Jandek :: Het eigenaardige enigma

Het februarinummer van het toonaangevende muziekblad The Wire bevatte een interview met de Texaanse artiest Jandek, met als titel ‘The Last Myth Left Standing’. Een gepaste titel, want het was het eerste face-to-face-interview dat de man gegeven had in een muzikale carrière die in 1978 begon met Ready For The House en eentje waarna je eigenlijk nog niet veel wijzer geworden was. Jandek blijft het ultieme enigma, al staat hij zaterdag 19 april wel in Brussel als onderdeel van de A Late Night With Laika-avond in de AB. Zijn tweede concert op Belgisch grondgebied.

Voor de rest vielen op het internet tot een jaar of tien geleden vooral veel veronderstellingen te rapen over Jandek. In de eerste 25 jaar van zijn carrière was zo goed als geen informatie beschikbaar waarvoor iemand z’n hand in het vuur durfde steken. Jandek was een eenzaat, of nee, Jandek was een collectief van experimentele hippies. Jandek was een broer van Thurston Moore. Een bluesmuzikant, een uit de hand gelopen grap, een kunstproject. Het gebrek aan feiten zorgde ervoor dat de naam zelfs in melomanenmiddens en bij de liefhebbers van outsider music aarzelend gebruikt werd. Bestond die Jandek eigenlijk wel?

Daar zat niet enkel de onzekerheid voor iets tussen, maar ook de merkwaardige muziek. Zo’n twee derde van de meer dan tachtig releases zijn solo, de rest met uiteenlopende muzikanten. Jandeks handelsmerk: associatieve ruminaties die de zone tussen folk en blues afschuimen, maar dan zonder bekende akkoordenschema’s of correcte toonaarden. Vaarwel houvast. Of zoals muziekjournalist Douglas Wolk Jandeks muziek in een bekend artikel uit 1999 omschreef: “Like pure desolation. (…) His songs have no choruses, no hooks, no melodies, no rhythms, no internal progression, nothing but the inexorable Chinese-water-torture plod of Samuel Beckett’s The Unnameable: “I can’t go on, I’ll go on.””

De rammelende vertellingen van Half Japanese, de in ongemak en spokenblues gehulde solomuziek van Bonnie Prince Billy, stream-of-consciousnessimprovisatie. Het kwam allemaal samen in een oeuvre dat uitgebracht werd op het al even mysterieuze Corwood Industries-label. Ga anno 2014 naar de website, en je vindt er nog altijd niets anders dan een lijst van releases, prijzen, een e-mailadres en een postbusadres. Eén witte pagina, geen foto’s. Die releases – tot begin jaren negentig beschikbaar op vinyl, daarna op cd – zijn best betaalbaar, maar door het gebrek aan distributie in deze contreien zo schaars dat je voor exemplaren die hier en daar in tweedehandswinkels opduiken toch al snel forse bedragen mag neertellen.

De Jandek-gemeenschap stond dan ook op z’n kop toen in 2004, niet lang na het verschijnen van misgordijn/documentaire Jandek On Corwood, aan het licht kwam dat de “representative of Corwood Industries”, zoals hij door het label genoemd wordt, een onaangekondigd concert gespeeld had in het Schotse Glasgow. Het zette de toon voor de rondgestrooide optredens die nadien zouden volgen: Jandek speelde regelmatig met andere (vaak lokale) muzikanten, met wie hij doorgaans één keer repeteerde, en schreef de dag zelf teksten voor het concert van die avond. Op 12 november 2005 belandde hij ook in Kunstencentrum België (Hasselt). Het was zijn tiende concert en tweede soloperformance (sinds 2009 ook beschikbaar als Hasselt Saturday) tot dan toe.

Wie er destijds bij was, zal het zich vast nog herinneren. De in zwart pak en cowboyhoed gestoken begrafenisondernemer nam plaats aan een vleugelpiano en speelde een uur lang onverstoord de meest miserabele blues denkbaar. Een opeenstapeling van clichés over eenzaamheid en ellende, maar dan verpakt in weifelende pianoaanrakingen die minimalisme en avant-garde bij elkaar brachten in een onthutsende performance. Het was atonaal, autistisch, wereldvreemd, meer dan eens zo sterk uitvergroot dat je besefte dat de conventionele regels niet langer van toepassing waren.

En daar ligt ook een bijkomend argument dat de discussie gaande houdt: de voor sommigen nog steeds relevante vraag of je te doen hebt met een muzikant die al dan niet een loopje neemt met de zaken. Voor de ene is Jandek een idiot savant of een charlatan die amper een toon kan herkennen, laat staan aanhouden en daarom een verdachte aanwezigheid is en zal blijven. Voor de andere is hij een puur artiest die als geen ander naar de essentie van de creativiteit gaat en de luisteraar verplicht om zijn verworven ideeën in vraag te stellen.

In de loop der jaren is Jandek kunnen gaan rekenen op een trouwe schare fans, waaronder indie helden als Thurston Moore en Mike Watt — die beiden met hem speelden — maar er doken al eerder figuren uit de werelden van rock en improvisatie op aan z’n zijde, van Loren Connors, Alan Licht en Chris Corsano, tot Jeremiah Cymerman, John Darnielle, C. Spencer Yeh en Jorrit Dijkstra. Feit is dat niemand kan voorspellen wat Jandek gaat doen, en met wie. Ook deze zaterdag niet, al doet het gerucht de ronde dat hij Annelies Van Dinter (Echo Beatty) gevraagd zou hebben voor zijn concert. Afwachten.

De rest van de avond wordt bovendien gevuld door nog heel wat lekkers voor liefhebbers van experimentele muziek, want Adrian Utley (Portishead) waagt zich met zijn Guitar Orchestra aan Terry Rileys meesterwerk van het minimalisme “In C”, en met Oneohtrix Point Never (Daniel Lopatin) heeft de organisatie misschien wel de meest bejubelde elektronica-artiest van de laatste vijf jaar gestrikt. Daarenboven zijn er ook performances van pionier van de elektronische muziek André Storduer (met F.J. du Busquiel), Orphan Fairtytale (Eva Van Deuren van Maskesmachine), is er een lezing van Wire-journalist David Keenan (tevens degene die het interview met Jandek deed) over ‘Kosmische Musik’, een platenbeurs, filmvoorstellingen, enzovoort.

Vrijdag 18 april wordt Jandek On Corwood getoond op Acht (20.40u). A Late Night With Laika gaat trouwens al in de namiddag of vooravond van start. Wees er op tijd bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =