Villagers :: 5 maart 2013, Botanique

In een broeihete Orangerie kwamen Villagers hun nieuwe album {Awayland} voorstellen. Met een overvloed aan enthousiasme en onbevangenheid palmden de Ieren de grote zaal van de Botanique volledig in.

Villagers hadden twee voorprogramma’s meegebracht, waarvan wij enkel de laatste meepikten. Londenaar Luke Sital-Singh, een jongeman met bril, gitaar en krachtige stem. Aan zijn teksten te horen, is hij duidelijk een romantische ziel. Geen idee of het hem wat opgebracht heeft aan de merch stand achteraf, maar hij meende het alleszins. Het publiek bedankte hem met een aandachtige stilte, iets wat toch wel een zeldzaamheid mag genoemd worden.

Ondertussen begint de zaal aardig vol te lopen voor de hoofdact van de avond. {Awayland} moet indruk gemaakt hebben, want de Orangerie was uitverkocht. De heren van Villagers hadden duidelijk het plan opgevat om ons omver te blazen. Frontman Conor O’Brien schreeuwt iedereen meteen wakker in “Grateful Song”. Een tengere, kleine opdonder is het, de bezieler van Villagers, gitaar steeds dicht tegen zich aangeplakt, maar hij is wel het hoofdpersonage in dit verhaal. Dat zie en hoor je in het charmante “Home”, waarin hij mooi in dialoog gaat met zijn kompanen.

“Everybody ok?”, vraagt O’Brien met iets te veel joligheid in de stem. “Die is duidelijk zat”, horen wij iemand zeggen. Met het einde van hun Europese tournee in zicht mag het er al wat losser aan toegaan natuurlijk. Interessanter is hoe Villagers er wonderwel in slagen om hun oude en nieuwe songs vlot in elkaar te laten overvloeien. Evident is dat niet, want debuut Becoming A Jackal is muzikaal veel subtieler dan {Awayland. Villagers vervelen echter geen minuut. Zo wisselen ze met gemak het vrolijke “The Pact (I’ll Be Your Fever)” af met het eerder beladen “Earthly Pleasure”, waarin O’Brien elke lettergreep van zich afbijt. Tussendoor brengen ze ook nog eens de veelbelovende nieuwe song “Memoir”.

Problemen met de keyboards halen de vaart wat uit de set, maar gelukkig is O’Brien een vlotte verteller. Met de uitspraak “If only we were a real folkband, we wouldn’t have to deal with all this shit”, krijgt hij meteen ook de lachers op zijn hand. Toch kunnen wij ons niet helemaal van de indruk ontdoen dat er technisch soms wat fout zit, zeker als het iets luider gaat. Het einde van “Rhythm Composer” klinkt daardoor iets te veel als een brij.

Met het dreigende “The Waves” zetten Villagers hun slotoffensief in. Ondersteund door blieps en lichtspektakel zeurt O’Brien zich met een repetitief “Approaching the shore” naar een soort van trance. Een strak “Ship Of Promises” sluit de set af. Een knap einde van een sterke show.

Maar dan moet het beste nog komen. Tijdens de bisronde laten Villagers zich van hun puurste kant zien. Eerst blinkt O’Brien uit in het solo en akoestisch gebrachte “That Day”. Daarna volgt het loepzuivere “My Lighthouse” en afsluiten doen ze met de oldie “On A Sunlit Stage”. Mooier dan dat kon het allicht niet meer worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + vijftien =