Meuris :: ”Het verslag staat al op Twitter voor het gedaan is”

Vijf jaar is het alweer geleden dat Stijn Meuris nog eens met eigen, origineel materiaal naar buiten kwam. Eerst was er Noordkaap, dan was er Monza, en nu is er Meuris. En eigenlijk was die naam er al even, want het was zo dat in 2010 nog Spectrum werd uitgebracht, een album met oude nummers in een nieuw jasje. Dat voelde blijkbaar goed, want de groepsnaam is gebleven.

Naar ondertussen goede gewoonte zijn de muzikanten dat niet, op gitarist Kris Delacourt na. Meuris is opnieuw op zoek gegaan naar vers, jong bloed, en als we hem mogen geloven, hangt er voor het eerst sinds lange tijd opnieuw een goeie vibe. Nieuw eigen materiaal, een nieuwe groep, en met wat lijkt op een herbronning, zouden we misschien zelfs kunnen spreken van …

Meuris: “Ik wil nu met een geweldig cliché openen, maar het voelt als een nieuwe start.”

enola: Dat zei je ook in één van de teaserfilmpjes: “hiervoor doe ik het …”
Meuris: “Om muziek te maken. Zo simpel is het. Dat was ik een beetje kwijt. Ik wik mijn woorden, want dat is niet zo tof voor anderen misschien, maar, zeker in de Monza-periode was het niet ok. Ik wist, we houden met moeite het schip drijvend, maar het drijft niet uit zichzelf. Sommige dingen voel je. Zoals een voetballer die weet: ‘tiens, da’s raar, we staan met 2-1 voor, en toch zijn we niet goed aan het spelen.’ Bij Monza klopte het niet. En de vreemde vraag die je je dan, denk ik, moet stellen, en die niet altijd zo fijn is om te beantwoorden: ‘hum, heeft het groepeke nut?'”

enola: Waarom moet dat nut hebben?
Meuris: “Nee! Terecht, dat heeft nooit nut! Maar er is een raar nieuw geheimzinnig ingrediënt dat zegt, het hoeft geen nut te hebben, in geen enkel opzicht, al zeker niet economisch. Maar … klopt het? En het rare was, we waren voor deze plaat exact een jaar geleden in een nieuwe samenstelling beginnen te repeteren, en al vrij snel voelden we, hey, ik voel dat het nut heeft.”

enola: Op een bepaald moment is er een discussie in de studio, en zeg je: “als platen dan toch niet meer verkopen, laat ons dan ons goesting doen.” In hoeverre deed je dat daarvoor dan niet?
Meuris: “Awel, terechte opmerking. Daarvoor deden we ook onze goesting, maar die leidde tot niets. Je kan wel halsstarrig en zeer koppig zeggen: ‘dit zijn wij, en dit doen wij‘. En als de rest van de wereld reageert: ‘so fucking what?’, dan sta je daar mooi. Dus als je dat delicate evenwicht weet te vinden … Ik zeg niet dat we het nu gevonden hebben, maar er is een poging ondernomen. Er is een andere manier van werken ontstaan die mij heel fel doet denken, en daarom ben ik ook zo blij, aan Noordkaap. Daar had het nut. Het rare is, toen had dat ook geen nut. Wij waren gewoon ‘een bandje’.”

enola: Maar jullie waren jonger, en waarschijnlijk idealistischer?
Meuris: “Ook. En misschien. Hoewel, je zou verbaasd zijn over hoe idealistisch ik ben. Maar het klopte, het had iets. In vergelijking daarmee was Monza sophisticater: die muzikanten waren beter, ik kon ook stilletjesaan iets meer. Maar het viel in geen enkele goeie potgrond. Terwijl, bij Noordkaap hing emotie. Ik heb deze zomer met Rik De Leeuw gespeeld. Dat was fantastich. Meuris vs. De Leeuw, een ideeke van onze manager. Een paar heel goeie muzikanten, 22 B-festivals, iedere keer fun. Ik heb opnieuw de fun ontdekt in muziek, omdat dat weer over onze oude muziek ging. We speelden afwisselend Kecks-nummers en Noordkaap-nummers, niet flauw doen. Maar wel heel goed gespeeld, beter dan toen. En wat mij vooral opviel was dat die oude nummers letterlijk emoties losweekten. Dat ik soms dacht, niet overdrijven jongens, het is maar een liedje. “Een heel klein beetje oorlog”, “Panamarenko”, “Het zou niet mogen zijn”, “Druk in Leuven”, “Satelliet Suzy”… Een aantal hits, maar zelfs onbekender werk, zo (roept een beetje) “Gigant”. Wat heel raar is, want als ik dat nummer zing, dan zie ik bij wijze van spreken het bierkaartje nog waarop die tekst stond, 5 zinnekes lang. Maar het publiek ziet een heel verhaal.”

enola: Maar als je dat op café op je bierviltje schrijft, komt dat ook wel ergens van in jezelf. Er zit een zekere spontaneïteit in, denk ik.
Meuris: “Die vergelijking maak ik dus. Bij Monza was het allemaal wat slimmer, en daardoor raakte het geen grond meer. Bijvoorbeeld, om één ding te zeggen, ik ben een geweldige fan van de uitvinding “repetitie met een groep”. Heel vervelend, en vermoeiend vooral. Ook slecht voor de oorkes. Maar bij Noordkaap repeteerden wij, zelfs op vaste basis, en daar maakten wij onze beste nummers. En ik weet precies waarom. Omdat wij aan het regisseren waren. Ik ben geen muzikant, maar iemand die zegt (geagiteerd) ‘Wowow, dien dissonant na die re, wa was … nee! Niks doen, niks doen! Doe nu … val eens in! Ik heb een stuk tekst! Hebt gij iets op piano? Doe is?!’ En dan een kwartier later … (hapt naar adem) ‘Nee … nee, ‘s ni goe.’ Maar een kwartier later is er weer zo’n idee. En zo werkte het, bij ons. Het was dat knutselen, en dat waren we kwijt geraakt. Wij begonnen de geneugten van het internet te ontdekken. ‘Ik mail u een basidee door’, en die zet daar keyboards op, en dan – efkes voorlopig – een digitale ritmebox. Dat worden drums eh, in de studio! Maar nu nog efkes gewoon … Et moi? ‘Awel ja, dus, als we die structuur hebben, dan vulde gij daar uwen tekst op in.’ Invullen? Zoals je het nu zegt? Ouh… ‘Jama, da’s de nieuwen aanpak, Meuris.’ I don’t like it.

enola: Toen ik de cd voor de eerste keren hoorde moest ik heel hard aan The Cure denken, en dan heel specifiek Seventeen Seconds en Faith.
Meuris: “Ik ben blij dat je dat zegt. We hebben onszelf natuurlijk een beetje verraden. Allez, verraden is veel gezegd. Toen we de plaat afgemixt hadden, en dat is een lang proces, dan is er altijd gaandeweg op 2/3de van dat proces het cruciale moment waarop iemand de playlist moet samenstellen. Ik, met name. De rest was wel betrokken, maar de uiteindelijke beslissing valt meestal toch bij de zanger. En dat is een heel moeilijk proces. Uiteindelijk heb ik gewoon gezegd: “Dichter bij de liefde” eerst. ‘Fiou, Meuris, dat begint echt gelijk The Cure.’ Dat kan mij geen kloten schelen. Do we like it? Yes, we like it. Dus, we beginnen daarmee. Trouwens, dat stukje van The Cure op “Dichter bij de liefde”, echt waar, ik ken alles van The Cure, it doesn’t exist. Het is een kleur die je herkent. Het had van hen kunnen zijn, als ze morgen gingen repeteren. Waardoor ze ons gingen plagiëren, hum. (lacht) Dat is het mooie aan muziek, dat geeft een impressie. Er was één leidend principe: ‘transparant, helder, en niet moeilijk doen’, en met niet moeilijk doen bedoelde ik, we zijn niet per sé op zoek naar de nieuwe Radiohead.”

enola: Dat viel mij ook heel hard op, het is vooral drum en bas, met een paar gitaarmelodietjes errond.
Meuris: “‘t Is transparant. Een beetje bruut, zelfs. We hebben in de mix gewoon knopen doorgehakt. En vanaf het moment dat iedereen snapte, ‘we gaan voor een soort ongepolijste ruwheid’, ja, dan was ik mee. Er is een kantje, en daar was ik naar op zoek. Alsof de groep daar live staat te spelen. Een totaal vreemde referentie, omdat het er ook niets mee te maken heeft, maar als voorbeeld … Toen Oasis begon, half jaren ’90, haatte ik die groep de eerste drie weken. Chantal Pattyn, toen nog op Update, was daar zot van en draaide dat iedere dag. En iedere keer: ‘Zet dat af! Dat is fout gemixt! Da… wa… Nen demo!’ En dan plotseling komt uw déclic. Namelijk, een autorit met grijs weer en regen tegen uw ruit, en dan “Champage Supernova”… of The Jesus And Mary Chain, daar had ik dat ook. ‘Hier klopt van alles niet.’ Joy Division, net hetzelfde. Martin Hannet, producties waarvan je zegt ‘was die zot, of wat?’ Nee, maar die had wel iets ontdekt dat nog maturiteit moest krijgen, en net omdat het niet matuur was, is het zo goed. Acheraf kon iedereen dat veel beter, maar beter was slechter.”

enola: Het is sterieler.
Meuris: “Ja. The Cure heeft dat ook heel fel. Neem nu Pornography, een plaat waar ik lang, toen ik die kocht als tiener, schrik van had. Daar zijn we natuurlijk nog ver vanaf. Ooit hoop ik, de volgende, als het ècht allemaal geen rol meer speelt, om gewoon te zeggen: ‘onze plaat is af!’ ‘Hoe? Ge moet er nog aan beginnen …’ ‘Neenee, die is af. Hier is die.’ Weet je wat ik heel fel voel? En nu kom ik tot een kern van een zaak, maar wat mij geweldig stoort, ondanks de vriendschappen die ik met veel muzikanten en hun muziek heb, is dat alles in België heel zacht is geworden. Alles. Er is een soort … de Grote Verzachting. En allemaal goed, hé! Maar alles zit in een soort sophisticated discours, en het doét mij zo weinig.”

enola: Maar was dat vroeger dan beter?
Meuris: “Mag ik daar kort op antwoorden?”
enola: Absoluut.
Meuris: “Ja.”
“Toen ik naar concerten begon te gaan, toen ik 17, 18 was, heel dat circuit van toen: TC Matic, Luc Van Acker, La Vie Est Belle, Luna Twist, Red Zebra, The Kids … al die bands, hoe verschillend ook, hadden een bepaalde irritatiefactor. Dat had iets, dat jeukte. Soms had dat iets onbeschrijflijks, of unheimlich zelfs, waardoor je dacht ‘ik weet niet goed wat ik gezien heb, maar ik heb wel iets heel strafs gezien’. En nu wil ik niet de flauwe plezante uithangen, maar is dat nu nog het geval? TC Matic speelde vroeger altijd in zalen als Posthoorn in Hamont, wat ik trouwens geweldig mis. We hebben nu een veel chiquer circuit, maar wel honderd keer kleiner. Ik merk dat bij ons ook, als ik daar met onze booker over bezig ben. ‘Waar gaan we spelen, Ron?’ ‘Ja, te gek! AB, Depot, Muziekodroom, Handelsbeurs, Trix …’ ‘…en verder? Toch ook in de Posthoorn in Hamont?’ ‘Dat weet ik nog niet.’ Jawel! Want vreemd genoeg, daar gebeurt het! Dat zijn die mensen die, zoals ik vroeger, drie maanden op voorhand een ticket kopen en op hun frigo hangen. En dat is georganiseerd door de handbalclub. Ok, die hebben dan de foute t-shirts aan achter de tap, maar dat concert was wel altijd goed. Als je daar een goed concert had gespeeld, in Oost-Eeklo, en je reed daar om 1 uur ‘s nachts met uw buske weg, dan had je even het gevoel: ‘hier hebben we een verschil gemaakt, in deze jeugdclub.'”

enola: Als ik tegenwoordig naar optredens ga, kan ik mij mateloos irriteren aan mensen die hun Facebook staan te bekijken tijdens het optreden, dat soort zaken.
Meuris: “Bijvoorbeeld. (lacht) Het verslag staat al op Twitter voor het gedaan is.”

enola: In hoeverre heb je dat zelf zien evolueren, de houding van het publiek tegenover een band?
Meuris: “Ja, de concrete omwenteling moet geweest zijn dat je bij een nummer als “Satelliet Suzy” de ene week nog aanstekers omhoog zag gaan, en de volgende verlichte iPods. Dat ik dacht, tiens, dat ziet er iets anders uit, wa’s da? Dat is het eigenlijk, daar ergens moet het kantelpunt gelegen hebben. (korte stilte) Nee, er is iets, maar, nogmaals, als ik het mezelf hoor zeggen, dan denk ik ‘Meuris, wat zegt ge allemaal?’ Maar het klopt wel, als een publiek niet zozeer komt voor de nummers of de artiest, maar meer voor het collectief publiek, dan is er iets mis. En dan kan je zeggen ‘oeh, dat klinkt arrogant, Meneer denkt dat we naar hem moeten kijken?’ Neen, maar het is wel een afspraak …”

enola: (protesterend) Ik vind van wel! Als je een ticket koopt voor een groep, dan ga je om die groep te zien!
Meuris: Ja, ik vind dat ook. Maar steeds minder mensen vinden dat wat er op het podium gebeurt de hoofdzaak van de avond is. En dan krijg je een vreemd fenomeen. Je merkt dat goed aan grote festivals, waar je met scha en schande heel snel leert dat je setlist anders moet worden opgebouwd. Nu, dat kan, ik vind dat ook niet erg. Maar heel die opbouw, die structuur, is zo anders. Waarom? Omdat in het begin dat we de grote festivals deden, we letterlijk merkten: ‘wij zijn geweldig aan het spelen, en die gaan allemaal weg!’ Fout. Wij waren fout. Het publiek nooit.”

enola: Dat is toch absurd. Je gaat toch naar een festival …
Meuris: Ja maar, da’s het collectieve dat wordt afgeleid. Vanaf het moment dat je letterlijk een paar dB onder de norm gaat, horen ze die tent achteraan… ‘Hey!’ Rrrt… en ze zijn weg. Dat heeft iets van een vreemde sekte, die een zéér short attention span heeft. Ik vind dat raar. Dat is echt on-ge-loof-lijk.”

enola: Wat mij toch ook wel opviel, in je teksten, is dat het heel vaak over de minder aangename kanten van de mensheid gaat.
Meuris: (kijkt bedenkeljk)

enola: Err, “Omerta”, “Het Is Weer Goed Geweest Vandaag”, al die nummers.
Meuris: “Ja, da’s waar.”

enola: Daar zit toch een zekere wrijving in?
Meuris: “Maar niet als een soort psychoanalyticus, helemaal niet. Het is een geweldig cliché, en ik heb dat al vaak in interviews gelezen bij anderen, maar het klopt wel. Donkerte en die kant, dat klinkt heel puberaal wat ik nu zeg, dat laat zich makkelijker beschrijven. De ideale combinatie heb ik eigenlijk altijd gevonden: The Smiths. Daarvan was de muziek vrolijk, en de teksten donker. Dat is een unicum.”

enola: Maar aan de andere kant, al die platen zoals Pornography, die platen waar je bang van wordt. Dat zijn ook geen platen die gaan over …
Meuris: “Ja, de luchtigheid.”

enola: Als je dan wil gaan voor dat éne ding dat impact heeft …
Meuris: “Ja… Je kan te ver gaan, hé.”

enola: Zoals?
Meuris: “Ik geef eerlijk toe dat ik ook een grens had. Mijn broer bijvoorbeeld, twee jaar jonger, die ging vaak óver die muzikale grens. Laat ons zeggen dat die Pornography als een soort hitwonder beschreef, in zijn universum. Bij hem begon het te tellen vanaf de Virgin Prunes, terwijl het bij mij daar eindigde. Het moest altijd toch nog een illusie van hitgevoeligheid hebben. Maar dat hoefde niet per sé ‘hoera hoera’ te zijn. Ik zeg maar iets, Fad Gadget. Wow! (enthousiast) ‘Shave it! Shave it! Shave it!‘ Ik vond dat heel akelig, maar tegelijkertijd kon dat nog nèt op de radio. Het blijft boeiend. Ik word nu, omwille van de release van die plaat, ook weer gedwongen om na te denken over muziek, maar dat is goed. Muziek is belangrijk. Nu klink ik als een predikant, maar dat is zo. Puur economisch, nul komma nul. Radio-formatgewijs ook steeds minder. Er is steeds minder een echte prikkel. Terwijl het landschap veel breder geworden is, is het dus minder diep geworden. En toch blijf ik het belangrijk vinden. Toch is er af en toe dat ene nummer op de radio waarvan je zegt, ‘wow, hier doe ik het voor’.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 4 =