Marjan Van Rompay Group + Uri Caine & Han Bennink :: 26 september 2013, Handelsbeurs

Op donderdag 26 september mochten we het twintigjarig bestaan van JazzLab Series meevieren in de Handelsbeurs in Gent. Een gigantische knaller, op vele momenten zelfs letterlijk. Na de brave kaarsen van de Marjan Van Rompay Group werden vuurwerk en kanonschoten bovengehaald door Uri Caine en Han Bennink.

Gezellig tussen het kaarslicht genesteld, konden we het debuut van de Marjan Van Rompay Group gadeslaan. Een bijzonder sterke ritmesectie had ze aan haar zijde om ons zo goed mogelijk te omhelzen met haar composities. Het werd een warme ontmoeting met Janos Bruneel (contrabas), Toon Van Dionant (drums) en Bram Weijters (piano), die elkaar duidelijk vanbinnen en vanbuiten kennen. Zonder te veel van de kern weg te glippen werden interessante zijwegen genomen. De donderdagavond werd goed ingezet met een set die zich aanwendde als werd ze uit één zucht geslaakt.

Geen Orvalleke of zalmtoastjes om JazzLab Series te vieren, wel een plateau gevuld met smaakvolle composities – licht melancholisch gekruid en weemoedig geïnspireerd, zonder opdringerig te zijn. Nee, het bleef beleefd. Het kwartet bracht een nuchtere set met een heel gecontroleerd samenspel. Voor de één misschien eerlijk en doordacht, voor de ander te braaf en beredeneerd. Maar wie toehapte, werd met de melodieën de wolken ingestuurd. Een mooi visitekaartje, zorgvuldig in de bovenkamer bewaard.

Bij Han Bennink en Uri Caine werden de klauwen bovengehaald. Het duo gedroeg zich als een bloeddorstig roofdier dat wellustig haar prooi openrijt. De scherpe uithalen bij Caine jutten Bennink bijzonder op, die vervolgens zonder compassie splinters uit zijn stokken speelde. De kostbare stiltes waren een verademing voor de toeschouwers maar ook voor het grijze duo. Zij kregen de kans om opnieuw naar elkaar op zoek te gaan en een nieuw hoofdstuk aan te vatten.

Caine speelde compromisloos en genoot duidelijk van het eiland waarop hij zich bevond. Verstopt achter vleugel en Fender Rhodes, kreeg zijn trip een schizofreen karakter met verwijzingen naar zijn klassieke achtergrond en tussen bombastische en melodieuze stotterzinnen voerde Caine graag wat blues, ragtime, classic swing en Caribische grooves op, die regelmatig flarden standards omlijstten. Bennink, van zijn kant, liet zich niet doen en drukte met veel theatraal vertoon zijn stempel door. De drummer speelde erg instinctief, beestachtig soms, en weigerde koppig om Caines richting compromisloos te volgen. Twee koppigaards als dobbelstenen in een beker dooreen geschud; wat de uitkomst wordt, weet niemand op voorhand.

Maar dat we een spektakel zouden beleven, daar twijfelden we niet aan. Als een parel in een ruwe bolster, zo leken de nummers op ons af te komen. Het concert was doorspekt met contrasten die toelieten om hun project, Sonic Boom, te verteren. De uiterlijke rust die Caine uitstraalde, Bennink die gerust de ambassadeur van de excentrieke vrijheid genoemd kan worden, ruimte voor stiltes en mitraillettes van pianolijnen en een vuurpeleton aan drumgeroffel waarmee de drummer de neiging tot kleinburgerlijkheid steevast probeert te mijden.

Anderzijds was het verdomd gevaarlijk om de aandacht in één lijn op Bennink te vestigen. Met pathetische overgave was hij een lust voor het oog en een onemanshow op zich. Maar wie de ogen af en toe sloot, zag plots twee verschillende kleuren mooi blenden tot een evenwichtige balans.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =