Delorean :: Apar

Zelf noemen de groepsleden het hun “big production” album, maar net zo goed laat Apar, de vierde van het Spaanse Delorean, horen dat ze ook betere songschrijvers zijn geworden.

Na drie jaar touren met doorbraakplaat Subiza installeerde Delorean in Barcelona zijn eigen studio met zicht op de Middellandse Zee: zo kon rustig de tijd worden genomen, zonder een oog op de studioklok te moeten houden, om te zoeken naar wat de opvolger van dat succesvolle debuut moest worden. Daarbuiten stortte de wereld echter een beetje in.

Niet alleen zag Ekhi Lopetegi zijn relatie in scherven uiteen spatten, Spanjes jeugd — en dus ook veel vrienden van de groep — zakte ook weg in werkloosheid en wanhoop. Beide omstandigheden vonden hun weg naar de plaat, maar dat hebben we ook maar even snel uit de biografie overgeschreven: de teksten van de Baskische frontman zijn zo onverstaanbaar in de muziek begraven dat zelfs het internet nog geen uitsluitsel kan geven.

Het is ook niet belangrijk, want meer dan om sentiment draait Apar net als zijn voorganger om dansmuziek, en dan meer bepaald het soort dat ontstond toen rock en dance elkaar in de tweede helft van de jaren tachtig voor het eerst uitgebreid besnuffelden. U droomt dus niet als u her en der — en dan vooral in de iets meer rechttoe rechtane songs — een toefje New Order ontwaart, en dan meer bepaald hun Technique.

Ook dat is niet zo gek, want net als die Mancunians toen, houdt ook Delorean nog steeds van de Balearische beats die toen zo gesmaakt werden. Dat valt nog het meest op in het erg euforisch opbouwende “Dominion”, waarin Lopetegi Dylan Thomas’ “Death shall have no dominion” citeert. Het is het soort nummer dat een publiek uit zijn dak kan laten gaan, zoals we afgelopen lente ook zagen op het Primavera Festival.

Dat Deloreans adresboekje de laatste jaren ook aardig gevuld is geraakt (u kan ze ook kennen van remixen voor onder andere Franz Ferdinand en The xx) is ook te merken aan gastbijdragen van Chairlifts Caroline Polachek en Glasser. In het laatste geval, “Destitute Time”, is dat een goeie zaak, maar Polacheks hoge zang maakt van “Unhold” een net iets te etherische affaire.

Het is ook met dat nummer dat Apar halverwege even een inzinking heeft. Het tempo zakt, en de band komt bijna tot stilstand. Het duurt tot “Walk High”, met zijn funky gitaarbreak, en hardnekkig hi-hatgesis dat er weer schot in de zaak komt; het is misschien wel de meest onverbloemde “song” die Delorean al schreef.

Niettemin zakt de plaat langzaam verder in. “Your Face” biedt niet genoeg nieuws om nog aandacht te trekken, en zo ebt Apar langzaam naar de uitgang. Geen grote plaat dus, wel een die op zijn best — het openingstrio met ook nog een sterk “Spirit” — erg opwindende dansmuziek levert en roept dat het zonde is dat ie pas na de zomer van stal mocht. Het wordt nog een lange, harde winter vooraleer we zullen weten of Delorean ook dit keer drie jaar op trot blijft, en dus misschien ook nog eens onze contreien kan aandoen. U weet in dat geval alvast wat wij voor onze verjaardag willen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =