Shannon and the Clams :: Dreams in the Rat House

Een punkband die flirt met doo-wop, zijn ruigheid in een lieflijk jasje verstopt en schaamteloos een wulpse dans uitvoert met kitsch, dat is vragen om catastrofes. Tenzij je naam Shannon Shaw is, je de steun hebt van enkele nozemlabels en jaren ervaring laat renderen op je derde eigen langspeler.

En dat is, u voelde het geen klein beetje aankomen, exact wat Shaw doet op deze Dreams in the Rat House, een elpee zo gedrenkt in luie zomerse vibraties dat er bijna fysiek geweld van de hoofdredacteur aan te pas kwam om recensiegewijs enkele lovende woorden bij elkaar geharkt te krijgen.

Shaw, in een ander leven een van de Punx van Hunx and his Punx (nieuw materiaal weldra in de rekken), heeft de voorbije jaren, zonder dat iemand er erg in leek te hebben, een indrukwekkend eigen project op poten gezet. Waren I Wanna go Home en Sleep Talk veelbelovende aanzetten, dan is het het recent verschenen Dreams in the Rat House dat zieltjes weet te winnen.

Zonder afbreuk te doen aan de muziek, de buzz rond het gezelschap is geen klein beetje het gevolg van de hippe vogels die hun schouders onder Shaw gezet hebben. De plaat verschijnt niet alleen op Hardly Art, een label dat qua hipheid bijna moederhuis Sub Pop overschaduwt, maar heeft ook een cassette-release op Burger Records, zowat het hoogte dat vandaag in de nozemgitarensector te bereiken is.

Tel daar nog het unieke muzikale aspect van dit zootje bij en Dreams in the Rat House is een van die platen die zich in een tsunami van releases moeiteloos weet te handhaven. Songs als “Heads or Tails” of “Hey Willy” klinken alsof de doo-wop net is uitgevonden en een waaier aan mogelijkheden biedt aan een stel enthousiaste, ietwat muzikaal onderlegde jongelui.

“Unlearn” is daarvan een prima voorbeeld. Het fundament van de song is oersimpel, klassieke rock-‘n-roll bijna, maar dan gaan The Clams loos en brengen een vorm van garagerock die over flink wat epische trekjes blijkt te beschikken. “Bed Rock” gaat nog een stap verder en duikt tot in de donkerste hoeken van de garage. Hier geen ooooh’s en aaah’s -of het moesten uitschreeuwen van pijn zijn omdat de band te hard speelt- maar kaarsrecht vooruit, rammen alsof er geen morgen is.

Mocht u om een of andere reden -uw laptopbatterij ligt op apegapen, er is echt geen morgen- slechts één song kunnen checken, laat het dan “Ozma” zijn, een op het eerste gehoor volkomen onschuldige, rond 1961 gespeelde riedel, maar in werkelijkheid een dijk van een visitekaartje van een band die zijn eigen geweldig-zijn onder een laag lawaai probeert te verstoppen, maar hier openlijk in pracht grossiert.

Of die voldoende gaat zijn om van Shannon and the Clams een blijver te maken, valt nog even af te wachten, maar het trio geeft in ieder geval blijk van genoeg talent en enthousiasme om een dozijn songs af te leveren die een zomer lang eindeloos kunnen blijven sudderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − acht =