschien wel, maar Therapy? verdient desondanks lof voor die in de vroege jaren negentig heel wat minder evidente cross-over. Wat David Holmes met “Die Laughing” deed, verdient sowieso een luisterbeurt; het zou de Ierse dj meteen ook een rol geven op Infernal Love; na het succes van Troublegum de langverwachte opvolger.

Terwijl de platenmaatschappijen aan het zoeken waren naar nog meer singlekansen op Troublegum, had het drietal zich immers reeds teruggetrokken voor de preproductie van een volgende plaat. De nieuw verworven status van rocksterren had immers ook mogelijkheden geschapen voor de bokkensprongen van puur talent. Infernal Love was het resultaat van die cocktail.

Deze keer geen experimenteel aftasten via het EP-formaat, het moest er van de eerste keer boenk op zijn. Hoe deze druk leidde tot waanzin en creativiteit kan je lezen in de liner notes van Infernal Love-Deluxe dat slechts één bonusschijfje maar de beste foto’s en begeleidende tekst van de twee heruitgaven bevat. Dat kan van de cd-opnames zelf dan weer moeilijk gezegd worden.

Single “Stories” kondigde de derde van Therapy? aan in mei 1995, maar bevatte geen enkel echt B-kantje, wel een celloversie van hetzelfde nummer en een “Isolation”-remix die nog over was. “Misery” volgde al snel, maar maakte zijn titel waar wat betreft extra’s, al is de ziedende liveversie van “Knives” zeer het beluisteren waard.

“Loose” kreeg dan weer iets meer bruidsschat mee. Naast twee originele B-kantjes, waarvan “Nice Guys” het soort goed in het gehoor liggende powerpopnummer is dat voor mindere bands een single had kunnen zijn, en een geslaagde drum ’n bass-remix door Photek, laat Andy Cairns op “Our Love Must Die” ook de innerlijke greaseball in zich helemaal los. Het is een heerlijke, rockabilly-ballade die weeral voorbij geboogiet is vooraleer u zich hebt kunnen afvragen of dit wel degelijk Therapy? is.

Op de achterkant van het atypische, ingetogen “Diane”, een Hüsker Dü-cover, bleef de groep in de sfeer met knappe akoestische herwerkingen van nummers uit Troublegum en Infernal Love. Het zou iets losmaken, want ook volgende single “Bad Mother” kreeg eenzelfde soort versies van “Disgracelands” en “Opal Mantra” mee met extra cellobegeleiding van Martin McCarrick.

Het was het eindpunt van een drie jaar durende piekperiode, waarin de groep een eruptie van creativiteit aan de dag kon leggen die hen vanuit een indie-comfortzone naar het platinablinkende rocksterrendom katapulteerde. En toen was het plots gedaan. Drummer Fyfe Ewing vond het rigoureuze tourschema en bijhorende druk wat veel — laat staan dat hij het drug- en drankgebruik van Cairns nog amusant vond — en verliet de groep een half jaar na de release van Infernal Love. Het had het einde kunnen zijn voor een mindere groep, maar Therapy? raapte zich opnieuw bij elkaar, maakte het wisselvallige Semi-Detached en schrijft sindsdien moedig jaarlijks nog een paar bladzijden bij in hun rocklogboek, zij het meestal niet in gouden inkt. Die is op rantsoen sinds 1996.

Therapy? speelt op 10 mei op Ruus Rock in Gruitrode.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =