French Films :: White Orchid

Niets gemakkelijker dan simpele, banale rocknummers schrijven: rechtdoorzee rammen, catchy refrein erover, en klaar. Neen, schrap dat. Niets is moeilijker dan met niet meer dan de basisingrediënten nog te boeien; om binnen de begane paden toch nog iets vinden dat nieuw genoeg klinkt om mensen aan je lip te kluisteren; een delicate evenwichtsoefening tussen cliché en opwinding tot een goed einde brengen. Maar het kan. White Orchid van het Finse French Films is zo’n argument dat bewijst dat het nog steeds mogelijk is.

Er is niets nieuws aan French Films. Meer nog; het is moeilijk om met een klavertje enolaredacteurs geen invloedenkwartet te spelen: “Ik heb Raveonettes, als jij me Jesus & Mary Chain geeft, doe ik er nog The Beach Boys bovenop”. Maar dan nog. Alles is al eens gedaan, maar nog niet in deze combinatie. En zeker niet met deze drive. Jongens, toch, wat een goesting, wat een honger om de wereld in een wervelwind van energie omver te blazen. Deze jonge honden hebben nog alles te bewijzen en zullen u godverdomme ook nog overtuigd hebben vóór de 36 minuten van deze plaat om zijn.

White Orchid jakkert door aan een snelheid die maar niet tot een redelijk tempo wil zakken, dolletjes rondjes draaiend met melodieën die zich al halverwege de eerste keer voorgoed in het oor nestelen, en zich steevast net aan de goeie kant van pastiche bevinden. Zo horen we in “Juveniles” maar héél even een flard “Dancing With Myself” van Billy Idol vooraleer het aan een rotvaart weer elders heen gaat. Het heeft het allemaal. Die surfachtige gitaartjes van The Raveonettes, een refrein dat scheurt, een zanglijn die zich rücksichtlos in de bochten smijt; onweerstaanbaar.

Je zou het slackers kunnen noemen als het niet allemaal zo perfect en helder werd afgeleverd. Hier zit te veel focus in, om het als het werk van een bende stonede tamzakken af te doen. Johannes Leppänen, Joni Kähkönen, Tuomas Asanti, Santtu Vainio en Antti Inkiläinen (altijd heerlijk om exotische namen even te mogen namedroppen) beheersen hun instrumenten en weten waar ze mee bezig zijn. Dat blijkt al van bij de opener White Orchid waarin Leppänens zang perfect wegzinkt in de jachtige gitaarstorm die wordt opgeroepen, of in de Beach Boys-echo’s van het slomere “Into Thousand Years”. “Where We Come From” brengt dan weer de geest van wijlen Bill Hicks in herinnering: “It’s just a ride” en doet dat met het soort gitaarlijntje waar wij blij van worden; beetje Cure-achtig, maar dan vrolijk. “Perfect”, is het woord dat we dan zoeken.

In “Ridin’ On” horen we dan weer anthemkwaliteiten die in mindere handen — laat ons zeggen: Kings Of Leon — tot hol geblaat hadden geleid. Hier blijft alles binnen de juiste lijnen van “niet te gek doen”, wat meer dan volstaat om het punt te maken: “geef ons een grote massa en die brult ook wel mee met onze aanstekelijke refreinen.” Het erg new waveachtig aandoende “Special Shades” zoekt donkerdere oorden op, maar voelt zich ook daar als een vis in het water met een Asanti die de Peter Hook in zichzelf buitenlaat met een baslijn die de melodie durft dragen.

Dus neen: erg origineel is het niet, des te frisser echter wel. French Films zal uw leven niet redden. U een paar dagen lang gelukkiger maken wel. Dat is wat ons betreft meer dan genoeg voor een 7.5.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + zeven =