Agnes Obel :: ”Verliefd worden op mijn eigen melodieën”

Met Aventine, de knappe tweede plaat van Agnes Obel die vorige week verscheen, borduurt de Deense voort op het succes van Philharmonics. Garen en naald van dienst: haar vertrouwde piano maar ook meer strijkers dan voorheen. De moeite om even het wereldje van juffrouw Obel in te duiken.

Dat wereldje is voor twee dagen de kantoren van PiaS in Anderlecht, waar ze met enola als allerlaatste een interview heeft vooraleer de geadopteerde dochter van Berlijn — ze woont er nu zo’n acht jaar — weer naar haar thuisstad vliegt en zich klaarmaakt voor de nieuwe tournee, die 18 oktober start in het Duitse Oldenberg. Interviews geven zal nooit haar favoriete bezigheid worden, dat zegt ze ook eerlijk. Wanneer ze haar uiterste best te doen om met ons te delen wat er door haar hoofd gaat, volgen er vaak excuses, alsof ze van het absoluut te volgen pad afgeweken is en ons eender wat wil wijsmaken. Diep nadenken, de ogen naar de bovenhoek. Maar een vlotte prater is Agnes Obel des te meer, we hebben nog maar amper de dictafoon app aangetikt, of …

Agnes Obel: “Dat gebruik ik ook. Voor er zo’n apps voor smartphones bestonden, had ik een cassetterecorder. Maar dan ging de cassette weer eens stuk en was het telkens weer van “oh nee, daar stond mijn favoriete idee op en nu is het weg!”. Maar met telefoons kan het ook mis gaan, mijn vorige heb ik laten vallen en ik ben vergeten alle bestanden over te zetten.”

enola: Misschien verlies je de beste ideeën nooit?

Obel: “Mensen zeggen dat wel vaker, maar ik weet het toch niet hoor … je onthoudt vooral de dingen die je vaak herhaalt. Dat betekent niet dat het niet goed is als je het maar één keer gespeeld of gezongen hebt. Soms kan iets heel speciaal zijn en net daarom moeilijk te onthouden.”

enola: Dan ben je vast blij dat Aventine klaar is. Ik las vorig jaar in een interview dat je stond te popelen om aan het nieuwe album te beginnen en dat het iets compleet anders zou worden: wat is het grootste verschil?

Obel:: “Hm, dat weet ik eigenlijk niet. Ik had gewoon heel veel ideeën en wou deze plaat echt maken. Het is in ieder geval de eerste keer dat ik zo geconcentreerd gewerkt heb op een relatief korte periode. Philharmonics is over een veel langere tijd gemaakt en het duurde ook veel langer voor de plaat er was want ik moest eerst een label vinden. Ondertussen had ik tijd om al na te denken over een tweede plaat en al wat te schrijven: strijkers bij dat nummer, een nummer met die specifieke sfeer, … Maar de manier van schrijven en opnemen was eigenlijk niet zo verschillend, achteraf bekeken.”

enola: Het klinkt alleszins niet alsof het je veel moeite heeft gekost.

Obel: “Ik heb het gevoel dat ik met Philharmonics een proces in beweging heb gezet en dat proces loopt gewoon door op dit album. Het voelt juist aan … (aarzelt). Maar dat is puur vanuit mijn standpunt en is eigenlijk moeilijk te omschrijven. Het is niet zwart-wit: dit album gaat hierover en dat album gaat daar over. Achteraf gezien had ik misschien meer stress kunnen hebben over deze opvolger, maar blijkbaar was ik erg naïef, gelukkig maar (lacht). Ik had geen idee wat te verwachten, er was gewoon het gevoel dat ik iets moest maken dat zowel in mijn hoofd als in mijn hart klopt. Het was zaak om dat er uit te krijgen voor ik iets vergat en dat was voor mij belangrijker dan hoe het album uiteindelijk onthaald zou worden.”

enola: Zat het succes van Philharmonics niet in je achterhoofd?

Obel:” Dat succes had ik niet verwacht, ik denk dat enkel mijn vriend er vooraf in geloofde. Ik zou heel graag zeggen dat ik dat succes vooraf verwacht had, dat zou leuk zijn. Het is niet cool om te zeggen dat je het niet verwacht had. Bescheiden en lief, dat wel. Ik heb bewondering voor mensen die iets doen en zich er heel zelfzeker over voelen. Ik wou dat ik zo was.”

enola: Aventine start opnieuw met een instrumentaal nummer, is dat bewust?

Obel:” “Chord Left” is mijn favoriet nummer en ik vond het een mooie manier om het album te openen. Het is ook uitgebreider dan ik normaal een instrumentaal nummer zou maken. Het volgende instrumentaal nummer (“Tokka”, jp) is dan als een tweede hoofdstuk en dient als introductie voor “The Curse” en de nummers die daarop volgen. Die sfeer is anders … (denkt na) en het laatste instrumentaal nummer is dan een soort van tussenstuk dat het einde inleidt.”

enola: Je muziek wordt vaak als kalm en dromerig omschreven, maar ik vind dit album vaak krachtig en intens klinken.

Obel: “Ik ben blij dat je dat zegt, want ik hou net van die intensiteit. Om dat te bereiken heb je niet noodzakelijk veel instrumenten nodig. Cello kan heel zwaar klinken, als een dubbele bas. Ik probeer er een soort onderstroom, een constante spanning in te leggen. Mijn pianospel is niet gebaseerd op akkoorden, maar op arpeggio’s (de tonen worden niet tegelijk maar na elkaar gespeeld, jp), dat klinkt op zich licht maar gaat goed samen met de krachtige, lage klank die een cello kan voortbrengen. Tijdens de soundcheck voor een concert moet die klank voor mij dan ook goed zitten: de cello moet luid en zwaar klinken, die moet echt fysiek aanwezig zijn. “Fuel To Fire” is bijvoorbeeld een nummer dat al klaar was voor Philharmonics uit kwam en dat ik al speelde omdat anders de shows te kort zouden zijn. Het strijkersarrangement is ontstaan door het nummer vaak live te spelen.”

enola: Het valt steeds op hoe belangrijk je goede melodieën vindt. Dat blijkt een hoeksteen in al je songs. Helpt een veelzijdig instrument als de piano je daarbij?

Obel: “Goh … Elliott Smith heeft ook prachtige melodieën op gitaar gemaakt. Ik speel ook gitaar maar dat klinkt niet zo goed. Als er iets in mijn hoofd zit, loop ik naar de piano. Het zou een eeuwigheid duren op een andere manier. Wat ik soms ook doe, is de melodie gewoon inzingen op mijn telefoon. Als ik dan geluk heb, past het goed samen met iets anders dat ik al had. Soms zing ik iets in en maak ik er later een volledige instrumentale compositie van, zonder tekst uiteindelijk. Ik heb een aantal verschillende technieken, maar meestal pingel ik op de piano tot er een melodie ontstaat, als ik het dan leuk vind, groeit het als een klein wezentje.”

enola: Kun je van 9 tot 17 uur achter je piano kruipen alsof het een kantoorjob is?

Obel: “Voor Aventine heb ik dat wel geprobeerd, hoewel ik niet echt het gevoel had dat het iets voor mij was. Om te beginnen is 9 uur veel te vroeg, ik heb mijn 14 uur slaap nodig (lacht). Ik word vooral geleid door het verliefd worden op mijn eigen melodieën. Gelukkig gebeurt dat wel regelmatig. Als ik iets goed vind, speel ik het opnieuw en opnieuw en opnieuw … dat gevoel doet mij een nummer afwerken. Als ik het niet goed vind, maak ik het ook niet af. Mijn motivatie en drive is mijn eigen fascinatie voor een melodie. Het is een soort state of mind en ik vind het interessant om te zien waar het van daar uit naartoe gaat. Als ik toch op een punt kom dat ik niet meer weet wat te doen, speel ik gewoon een beetje tot er iets uit voort komt. Ik heb helaas geen script om te volgen, maar ik heb dan weer veel vrijheid.”

enola: Vaak observeren songschrijvers graag mensen en situaties. Jij ook?

Obel: “Op dit album heb ik eigenlijk mijn eigen nieuwsgierigheid gevolgd. Dat kan een beeld zijn of een gevoel dat ik mooi vond en later kon ik dan pas plaatsen waar het nummer over gaat, omdat ik er dan pas een beter zicht op heb. Zo zijn er wel een aantal voorbeelden op Aventine: nummers die langzaam aan een betekenis voor me krijgen. Ik moest voor mezelf uitmaken waar ik stond met mijn leven.”

enola: Hoezo?

Obel: “Het was een heel vreemde periode om thuis te komen na zo’n lange tour. Je moet voor jezelf weer uitmaken hoe het is om gewoon weer ‘daar’ te zijn, op een vaste plaats. Het was ook heel moeilijk om aan vrienden uit te leggen hoe dat voelde en wat er in tussentijd allemaal gebeurd was. Zoals eerder gezegd, ik wist alleen dat ik een album moest maken. Ik had al wat materiaal en wist wat ik moest doen, maar aan de andere kant voelde ik me ook heel ongemakkelijk … alsof je terugkomt voor iets maar niet helemaal weet wat het precies is. Aventine is dus inhoudelijk een soort van ontdekkingstocht voor mezelf om te zien waar ik was.”

enola: Wat heb je ontdekt?

Obel: “Je kunt iets heel belangrijk of betekenisvol vinden zonder dat je een idee hebt wat je er in zoekt. Maar je kunt natuurlijk ook een specifieke gebeurtenis in gedachten hebben waar je op dat moment aan denkt, of iets dat je op dat moment net overkomt. Een voorbeeld? Nee, liever niet … mensen mogen er hun eigen verhaal bij verzinnen, mijn verhaal mag dat niet verstoren. Nummers kunnen ook weer een oud gevoel opwekken, iets dat je stap per stap, heel ritueel bijna, terug kunt oproepen op die manier. Vooral als ik oudere nummers speel overkomt me dat.”

enola: Mensen zoeken herkenning en begrip in muziek…

Obel: “Ik ook, constant eigenlijk. Ik heb muziek die ik graag beluister wanneer ik reis of vlieg bijvoorbeeld. Ik vind graag muziek voor wie ik ben op dat bepaald moment. Wie het nummer schreef, is dan totaal niet relevant. Ik hou van muzikanten, maar ook artiesten in andere kunstvormen, die hun eigen tijd kunnen creëren. Mensen zeggen me wel eens dat ik de tijd vertraag, maar het gaat daar niet om, het gaat erom je eigen soort van tijd te creëren, in film zie je dat ook vaak. Ik hou er van om een eigen hartslag te creëren.”

“Ik hou ook van natuur. We praten over natuur alsof we er zelf geen deel van uitmaken, in schril contrast met alle cultuur waarin we ons wentelen. Eenvoudige elementen als de zee of de wind zijn ook mooi om in muziek gebruiken. Debussy had zo’n stuk, “La Mer”, prachtig … je hoort dat het over de oceaan gaat.”

enola: Ben je het ondertussen al wat gewend om live te spelen?

Obel: “Vind je dat ik er nerveus uitzie op het podium?”


enola: Niet echt. Je wordt vaak als verlegen omschreven, maar eenmaal je aan het spelen bent, merk ik daar niet veel van, dan zie je er net zelfzeker uit. Maar misschien voel je jezelf zo niet.

Obel: “Het is een beetje een paradox. Een kant van me is heel verlegen omdat het nu eenmaal mijn muziek is die ik moet delen. Maar aan de andere kant weet ik dat als ik speel, ik alles vergeet en alleen maar op de muziek gefocust ben … (wikt haar woorden) en het eigenlijk heel leuk vind. Maar ik heb wel veel geleerd van live te spelen en op tour te zijn. Wat ik wel nog altijd voel, is dat er iets verschrikkelijks in mijn stem zit dat ik niet kan verstoppen als ik zing. Het is niet zoals iemand die depressief is, dat kun je verstoppen door te lachen als mensen vragen hoe het met je gaat, snap je? Als ik echt iets naar boven voel komen in een nummer, kan ik me daar heel verlegen over voelen, zeker als je weet dat iedereen het gehoord heeft. Maar eigenlijk, als ik er over nadenk, is dat net iets heel moois (lacht). Misschien moet ik erin berusten en er inderdaad het mooie van inzien. Je stelt jezelf open aan het publiek en kunt in ruil ook ervaren wat zij op dat moment voelen. Het kan heel mooi zijn als die energie samenkomt en je het gevoel krijgt dat je samen iets deelt.”

Je kunt Agnes Obel aan het werk zien op vrijdag 1 november in het Koninklijk Circus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =