James Plotkin & Paal Nilssen-Love :: Death Rattle

Een samenwerking tussen een freejazzdrummer en een notoir avant-garde gitarist. Maakte uw hart ook net een hoopvol sprongetje? Indien ja, dan bent u klaar voor een hoop magie.

De freejazzdrummer van dienst is de Noorse wervelwind Paal Nilssen-Love. Hij verdeelt zijn tijd over talloze collaboraties en projecten, met onder andere Ken Vandermark en Peter Brötzmann. Tegenover hem zit James Plotkin, een Amerikaan die verandert in een monster wanneer je hem een tokkelinstrument in zijn handen schuift. Plotkin komt niet uit de wereld van de jazz, hij speelde bij extreme metalbands als Khanate en OLD. Ook houdt hij wel van een portie noise en drone als ontbijt. Geen doetjes, deze twee muzikanten. Verdwaalde Foo Fighters-fans, scheert u weg nu het nog kan.

De muziek die ontstaat wanneer deze twee herriemakers in dezelfde ruimte rondlopen is niet geschikt als huis-, tuin- en keukenmuziek. Death Rattle is een intense titanenstrijd tussen waanzin en euh, nog meer waanzin. “The Skin, The Colour” begint nog redelijk gezellig, maar ontaardt al snel in muzikale oorlog. Het is moeilijk te geloven dat Nilssen-Love alleen achter de trommels zit, zo hyperkinetisch molesteert hij zijn drumvellen. Razendsnel, maar ook o zo vloeiend en expressief. Ook Plotkin beperkt zich geenszins tot het gezellig afwalsen van olijke jazztoonladders. Wat de man dan wel met zijn instrument uitvreet is soms een raadsel. Halverwege de openingstrack klinkt het alsof hij zijn gitaar doormidden heeft gevlamd, hij kraakt en krijst als een stervende eland. Qua intensiteit doen de twee denken aan Lightning Bolt, zij het nóg een stuk rauwer.

”Primateria”, waarin Plotkin begint te goochelen met zijn effectentrommel, haalt de spanning dan een stuk naar beneden. Met een ellenlange opbouw die nergens concreet naartoe werkt, voelt het stuk aan als een intermezzo, maar dan wel een intermezzo van meer dan twaalf minuten. Iets teveel van het goede dus. “Cock Circus” is wel weer een stevige linkse. De gitaartoon van Plotkin verraadt zijn vriendschap met Sunn O)))-opperhoofd Stephen O’Malley (de twee toerden samen met Khanate). Ook Nilssen voert een uitputtingsslag, waarbij hij opnieuw lijkt te beschikken over meerdere armenparen. Dertien minuten lang geeft dit het gevoel alsof er een kudde gnoes over je tenen dendert. Slechts twee muzikanten, maar zo energiek dat je niet weet waar te kijken, de klappen lijken van overal te komen. Slotstuk “Death Rattle” pakt het een stuk subtieler en trager aan. Plotkins combinatie van melodie en kettingbotsinggeluiden pakt hier erg knap uit, terwijl de drums zich hier beperken tot een begeleidende rol.

Death Rattle is een ode aan de energie van de gezamenlijke improvisatie. Intensiteit met een dikke hoofdletter. Een gezond gevoel voor waanzin is echter wel noodzakelijk om dit te appreciëren. De twee werelden die hier samenkomen vormen geen rustig en vredig huwelijk, maar een razende clash.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =