Scratch & Snuffestkabaal :: Mombu & Human Trash

Het Scratch & Snuffest staat al een tijdje aangekruist in onze agenda. Niet enkel omdat de affiche wordt gesierd door The Ex en een paar van de fijnste jongere bands in ’t land, maar omdat de organisatie duidelijk een eigen koers vaart, wars van wat in de boekskes als trendy beschouwd wordt (en eigenlijk zijn we ook nog nooit in Nieuwpoort geweest, dat speelt ook een rol). Twee potentiële bommetjes zijn de vreemde vissen Mombu en Human Trash.

Het Italiaanse duo Mombu heeft niet zo’n grote naambekendheid, maar laat de naam Zu vallen, en er zal al heel anders gereageerd worden. Dat trio stond veertien albums en meer dan 1000 concerten lang garant voor onbegrensd muzikaal avontuur. De eerste keer Zu zien staat bij heel wat muziekzotten nog altijd in hun Top 10 van spannendste concertervaringen. Mombu is de band van drummer Antonio Zitarelli en Luca T. Mai, de voormalige saxofonist van Zu. Vanaf de beukende opener “Niger” is diens sound meteen herkenbaar, al is het door de groteske vervormingen vooral de Zu van Carboniferous die je hoort. Die van de steroïden en uit z’n voegen barstende sound.

Het duo heeft het zelf over ‘Afro/Grind’, al kan je er net zo goed tien andere labels op plakken. Er zit jazz en punk en metal in, maar hier en daar krijg je af te rekenen met uitstapjes richting traditionele Afrikaanse muziek, al dan niet ingebed in een vettige saus van ronkende sax, gierende manipulaties en gedreven drumpatronen. Aanvankelijk wordt gekozen voor de kopstoottactiek. Bronstig gorillagebeuk van de bariton, in “667 A Step Ahead Of The Devil” goed voor een brokje heftige jazzcore van de bovenste plank. Daarna wordt het allemaal wat progressiever, worden de songs uit elkaar getrokken en gaat Mombu spelen met andere invloeden en gasten.

De primitieve stomp van “Adya Houn’to” krijgt gaandeweg een Afrikaans temperament, alsof Zu zich plots ging moeien met een concert van het Art Ensemble of Chicago, terwijl “Carmen Patrios” zo goed als volledig ingepalmd wordt door Mbar Ndiaye op zang en percussie. Voor het slotoffensief van “Seketet” en “The Devourer Of Millions” is de focus even wat minder scherp, maar opnieuw staan ze garant voor staccato aframmelingen, ongedurig kronkelende ritmes, exotische percussie en loodzware saxlappen. Net als voorganger Zombi (2011) haalt Niger niet helemaal het niveau van de beste Zu, maar die band stond op de top van z’n kunnen dan ook op een andere planeet te spelen. Live zou het wel eens voor de verrassingen van dag 1 (8/11) kunnen zorgen.

Het Braziliaanse trio Human Trash laat dan weer een heel ander geluid horen, eentje dat gebaseerd is op die van de amateuristisch rammelende garagepunk. Het trio werd een jaar of vijf gelden opgericht in São Paulo, de miljoenenstad die al sinds enkele decennia de hoofdstad is van alles wat naar punk en metal ruikt in Brazilië. Mayra en Mari Trash nemen gitaar en zang (vanalles tussen geil gekerm en krols gekweel) voor hun rekening, terwijl drummer Brother LT zorgt voor de klassieke rudimentaire potten- en pannensound. Het klinkt allemaal erg primitief en ongepolijst, maar dat is de bedoeling. Belangrijkste is dat deze verzameling van twaalf songs voor de volledige rit van 31 minuten een beetje plezant blijft. Dat is het geval.

De drie hebben immers begrepen dat er geen houdbaarheidsdatum staat op een reeks simpele akkoorden, vuile swagger, attitude die stijf staat van cartooneske energie en pretentieloze kitscherige uitspattingen. Vanaf opener “Check Yourself” kom je meteen terecht op het terrein tussen de r&b van Dr. Feelgood en de rauwe garagerock van het In The Red Records-label. Niks vernieuwend, maar die fuzzy gitaren en call & response-zang blijven efficiënt, net als de springerige ritmes van “Add It Up” en het handengeklap plus de meetoeterende sax van “Vicious Ways”. Het gitaarwerk had net zo goed van een pas opgedoken savant kunnen komen. Daarna blijft het variëren op bekende verhalen, met instrumentale cowpunk à la Demons Claws (“Dumpster Jive”), Cramps-achtige voodoobilly (“Trash Can”), Fat Possum-gerammel (“take You Home”) en, natuurlijk, de geest van Bo Diddley (“Holy Trash”).

Kortom: een band die diep in de krochten van de rock-‘n-rollgeschiedenis dook en z’n eigen variant op enkele van de meer vunzige subgenres in elkaar flanste. Nergens ophefmakend, maar op onverantwoord luid volume (en dat is, laten we elkaar geen Joke noemen, de enige manier om rock-‘n-roll te ondergaan), is dit goed voor een uitzinnige pret. Dat het trio erin slaagt om zelfs tot de slotsongs, waar tot tweemaal toe (!) de grens van drie minuten wordt overschreden, spannend te blijven, is maar mooi meegenomen. Die mottige hoes is bovendien een afleidingsmanoeuvre: Human Trash is de geheimtip voor dag 2 van Scratch & Snuffest.

Beide albums kan je via Bandcamp beluisteren: Mombu en Human Trash. Mombu speelt op Scratch & Snuffest op 8 november. Human Trash speelt er een dag later. Meer info over het festival hier. Op 9/11 speelt Mombu ook nog in Magasin 4 (Brussel) en op 10/11 in de Kinky Star (Gent).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + negentien =