Joe McPhee :: Sonic Elements + Red Sky

Zaterdag 7 december speelt Joe McPhee nog eens in het land (De Singer in Rijkevorsel). Op zich misschien niet zo’n opmerkelijke gebeurtenis, hij was hier de laatste jaren wel vaker te zien, maar wel bijzonder omdat de rusteloze Amerikaan nog steeds garant staat voor prachtconcerten, iets dat hij gemeen heeft met generatiegenoten als Peter Brötzmann en Alexander von Schlippenbach. Opmerkelijk is ook dat er nog altijd geen einde in zicht is voor zijn alsmaar uitzettende discografie. Gelukkig maar.

Op zo veel vlakken is McPhee uniek. Niet alleen omdat hij bijna dertig was toen hij saxofoon leerde spelen (daarvoor beperkte hij zich tot de trompet) of opdook op een album (Clifford Thorntons Freedom & Unity, opgenomen in 1967 en twee jaar later uitgebracht). Hij zorgde zelf voor een cultklassieker met Nation Time (1971) en zijn soloalbum Tenor (1976) blijft tot op de dag van vandaag een van de sleuteldocumenten uit de freejazz en vrije improvisatie. In de jaren zeventig en tachtig was hij niet weg te slaan uit Europa, waar hij vooral experimenteerde met uiteenlopende bezettingen, maar ook met compositiestrategieën en zelfs elektronica. Toch zou het duren tot de tweede helft van de jaren negentig voor er echt schot in de zaak kwam, iets waar twee gebeurtenissen voor zorgden.

In 1997 richtte McPhee met bassist Dominic Duval en drummer Jay Rosen Trio X op, nog altijd zijn vaste working band, en intussen goed voor een forse hap uit zijn platenkast. Misschien nog belangrijker voor zijn zichtbaarheid, was de opname van A Meeting In Chicago met Ken Vandermark en Kent Kessler het jaar ervoor. Het introduceerde McPhee niet enkel bij een nieuw publiek (hij had voor 1996 nog nooit in Chicago gespeeld), maar leverde hem connecties op die tot op de dag van vandaag nog altijd nawerken. McPhee belandde in Brötzmanns Chicago Tentet, staat op gezette tijden naast Vandermark en andere muzikanten uit Chicago en kreeg in één beweging een resem Scandinavische vrienden erbij. Zo was hij al vaak te horen met de leden van The Thing — zowel met bassist Ingebrigt Håker-Flaten als met percussionist Paal Nilssen-Love (zie onder) nam hij een paar albums op.

Door velen wordt McPhee vooral als een meester van de soloperformance beschouwd. Op Clean Feed verscheen onlangs Sonic Elements, dat volgens ’s mans website z’n tiende solo release is. De opname dateert van het Ljubljana Jazz Festival van 2012 en laat hem horen op pockettrompet en altsaxofoon, een keuze die o.m. ingegeven werd door de artiesten aan wie de beide stukken opgedragen zijn: Don Cherry en Ornette Coleman, inspiratiebronnen die hij hier niet zozeer wil imiteren als eren. “Episode One” (pockettrompet) wordt verdeeld in “Wind” en “Water” (de andere basiselementen, “Earth” en “Fire” komen terug in het tweede deel van het verhaal), geen arbitraire keuzes.

McPhee gaat immers van start met amper hoorbare luchtverplaatsing en minuscule plofklanken. Het is een klankencreatie met een immense concentratie, waarin ruisende golven en lippenpersing centraal staan. De bewegingen vloeien mooi in elkaar over; zo komt er ook gefluit en gegrom aan te pas, worden de extended techniques aangewend om een opmerkelijk coherent verhaal te laten horen, waarbij al snel de ‘zuivere’ klanken ontsnappen en even een serenade op gang gebracht wordt, om dan toch weer uit elkaar te vallen. Het ‘water’-luik mag ook letterlijk genomen worden aan het einde van de eerste beweging, wanneer McPhee haast lijkt te verdrinken door het met water gevulde instrument.

De tweede episode, op altsaxofoon, is iets conventioneler en minder abstract. Hier krijg je meer de intimistische en lyrische McPhee te horen, die nog altijd beschikt over een wondermooie klank, maar die niet steeds ongeschonden laat horen. Het is immers een gerafelde lyriek, met een emotionaliteit die z’n impact vaak te danken heeft aan oneffenheden en schrille uitschieters. Onvolmaakte schoonheid is toch ook ontroerender dan een perfecte variant? Er wordt wat gejankt en gehuild, een kwetsbaarheid getoond die je weinig te horen krijgt binnen de hedendaagse improvisatie, die het nog altijd moeilijk heeft met directe uitingen van gevoelens. Maar er zijn ook meer ritmische momenten, vol kwakende klanken en forser geblaas. En dan nog de klassieke ballade “Old Eyes”, die intussen al meer dan drie decennia meegaat en hier volledig uit elkaar gehaald wordt. Knap.

Minstens even sterk is Red Sky, na Tomorrow Came Today (2008) het tweede album dat McPhee uitbrengt met de Noorse drummer Paal Nilssen-Love. Het bevat een liveperformance van het Kongsberg Jazzfestival uit 2008 en laat horen dat het leeftijdsverschil van vijfendertig jaar eigenlijk niet ter zake doet. Samen met de even jonge Chris Corsano leverde het al een paar sterke albums en concerten op, maar aan de zijde van de Noor lijkt het allemaal nog vanzelfsprekender, is de wrijving intiemer en de lyriek meer aan het oppervlak. Het is niet enkel mooi om de Amerikaan aan het werk te horen, maar ook Nilssen-Love, die hier een stuk beheerster speelt dan je van hem gewoon bent bij o.m. The Thing, het Chicago Tentet of de projecten met Vandermark. Een geweldige klank versterkt de luisterervaring enkel maar.

Geen idee of ze er achteraf bij geschreven zijn of als leidraad voor de muzikanten dienden, maar de notities van McPhee bij de vijf stukken zorgen voor een extra betekenislaag. Zo zorgt “Till” (opgedragen aan Emmett Till, die in 1955 het slachtoffer werd van een brutale, racistisch geïnspireerde moord) voor een ongemakkelijke spanning, ook al is het stuk zeer minimalistisch opgebouwd en de trompetsolo van McPhee herleid tot de eenvoud. Het aan een jonge vrouw opgedragen “Peach Melba” is dan weer robuuster, vitaal jammerend en slingerend. “Iron Man Returns”, deels Eric Dolphy en deels Black Sabbath, biedt vooral een vlamperformance van Nilssen-Love, die eens duchtig loos kan gaan.

Slotstuk “Come Sunday”, een stuk van Ellington, reflecteert over de aanslag op de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama in 1963. Die daad, waarbij vier kinderen het leven lieten, bood ook al inspiratie aan Coltrane (“Alabama”) en is doordrongen van een intens verdrietige sfeer die nogmaals bevestigt dat McPhee als weinig anderen erin slaagt om universele ervaringen en gevoelens om te zetten in muziek. Een opdoffer die een magistraal punt achter een opmerkelijke toegankelijke performance van een dik halfuur zet.

Joe McPhee speelt op 7 december in De Singer (Rijkevorsel) met zijn trio Survival Unit III, met daarin cellist Fred Lonberg-Holm en drummer Michael Zerang. Niet te missen. Zopas verscheen bij Not Two Records ook Game Theory, het tweede album van deze bezetting. En voor de fans kwam zopas ook een indrukwekkende 4cd-box op de markt — Nation Time: The Complete Recordings — die een onmisbare inkijk biedt in de eerste stappen van McPhee. Al die releases zijn te krijgen via Instant Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − vier =