ICP Orchestra :: 14 december 2013, Bimhuis (Amsterdam)

ICP Orchestra. Alles is er al over gezegd en geschreven. Hoewel, de kolossale verzamelbox (52 cd’s, 2 dvd’s en een fotoboek, alsjeblieft) die vorig jaar verscheen kwam wel uitgebreid in de pers en was onlangs nog goed voor een Edison (zoiets als de Nederlandse Grammy), maar voorlopig waagde niemand zich aan een diepgravende studie. Misschien is dat ook een iets te intimiderende opdracht? ICP is natuurlijk ook iets dat je vooral live moet meemaken, want na talloze concerten is deze Hollandse glorie (“Vergeet tulpen, ICP is Nederlands beste exportproduct”, schreef onlangs iemand) nog altijd onvergelijkbaar.

Tony Malaby mocht op de website van het Bimhuis nog een paar concerttips voor december meegeven. Zijn stukje over ICP vat het mooi samen: “Home team at their stadium – not to be missed – my all time favorite sax section.” Terecht, maar er zit natuurlijk meer in dan die blazers. Oprichter, componist en pianist Misha Mengelberg bijvoorbeeld, een gigant van de Nederlandse muziek (los van genre) en een muzikant die door heel wat volgelingen op handen gedragen wordt. Maar het gaat niet zo goed met Mengelberg, want dementie rotzooit met z’n hoofd en het wordt steeds moeilijker om bij de les te blijven, de dingen geordend te zien en te kunnen plaatsen.

Op het International Documentary Film Festival van Amsterdam werd een paar weken geleden Misha enzovoort (bekijk hier de trailer) voorgesteld, een film die vooral opgenomen werd tijdens de laatste buitenlandse tournee van Mengelberg met ICP in Londen. Het laat zien wat de ziekte met hem doet, maar ook hoe de band daarmee omgaat. En voorlopig zijn ze het erover eens: zolang Mengelberg wil én kan, doet hij mee. Vorig jaar speelde hij in het Bimhuis één set, deze keer bleef hij achter de piano zitten voor de volledige duur. Nu ja, hij stond al eens recht wanneer dat niet de bedoeling was, speelde verder terwijl een stuk gedaan werd en verkeerde soms duidelijk op z’n eiland, maar tegelijkertijd was dat ook heel erg ontroerend en een bewijs van de liefde en het respect waarmee hij bejegend wordt door z’n collega’s.

Muzikaal blijft ICP buiten categorie: een vrij improviserende én repertoireband in één, een tienkoppig experiment in het jongleren met compositie en improvisatie, met daarin muzikanten die stuk voor stuk uitgesproken persoonlijkheden zijn en een rol te vervullen hebben in het geheel. Als je Michael Moore, Tobias Delius én Ab Baars naast elkaar ziet spelen, zeker met Wolter Wierbos en Thomas Heberer er nog eens bij, dan kan je moeilijk anders dan vaststellen dat het inderdaad een van de indrukwekkendste blazerssecties van de jazz is. Doe daar nog eens strijkers Ernst Glerum, Tristan Honsiger en Mary Oliver (alle drie net zo bepalend voor de kleur van de band) bovenop, met Mengelberg en kompaan Han Bennink als kernduo, en je hebt een all star band zonder weerga die gisteren nog eens de puntjes op de ‘i’ zette.

Dat gebeurde met een divers programma, waarin eigen materiaal werd gecombineerd met dat van anderen (oude bekenden Monk en Herbie Nichols waren van de partij), ernst met humor, herkenning met verrassing. Weinig andere bands doen zo zorgvuldig aan afbraak en opbouw, balanceren zo virtuoos op de grens van onderzoek en theater of geven blijk van zo’n enorme bagage waarbij swing, blues, bop, free, hoempapa, theater én avant-gardetactieken tot een weldadige mengelmoes worden gekneed. Dat was al zo vanaf opener “Kachel”, de eerste van een paar voorbeelden uit de “K-reeks” van hun klassieke album Bospaadje Konijnehol II (1991). De blazers gingen meteen loos als laaiende sirenes, met een vuile, gerafelde sound.

En dan kwam natuurlijk die swing om de hoek kijken, met Bennink die zich als vanouds te pletter amuseerde, al dan niet met de voet op z’n drum, en Michael Moore die het geheel naar het terrein tussen Hodges en Ellington soleerde op altsax. Even later: stuk gedaan, maar Mengelberg tokkelde onverstoord verder, tot jolijt van band en publiek. En daarna kreeg je weer die afwisseling van collectief samenspel en interventies van kleinere deelsecties. Zo ging Bennink even explosief in de weer met Heberer en Delius (op klarinet) en leidde dat op zijn beurt tot een fragiele uitwisseling tussen Mengelberg en Moore, en zo weer naar een opzwepend ritme. Onvergelijkbaar hoe de band zich het ene moment ophoudt in een impressionistische zone en zonder dat je het beseft verglijdt naar een Sousa-achtige mars, compleet met een uitgesmeerde, alle hoeken van de mogelijkheden verkennende solo van Wierbos.

Het improstuk dat Ernst Glerum aankondigde (“Daar zit jij niet in, Misha”, maar Misha speelde toch mee), was zoveel meer dan een tussendoortje, want het duet van Delius en Baars behoorde tot de mooiste momenten van die eerste set, terwijl de traditionele comedy act van Honsinger voor extra ongein zorgde. De eerste set werd afgerond met Baars’ “Wake-Up Call”, met een nog extremere dynamiek dan de versie op ICP 049, en een versie van “Perdido” (geschreven door Juan Tizol, maar voor altijd gelinkt aan Ellington) die op gang gestreken werd door Honsinger, maar uiteindelijk opnieuw belandde bij die volle blazersarrangementen. Een razend knap einde van de eerste set. En het zou nog beter worden.

Klassieker “Kneushoorn” leunde aan bij de bruisende kracht van dixiejazz en liet nog eens horen wat voor een exuberant samenspel deze band kan creëren, met volop individuele schittermomenten (Moore met een waanzinnig gecontroleerde instrumentbeheersing op klarinet). En dan nog eens het zigeunerachtige stukje “A La Russe” erachteraan. De versie van “No Idea”, oorspronkelijk een compositie van Mengelberg, maar nu gearrangeerd door Moore, was minder ontregeld, maar getuigde van een enorme melodische rijkdom, bulkte van de creatieve ingevingen en werd daarna nog eens overklast door misschien wel de beste versie van “’Round Midnight” die we ooit hoorden, eentje die aan flarden gereten werd door een hartverscheurende klarinetsolo van Baars. Machtig.

En die verhoudingen bleven maar verschuiven binnen Mengelberg-composities als “De lachende dwerg” en “Een beetje zenuwachtig”. Delius wierp lijf en leden in de strijd, deed een stukje vraag & antwoord met de andere blazers die achteraan op een kluitje samen stonden, om vervolgens te laten horen dat geen andere band zo geschikt is om de enige echte Love Boat Cruise tot een goed einde te brengen. “Ktafel”, compacte hoempapa van een bezopen fanfare, was de kers op de taart en werd nog gevolgd door de losjes swingende blues van de bis. Mengelberg begreep daar toch dat het erop zat, stond recht en vervoegde al fluitend z’n collega’s. Opnieuw een moment dat recht door het hart ging. De leider van de band is nog maar een schim van zijn vroegere zelf, maar dat hij erbij kon zijn, in het gezelschap van z’n vrienden die er zo’n onwaarschijnlijk mooi concert van maakten, een heuse demonstratie van wat mogelijk is, maakte van dit concert op de valreep een hoogtepunt van 2013. Helden zijn het, stuk voor stuk.

ICP Orchestra speelt op 15 maart 2014 in PlusEtage (Baarle-Nassau) en op 29 maart in De Singer (Rijkevorsel). Niet te missen! De documentaire Misha enzovoort zou binnenkort uitgezonden worden op de Nederlandse televisie. Hopelijk valt de film ook te zien op een groot scherm in deze contreien. Wie maakt er werk van?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =