Nicolas Bouvier :: Japanse kroniek

Men hoort een Don Juan in films of boeken wel eens in het aangezicht van een zoveelste bedrogen minnares zeggen: “het is sterker dan mezelf”. Net zoals sommigen zich niet kunnen verzetten tegen de drang om steeds weer andere vrouwen te veroveren, zo wordt de aardbol eveneens bevolkt door mensen die zich nergens helemaal thuis voelen. Reizen zit hen in het bloed en ze verkennen bijna dwangmatig de hele wereld op zoek naar rust, die hen slechts sporadisch gegund is. Allicht was Nicolas Bouvier zo iemand. Zijn geschriften en foto’s zijn een ontroerende getuigenis van een rusteloos leven in teken van de ontdekking.

Vandaag de dag lijkt het een evidentie om als jongeman in een vliegtuig te stappen en ermee tot aan de andere kant van de wereld te vliegen. Tijdens de jonge jaren van de in 1929 geboren Zwitser Nicolas Bouvier was dat echter even anders: communicatiemiddelen waren beduidend schaarser en men kon zich amper informeren over de streek waar men heen ging. De journalist, schrijver en fotograaf liet zich daar echter niet door weerhouden: hij vatte van jongs af aan een liefde op voor al wat uitheems was, en de reismicrobe liet hem nadien niet meer los. Bouvier deed zowel Europa, het Midden-Oosten als het Verre Oosten aan. Zijn ervaringen zijn te lezen in drie bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen uitgegeven boeken: De wegen van de wereld, het verslag van de reis die Bouvier met tekenaar Thierry Vernet maakte van Genève naar India, De schorpioenvis, waarin de op de zuidkust van Ceylon gestrande Bouvier droom en werkelijkheid amper nog kan onderscheiden, en Japanse kroniek, een in korte hoofdstukken gestructureerde uiteenzetting over het wel en wee van het Japanse volk. De toon van dit laatste werk is helemaal anders: het zijn niet zozeer directe ervaringen die Bouvier tot bij de lezer wil brengen, maar vooral (hoewel niet uitsluitend) algemeenheden over de volksaard en de geschiedenis, weliswaar vermengd met de doorwerking daarvan op het Japanse leven van alledag.

Het Japan dat uit Bouviers beschrijvingen naar boven komt, is er een van een land dat aan tradities vasthoudt en de buitenlander met een zekere voorzichtigheid bekijkt. Uit de volksaard destilleerde het volk een leer die verkondigt dat al het aardse een gevolg is van een goddelijk beginsel. Ook de mensen zelf dragen dus de kiem van goddelijkheid in zich. Het leven en de materie worden zodoende met een devoot ontzag benaderd: er is een groot respect voor het leven en de dingen – iets waar Westerlingen met hun dogmatisch denken moeilijk toe kunnen komen. Dat de Japanse tradities eertijds door Europeanen belachelijk werden gemaakt, is ten zeerste te betreuren. Bouvier, die tussen 1955 en 1970 land en volk door en door leerde kennen, beschrijft zeden en gewoonten van dit volk met nieuwsgierige Europese ogen, de beschrijvingen gedrenkt in een liefdevolle saus. Hij vat een ontzag op voor hoe anders hun funderingen zijn: Bouviers blik blijft kritisch, maar humor is het middel waarmee hij de meest exotische vondsten aannemelijk of ontroerend mooi maakt. Japanse kroniek verschaft echt toegang tot het vulkanische eiland, mede omdat de auteur zijn persoonlijke ervaringen – bijvoorbeeld als fotograaf – erin heeft verwerkt. Historische of mythologische uitwijdingen worden gecompenseerd door passages waarin Bouvier tot in detail zaken gaat beschrijven die hij aan den lijve ervoer. Het hele spectrum van een land zit in dit boek vervat: zowel de aardkorst met haar nauwelijks te ontleden samenhang als de mensen zelf, hun manier van in het leven staan en hun gedragingen. Meer dan gelijk welke reisgids doet Bouviers boek verlangen naar het betreden van de eilandengroep. Wie geen vin wil verroeren, wees getroost: Bouvier schrijft zodanig uitvoerig en toch beknopt, dat deze ruim 200 bladzijden tekst misschien wel beter zouden kunnen zijn dan een effectieve trip en alle rompslomp die daar bij komt kijken …

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 19 =