Het Chinadagboek van tomàn :: Dag 4, Dag 5, Dag 6 en Dag 7

Nog tot 13 april toert tomàn door China, waar ze de plaatselijke bevolking de beginselen van het post-, kraut- en ander rocken willen bijbrengen. Daarover houden ze voor enola.be een dagboek bij. Vandaag: deel 3.

Dag 4 (5 april)

Het regent weer op dag 4. En niet zo’n klein beetje. Onze binnenvlucht van Guangzhou naar Chengdu loopt zo’n 2 uur vertraging op. Tijd genoeg dus om tourmanager Jef het kaartspel Youssef te leren. (Voor de geïnteresseerden, mail ons of check onze Weibo voor de spelregels!) Gelukkig zijn we om zes uur ons bed uitgerold. Het prut krijgen we de ogen nog niet uit, drie uur slaap is niet genoeg.

Straks de Little Bar. Volgens Jef kunnen we dat letterlijk nemen. We zijn benieuwd. Chengdu lijkt ons beter leefbaar dan de twee monstersteden Guangzhou en Hong Kong. Iets minder hoge gebouwen, lekker eten en heel wat Aziatisch Schoon Volk. We beginnen te begrijpen waarom Jef uitgerekend hier is komen wonen.
Ons hotel bevindt zich in het midden van een openlucht-auto-garage: links van ons een winkeltje om de binnenbekleding te naaien en stikken, rechts van ons de audio-afdeling, twee huizen verder de carroserie en ergens op het einde de carwash. De Chinezen staan erbij en rochelen ernaar, terwijl wij nog maar eens op zoek gaan naar eten.

We krijgen de fried rice en noedels amper binnen, zo moe zijn we. Jef bolt het vroegtijdig af om even op z’n bed te gaan liggen en ook wij proberen na de maaltijd nog een kwartiertje slaap mee te pikken. Tevergeefs.

Arrival in de Little Bar. Dit wordt de max. Een kruising tussen de Video en de Charlatan in Gent, precies wat we nodig hebben. Na wat gepuzzel en gewring geraken we allemaal op het podium en al tijdens de soundcheck klinken we moddervet. Voor de eerste keer deze tour hebben we ook een voorprogramma. Vijf enthousiaste Chinese jonge gasten geven onder de naam Stoalin’ een heerlijke Oosterse tint mee aan Joy Division. Ook zij zijn duidelijk onder de indruk van de bloeiende auto-industrie in Chengdu: “love, love will tire us apart, again”. Heerlijk. De frontman smijt zich volledig en het publiek gaat uit z’n dak. Onder de bedwelmende beats vallen drie tomanjongens op de bovenverdieping als een blok in slaap, terwijl het Chinese eten zijn effect begint te hebben op de maag van een vierde. Jef vertoont gelijkenissen met Fifty Shades Darker. Uitgerekend nu. Komt dit wel goed?

8.30 pm, change-over en showtime. Senne vindt het te warm op het podium en doet z’n trui uit, wat op talrijke “ooohs” en “aaahs” wordt onthaald. Eindelijk de bevestiging van een godenlichaam. Dit komt goed. Wouter slaat zijn eerste noten aan en bij de majestueuze inval van “Losgehen” blazen we iedereen naar huis. We spelen onze beste performance sedert lang. De Little Bar zit stampvol, 180 mensen klappen mee op de maat, gillen en juichen. “You are awesome!” Danku, Chengdu.

Wanneer we na de show buiten aan de merchandisingstand komen staan, kunnen we onze ogen amper geloven. Nu is het onze beurt om te “oooh”-en en “aaah”-en. Letterlijk tientallen en tientallen meisjes en een paar verdwaalde jongens willen met ons op de foto. And another one. And another one with you. And one with you, please! Thank you so much! We beginnen uiteindelijk zelf ook foto’s van de foto’s te nemen, want dit is compleet absurd. We verkopen maar een tiental cd’s, but who cares. Na een beeldenstorm van een half uur verdwijnen de laatste giechelende studentjes terug naar hun dorms. Ze moeten voor 23u thuis zijn. Wij blijven ietwat verweesd achter en spoelen onze fifteen minutes of fame door met een Duvel in de stamkroeg van Jef. Iedereen is nog steeds doodop, maar dit was een avond om nooit te vergeten.

Dag 5 (6 april)

Onze eerste rit met een Chinese highspeedtrein brengt ons naar Chongqing (tsjongtsing uitgesproken). Was je vroeger vijftien uur onderweg, dan duurt de reis nu net twee uur. Kosten noch moeite werden gespaard om dit traject te realiseren. We rijden door ontelbare tunnels en langs eindeloze terrassen vol gewassen. Bram ziet als eerste een buffel en Lode zweert dat hij een panda zag… We worden aangesproken door een jonge zenuwpees die ons vraagt “I suppose you know why want to sit next to you? “Blijkt deze hortende, enthousiaste jongeman een student leraar Chinees voor buitenlanders die zijn Engelse skills wil oefenen. Ofwel is hij een beetje gek op Bram zijn Arische looks. Na enig gestotter kalmeert hij en kunnen we wat praten. En zo vliegt de tijd!

Chongqing openbaart zich als één van de zotste steden ter wereld, omdat het zich zo snel ontwikkelde (dixit Trotter). We kunnen dat beamen, en toevoegen dat ook onze chauffeur nogal zot is. Hij showt zijn kennis van automerken (Honda, Huaze, Benz, Fold, Toyota, Chevlolet enz.) en presidenten (Hu Jintao, Obama, Xi Jingping, Poetin from Lussia) gedurende de één uur durende rit door deze hotpot. Helaas kent hij verder weinig Engels.

Jef weet niet hoeveel publiek we moeten verwachten voor het concert. De avond voordien speelde er namelijk een grote band voor een full house, dus afwachten wat dat wordt. Het blijkt al bij al zeer goed mee te vallen. Ruim 100 entrees voor deze tomanezen, niet mis! Ons voorprogramma speelt zijn eerste concert, en we bemerken goede intenties, met nog een weg te gaan. We slaan ons vlotjes door de set met een eervolle vermelding voor Lode die een spetterende outro weeft aan “The Wonder of the Tortoise Tunnel”. Het publiek roept het Chinese woord voor koeienkut. Dat doe je hier als je iets het einde vindt. Zalig! We krijgen eindelijk buitenlandse media-aandacht, want een Amerikaanse tv-maker belooft ons een tv-show in Shanghai.

Na het optreden gaat het snel richting een eetstalletje, want we zijn uitgehongerd. Een vlijtige familie aan de barbecue tovert in een mum van tijd een indrukwekkend maal op tafel, including varkenshersentjes. Jef functioneert vanavond als drankmeester, want morgen en overmorgen zijn rust/reisdag. Als een volleerde schachtentemmer giet hij onze glaasjes opnieuw en opnieuw vol, zodat het einde van de dag zich in een donkere nevel hult. Tussen de flarden mist herinneren we ons diepte-interviews in een winkel, een dubbeldekker-polonaise op de verkeerde verdieping, Wouters angstige blik bij het aanhoren dat hij net varkenshersenen met smaak heeft opgepeuzeld en een zon die al lang op is als wij gaan slapen.

Dag 6 (7 april)

Vandaag rustdag in Chongqing. Na een heftige avond springen we tegen twaalven fris en monster uit ons bed. We hangen de toerist uit, want Jef brengt ons naar de oude, oorspronkelijke stad. Houten huizen die wat weg hebben van Zwitserse chalets, nauwe steegjes, op z’n hondjes (FOTO8), verlaten oude smoezelige panden en een prachtige zon die zich laat zien achter een beboste bergtop. Naast oorspronkelijke bewoners en Chinese toeristen, zijn we de enige westerlingen. We worden sans gêne aangegaapt en Lode moet zelfs op de foto met twee Chinese vrouwen. Aan een oud, bouwvallig tempeltje helemaal bovenaan de bergtop, verpozen we even. Een ideale plaats voor een groepsfoto, vindt Jef. En van daar af opnieuw naar beneden. Het valt ons op hoe rustig het hier is. Vogels kwetteren vrolijk, honden lopen ons keffend achterna, volbeladen Chinezen slenteren de trappen op. Maar in de verte horen we het ruisen van de autostrade. We zien de wolkenkrabbers in de mist. Wat een contrast! Dit is op en top China.

We dalen af tot aan de rivier (nee, niet de river Kwai! En nee, ook al niet de Yangtse!) die de stad doormidden snijdt. Op een terrasje hebben we een prachtig zicht op de metropool. We drinken bier, eten geroosterde pinda’s met stokjes en spelen een spelletje Chinees Makakken. (Voor de geïnteresseerden, mail ons of check onze Weibo voor de spelregels!)

Chongqing is de stad van de hotpot, maar Jef vindt het wijzer om voor iets minder hot te gaan met deze bleekscheten. Gelukkig maar! Sas greep al provisoir naar zijn maag. De baas van het restaurant blijkt een goeie vriend van Jef te zijn en wil niet dat we betalen voor het eten, het is een vriendendienst. Ook dit is China.

Dag 7 (8 april)

We nemen afscheid van Jef en sjezen naar de luchthaven met onze vriend de automerkkenner. Het gaat richting Hangzhou waar Su ons opwacht. Vanuit de lucht zien we een stad vol groen met minder hoogbouw. Su en haar vriendin pikken ons op in een pimped out, chromed out vanilla white monster truck Jeep. Ze heeft die geleend omdat ze zelf een klein autootje heeft. De rit naar Hangzhou city duurt uiteindelijk twee uur, met een fijne tussenstop bij theevelden waar enkel vrouwen met cymbalen op hun hoofd de groene blaadjes plukken. Wat doen de mannen? Wel, zij koken en fermenteren en verwerken de theeblaadjes tot thee. Het valt ons ook op dat we zeer vaak geflitst worden. Blijkt een systeem te zijn om auto’s te traceren. Su legt uit dat het handig kan zijn om mensen te zoeken, bv. na een aanrijding met vluchtmisdrijf of als je iets hebt laten liggen in een taxi. Zonderling.

Het loopt al tegen zevenen als we in het hotel inchecken en van al dat reizen knorren onze magen. Su neemt ons mee naar een typisch Hangzhou’s restaurant op een idyllische locatie op een bergkam tussen de theevelden. We krijgen echte fijnproeverijen in onze kommetjes: lotuswortel, garnaal met radijs, karper, krab, kippenlever, snijboontjes met gember, perzikwijn, en een speciale brandewijn van vruchten waar we nog nooit van gehoord hebben. Dit is sterrenniveau, maar voor ons volstaat een kom gebakken noedels met bier.

Sas en Lode worden in een taxi gedropt die bij aankomst wordt betaald door een Chinese kerel die hen bij het uitstappen bij de mouw pakt en hen binnensleept in een of ander café. Hij duwt hen een rode Chimay in de handen en verdwijnt. Hij heeft niet één woord gezegd. Achteraf blijkt dat hij het lief van Su is en gewoon geen woord Engels spreekt. De rest komt gelukkig ook snel ter plaatse en Su vertelt ons dat dit het café is waar we morgen moeten spelen. Leuke plek! Ruim, gezellig, mooi volk.

Laten we over deze avond kort zijn. (FOTO C) Bier, whiskey, poolen, gogo gaybar, dansen dansen en voor we in bed kruipen: streetfood van de bovenste plank. Su ligt al lang in bed, dus we slagen er voor de eerste keer deze tour in om in ons allervlotste Chinees zelf te bestellen. Een vriendelijke oude man en zijn zoon serveren ons gebarbecuede lekkernijen op stokjes. Vooral de boschampignons zullen ons nog lang bij blijven. We bedanken de kok uitvoerig met een Chinese uitdrukking die we van Jef geleerd hebben: “hoo shì”, waarbij we over onze buik wrijven en willen zeggen: “hmm, wat was dit heerlijk”. Een dag later zullen we van Su te horen krijgen dat we eigenlijk “hmm, scheet” gezegd hebben. Solly!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + twaalf =