Kanye West :: 27 februari 2013, Vorst Nationaal

Kanye zou naar de fashion week in London gaan. En een beetje later naar de défilés in Parijs. Vond de missus wel tof. Jongens, dat zou dus wat gaan kosten. Er zat dus niets anders op dan op het allerlaatste moment een kleine tour in elkaar te boksen. Ticketjes gingen pas vorige week in verkoop, en dat aan de epoustouflante prijs van 70 euro.

Wat kregen we voor dit geld? Een gigantisch wit decor, dat hoofdzakelijk bestond uit één groot projectiescherm, een hellend vlak, en nog een plafondscherm. Ergens opzij was nog plaats voor drie muzikanten, maar voor het overige was er volop ruimte voor Kanye en dat gigantische ego van hem. Daar draaide het uiteindelijk om, en daar had een half Vorst Nationaal zoveel duiten voor neergeteld.

De setting van de projecties had iets van de Tiny-reeks: Kanye in de Zuidelijke IJszee, Kanye in de bergen, Kanye in de winter. “Straks: Kanye koopt een pony” , denken we nog, maar het blijkt Kanye tussen de vogels te worden. Het is bij momenten imposant, maar muzikaal loopt één en ander aanvankelijk haperend. De tradities van Vorst Nationaal getrouw verzuipt opener “Cold” — met die sample van M.O.P.’s “Cold As Ice” — in de galm, is West zo goed als onverstaanbaar, en lijkt alles meteen al op zijn gat te zullen vallen. De geluidsman wordt gelukkig net op tijd wakker, en bij een juichend onthaald “Can’t Tell Me Nothing” glijdt alles even vlotjes in de sporen.

West zet zelfs even meteen een winning streak in. “Power” spat uit de speakers, “Jesus Walks” kopt overtuigend binnen, en dan put hij uit het onderschatte 808’s And Heartbreak voor wat het hoogtepunt van de avond zal worden. Er breekt een heuse sneeuwstorm uit in Vorst voor “Say You Will” en “Heartless”: niet zijn grootste hits en al helemaal niet zijn meest toegankelijke nummers. Toch wordt het refrein van “Heartless” enthousiast meegezongen, wat zowaar een glimlach op Wests facie tovert en hem inspireert om het zaakje nog wat te rekken: wat gitaar- en synthgesoleer en West die bezadigd staat mee te jammen. Geen groots hiphopfeest, maar wel vijftien minuten waarin een eigengereid artiest op het podium leek te staan en ook het kwartier waarin hij echt zijn zin leek te doen.

“Homecoming” — met Chris Martin op band — schroeft het feestgevoel op. “All Of The Lights” zou de boel volledig moeten doen ontploffen, maar doet het tegenovergestelde. West maakt er een stuurloze soep van die finaal ontspoort in chaos en Rihanna en koor. Dus brengt hij de tweede helft van de song in een soort unplugged-versie, zonder de waanzinnige dancehallbeats die het dak eraf hadden moeten jagen.

En dan is het ook echt gedaan: “Clique” dreigt als een puber die niet zo hard op de trap stampt als hij zelf wel denkt. Waarna fijne hits als “The Good Life”, “Diamonds Of The Sierra Leone” en vooral “Stronger” op een drafje en in verkorte versie worden afgehaspeld. West heeft er duidelijk nauwelijks nog zin in. Zelfs “Runaway” brengt geen soelaas. De kale synthtonen worden op gejuich onthaald en ook nu weer wordt er enthousiaster dan strikt nodig mee gezongen. West zit intussen verstopt achter een masker van geslepen glas (no way dat de man een fortuin aan diamanten meesleept) en priegelt en autotunet een wel erg ongeïnspireerde soloversie bij elkaar. Wat op My Beautiful Dark Twisted Fantasy moeiteloos 9 minuten boeit, wordt vanavond na drie minuten een hopeloos saai potje pseudo-artistiek gewank, waar zelfs de Bon Iver-sample uit “Lost In The World” niets aan kan veranderen. En dat bisnummer (een op album behoorlijk geweldig “Touch The Sky”) zagen we al beter gebracht door een boer met kiespijn.

Conclusie? Kanye West is een kalf. Een hypergetalenteerd kalf, dat wel, maar geen idee wat hij met dit concert wilde bewijzen. Door het last minute bekend te maken en de astronomische ticketprijs, worden de verwachtingen sowieso al wat hoger. Maar West beseft niet dat wat spektakel en een rits hits (want laten we eerlijk zijn: zet die setlist even in een playlist en u heeft een topfeestje) niet voldoende ingrediënten voor een fantastisch concert zijn. Daarvoor zou hij misschien net iets meer met zijn publiek en minder met zichzelf moeten bezig zijn.

Maar toch: het is makkelijk Kanye West-bashen, zeker als hij de deur consequent wagenwijd openzet voor kritiek op zijn ego en megalomanie. Dat ego en die megalomanie hebben ook al tot zes goede tot fantastische albums met bij wijlen onnavolgbare productie gezorgd. In Vorst zagen we niet het memorabele concert waar we op hoopten toen we impulsief 70 euro neertelden, maar de eerste helft was wél herinnerenswaardig. En als we even zo lief zijn om te vergeten hoe lang wij voor dat ticket moeten werken, zagen we vooral een artiest die overhoop ligt met zichzelf, de wereld, zijn status en de verwachtingen. Het minimalisme van “Say You Will”, “Heartless” en “Runaway” leek hem nauwer aan het hart te liggen dan de hits, maar het vergt durf om vanuit zijn positie enkel op dat geluid voort te borduren. Hoog tijd dat hij ook buiten de studio de Radiohead van de hiphop wordt. En in afwachting daarvan denken wij wel tienmaal na voor we nog een ticket voor een concert van hem kopen. In Vorst was hij hooguit 40 euro waard. Verdienstelijk, maar we zouden toch graag een waardebon krijgen voor het verschil. Helaas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 13 =