Nicolas Bouvier :: De schorpioenvis

Wie zijn oeuvre kent, adoreert hem, maar erg beroemd kan men Nicolas Bouvier (nog) niet noemen. De Zwitserse schrijver-fotograaf geldt immers niet als een toegankelijke of lichtzinnige auteur, maar wel als schepper van een existentieel geladen oeuvre, waarbinnen reizen een rode draad vormt. Men reist, aldus Bouvier, niet om ervaringen op te doen die men achteraf kan reproduceren, maar om zichzelf in de diepte te leren kennen. Hoe verder van het thuisfront, hoe dichter bij de eigen essentie.

Dat Nicolas Bouvier in ons taalgebied vooralsnog geen duizenden lezers wist te bereiken, is voor een stuk te wijten aan zijn thematiek. Bouvier heeft lak aan literaire conventies: wat hij schrijft, is helemaal van hem en memoires die zo persoonlijk aanvoelen als de zijne, zijn uitzonderlijk en lezen aanvankelijk heel bevreemdend. Er spreekt een zeer persoonlijke stem uit de door hem nagelaten literatuur, waarvan de bekendste werken L’usage du monde en Le poisson-scorpion zijn. Twee jaar gelezen bracht de Nederlandse uitgeverij Bas Lubberhuizen een vertaling van eerstgenoemde op de markt, onder de titel De wegen van de wereld. De literaire media reageerden buiten zichzelf en De Standaard-recensent Peter Jacobs besloot zijn extatische artikel met de volgende dankbetuiging: “De reis in een Fiat van Joegoslavië naar Afghanistan leest zo fris, zo lenig, zo helder, zo hedendaags, dat ik meteen Bouviers verzameld werk in de originele Franse uitgave heb gekocht. Dit smaakt naar zoveel meer. Dank u, uitgeverij Bas Lubberhuizen.” Uiteraard was het dus uitkijken naar de vertaling van Bouviers andere gekende roman, alweer verzorgd door Floor Borsboom. De schorpioenvis kon evenzeer rekenen op tal van lofbetuigingen in de verzamelde pers, die de schrijver inmiddels op handen draagt.

In De wegen van de wereld beschrijft Bouvier hoe hij met een vriend, de Franse tekenaar Thierry Vernet, een reis onderneemt die aanvangt in Genève en via Joegoslavië, Turkije, Perzië, Pakistan en Afghanistan uiteindelijk naar India moet leiden. Uitgeverij Bas Lubberhuizen bracht Bouviers verslag van twee jaar rondtrekken uit in een prachtige editie, aangevuld met tekeningen van diezelfde Vernet. Het verslag eindigt wanneer de tekenaar Bouvier verlaat om zijn verloofde op te zoeken. De Zwitser is het reizen echter nog lang niet beu en vol goede moed besluit hij zijn tocht in zijn eentje verder te zetten, vanuit India richting Ceylon (het huidige Sri Lanka). Wat volgt leest men in De schorpioenvis, een kort relaas dat getuigt van een langzame, ingrijpende aftakeling, waarin de protagonist stukje bij beetje vervreemd van zijn omgeving en in totale isolatie “afdaalt in zichzelf”. Een enthousiasmerend pretje, zoals de reis beschreven in De wegen van de wereld geweest moet zijn, was Bouviers verblijf in Sri Lanka in geen geval. De lezer treft een schrijver in gevecht met zichzelf, een mens die langzaam maar zeker ontaard en een broeikas wordt aan extreme emoties.

Pas in 1982, bijna 30 jaar na de reis, kon Bouvier literair verslag uitbrengen van wat hij had doorleefd. Want inderdaad: meer dan ‘meemaken’ merkt men dat de auteur de consequenties van elke stap tot in het diepst van zijn wezen ervaart en elk element uit zijn omgeving op het zelf betrekt. Zelfs toen Bouvier zoveel jaar na datum de roman vorm probeerde te geven, verviel hij initieel in een diepe depressie. Gelukkig voor het lezend nageslacht is het de taal die de schrijver uiteindelijk de kracht gaf om zijn reistrauma in een roman te gieten: één die beklijft van het eerste tot het laatste woord. Wel is een waarschuwing op zijn plaats voor lezers die niet bestand zijn tegen een zekere complexiteit in de stijl: Bouvier raaskalt er af en toe op los en de ongeremde taalvirtuositeit die dan aan de oppervlakte komt, zal bepaalde mensen het boek lusteloos doen wegleggen. Eenvoudige kost is De schorpioenvis inderdaad niet, maar men moet beseffen dat ‘het noorden verliezen’ precies een effect is dat Bouvier heeft ervaren en tevens heeft nagestreefd.

In haar uitstekende nawoord, waarvoor Floor Borsboom Bouviers trip zelf opnieuw aflegde, wordt trouwens benadrukt dat de auteur zijn boek zelf “half autobiografisch, half fantastisch sprookje” noemde. Niet alle anekdotes blijken op waarheden te berusten, maar uiteindelijk is dat een triviale vaststelling voor een boek dat Bouvier zelf zijn beste noemde. Kopen en genieten dus, liefst op de manier die Borsboom voorstelt: ”Bouvier is een schrijver die je heel langzaam moet lezen, moet ‘degusteren’, haast als poëzie.” Een betere leus om De schorpioenvis gauw aan te vatten, is er niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 16 =