Esben And The Witch :: Wash The Sins not Only The Face

Na de pekzwarte horrortrip van debuut Violet Cries mag er wat zonlicht binnen op de tweede plaat. Alleen worden de beperkingen en onvolkomenheden van Esben And The Witch daardoor ook duidelijker zichtbaar.

Toen Violet Cries verscheen in 2011, overschaduwde dat debuut meteen alle aandacht die Esben And The Witch getrokken had door vaak getipt te worden als een van de bands om in het oog te houden. Een Florence + The Machine from hell — en nee, dat is geen pleonasme. Aanvankelijk nog aangezwengeld door het aardedonkere “Marching Song”, met een clip waarin de drie bandleden verrot geslagen werden, vervloog het momentum echter al gauw. Het debuut bleek meer sfeer dan song te bevatten en rook wat te veel naar effectbejag om efficiënt te zijn. Een debuut dat de honger naar echte songs aanwakkert, is bezwaarlijk geslaagd.

De band beweerde toen al maniakaal bezig te zijn geweest met de opbouw van hun nummers. Wash The Sins… doet vermoeden dat dat nu geenszins minder was. Maar doet dan tegelijk ook vermoeden dat de band niet beter kan, en dat is een probleem. De vooruitgeschoven single “Deathwaltz” blijkt dan ook symptomatisch te zijn. De eerste helft is zonder twijfel het beste wat het Britse trio al schreef: verrassend toegankelijk met een Rachel Davies die met een hoge, haast sussende stem zingt en haar teksten niet meer debiteert als de heks uit de groepsnaam haar toverformules. Alleen: na drie minuten weet de band zich er geen raad meer mee en breit er een overbodige coda van twee minuten aan die alle spanning en schoonheid uit de song wegzuigt. Jammer.

Toch bewijst “Yellow Woods” dat het wel kan, met een uitstekende, aanzwellende opbouw onder roffelende impuls van Daniel Copeman die er aan het einde een “danse macabre” van maakt. Dat niet elke song op die manier naar een climax toewerkt, is een val waar EATW gelukkig in een weide boog rondloopt. Al is de keerzijde dan weer dat het alternatief van die voorspelbaarheid doelloosheid is. Vallen daar niet onder: openingsnummer “Iceland Spar” dat de gitaren in een vat postrock laat weken zonder gedateerd te klinken. Nog opwindend is het jachtige “Despair”, waarin EATW ondervindt dat een gewone rockband zijn ook z’n charmes heeft. Ze klokken beide af onder de drie minuten en het is goed zo.

Nog op de beste momenten van Wash The Sins verdringt weemoed naargeestigheid: “A terrible thing, this terrible love / It’s all that I have, it’s all that I am” zingt Davies op het treffendste moment van de plaat, halverwege “Deathwaltz”. “The Fall Of Glorieta Mountain” neigt naar de soundscapes van de eerste plaat, maar buigt die sinistere sfeer om in verstilling wanneer Davies “Are you the answer or are you an echo?” prevelt. Van beklemming is geen sprake meer, van ontroering ei zo na wel. EATW is dus wel degelijk gegroeid.

Maar niet voldoende. “Slow Wave” bevat letterlijk echo’s van het debuut en is zo’n voorbeeld dat doelloos naar het einde waggelt. “Shimmering” zit in een houtgreep van geluidseffecten en hervalt dus in de beginnersfouten, net als “Putting Down The Prey” waarin Davies’ gezang tot geijl verwordt waar zelfs zij geen boodschap aan lijkt te hebben. Nee, dan liever “When That Head Splits” dat klinkt als een overgangsfase tussen beide platen, met een daverende percussie die de song laag per laag laat openbloeien, niet aanzwellen. En ten slotte het geniaal getitelde “Smashed To Pieces In The Still Of The Night” dat er alsnog in slaagt een stevige kopstoot te geven aan het einde.

Net als Violet Cries bevat deze tweede onevenwichtige plaat uitschieters en uitschuivers. Op het debuut konden die laatste zich nog konden verschuilen achter een pertinente, macabere sfeer, op Wash The Sins treden ze nadrukkelijk voor het voetlicht. Esben And The Witch groeit maar lijkt steeds op dezelfde grenzen te botsen. Het doet vrezen dat het trio, zoals de personages in het Deense horrorsprookje waarnaar ze zich vernoemd hebben, geen lang en gelukkig leven zal beschoren zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 7 =