Hurts :: Exile

Temidden van de nineties-rage grossierde Hurts met al het foute van het decennium tevoren. Trek de opgezwollen pathetiek echter een stijlvol maatpakje aan en voorzie de juiste wenkbrauwfrons en zelfs de hardste criticus gaat overstag. En aldus geschiedde dat wij drie jaar na het weinig onder de indruk zijn van de eerste radiopassage, stiekem behoorlijk hard uitkeken naar de opvolger van Happiness. Behoorlijk onterecht evenwel, en daardoor staat onze wenkbrauw op teleurgesteld.

Het begon nochtans niet zo slecht. De epische voorloper “Miracle” neemt het geluid waarvan we zijn gaan houden een stapje verder. Hurts goes Vegas, zeg maar, of Hurts goes Coldplay misschien ook een beetje — in de aftrap lijkt wel een flard “Princess Of China” te weergalmen. Ongelooflijk bombastisch, een tikje pretentieus, maar die kenmerken als beledigingen naar de heren gooien zou hetzelfde zijn als Matthias Schoenaerts intensiteit verwijten. Ongelooflijk catchy is ‘ie namelijk ook, en daar draait het ‘m toch maar mooi om.

Op Exile begint het ook nog niet zo slecht. In de titelsong hoor je een groep die geëvolueerd is, naar donkerder oorden toe. De introductie lonkt sterk richting Muse alvorens de song in de onderwereldvariant van Eurosong belandt. Met de verhoogde elektronica-factor valt hier nog een frisse wind op te merken. Geen onaangename trouwens. Hurts goes electro, dat werkt namelijk wel. Op “Only You” doet het duo het nog eens over, zo mogelijk nog beter zelfs. Deze zwoel onderkoelde oorwurm brengt de artistiek verantwoorde camp in een nineties jasje en springt alweer lekker postmodern om met popclichés. Dit zou wel eens de “Wonderful Life” van het tweede album kunnen worden.

Spijtig genoeg verlaat Hurts voor de rest van de plaat dit interessante pad voor een hele resem geforceerde en gefaalde experimenten. Met kitschy rock gespijsde stoerdoenerij bijvoorbeeld. Hoewel de heren nooit Depeche Mode zullen zijn, kan “Cupid” er als vreemde eend in de bijt nog net mee door, maar de goth cheerleaders, doom synths en slijpende vocoders wringen “Mercy” even verderop radicaal de keel om. De maatpakken nog niet te snel omruilen voor een leren broek dus. En al zeker niet voor een baggy exemplaar, want na “Sandman” speelden we toch even met het idee onze oren te laten zandstralen. Dergelijke nineties wannabe gangsta hip hop samples horen buiten The Lonely Island onze hedendaagse geluidsgolven niet meer te terroriseren. Nadien volgt een rondje boybandrefrein dat uitblinkt in kleurloosheid. De verantwoordelijken voor beide ingevingen mogen op staande voet ontslagen worden. Wie in het achtergrondkoortje van de finale zat, mag zich dan weer stante pede bij de beul melden.

Hoe je dergelijke draken met een uitgestreken gezicht kan zingen, vraagt een mens zich dan af. Met serieux heeft Hurts op Exile nochtans geen probleem, want meer dan ooit laten ze hun composities wellen in theatrale bombast. Tot je de kern helemaal zoek raakt zelfs. “The Road” trapt af als een compagnon voor in het holst van een regenachtige nacht, maar eindigt in een kakofonie van dramatische effecten. Ook bij “The Rope”, op zich al een fletsere opeenstapeling van clichés, leek een tienerneefje zich op het einde te mogen uitleven in de grote studiospeelgoedwinkel. Om bij die laatste dan nog over de lyrics te zwijgen. Laten we daarvoor eerder “Blind” aansnijden. Een aantal semi-gospelsamples uit een nineties uitverkoop waarover een derderangs Backstreet Boy “Cut out my eyes and leave me blind” staat te wenen. Voor het eerst neigen we als antwoord op het eeuwenoude dilemma voor doof te opteren.

Allemaal kommer en kwel is het nog net niet. In het laatste kwart trekt de plaat zichzelf opnieuw recht met een aantal mooie tranendallen als “Somebody To Die For” en “The Crow” om nog even bij te mijmeren wijlst de laatste sneeuwvlokken neerdwarrelen. De boot is tegen dan al te vaak tegen de ijsberg van de moeilijke tweede aangebotst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =