Ron Sexsmith :: Forever endeavour

Het vorige Ron Sexsmith album, Long Player Late Bloomer trok verrassend genoeg nog de kaart van de breed uitwaaierende arrangementen met potige elektrische gitaren en een stevige drum. Gelukkig heeft Sexsmith na zijn vorige, wat wisselvallige uitstapje opnieuw voor een ingetogen aanpak gekozen. Forever Endeavour is een plaat waarop Sexsmith achterom kijkt en de balans van het verleden opmaakt.

Dat Sexsmith toch niet zo minimaal klinkt als op zijn vorige platen, bijvoorbeeld Retriever uit 2004, heeft hij te danken aan de prachtige, warme productie van Mitchell Froom, die ook al verantwoordelijk was voor de productie van zijn titelloze debuutalbum. Froom heeft namelijk de plaat van hoorns en strijkers voorzien en het resultaat is dan ook een uitgekiend, prachtig gearrangeerd album. Forever Endeavour is het soort van nostalgisch, met goud omkaderd plaatje dat perfect op een zondagochtend past nu het nog koud genoeg is om smachtend naar de eerste zomerbries uit te kijken.

Dat dit geen polonaise-album geworden is, maakt opener “Nowhere To Go” al onmiddellijk duidelijk: “When your spirit is falling/Plummeting from all high/All you see is the ground/And there’s nowhere to go but down”. De warme, soulvolle hoorns en strijkers doen denken aan het beste van Bill Whithers of Otis Redding. “If Only Avenue” is een door warme baritongitaar gedragen ode aan de aanvaarding van hoe het leven loopt en die alle gemiste kansen met een zucht laat voor wat ze zijn: “It’s strange, as people we’re prone to dwell / On things that we can’t undo / And we’re liable to wander down / If Only Avenue”.

Forever Endeavour is niet alleen een album over het verleden, het is ook een album dat muzikaal teruggrijpt naar oude soul en blues. “Snake Road” is een veerkrachtige opsteker die vooruitkijkt naar de toekomst en vaagweg doet denken aan Van Morrison zoals hij al in meer dan een decennium niet meer klinkt. “Sneak Out The Back Door” brengt dan weer een korte country-blues à la mode de Sonny Terry & Brownie McGhee waaraan enkel nog een mondharmonica ontbreekt.

”Blind Eye” had het absolute hoogtepunt van de plaat kunnen zijn met zijn prachtige, van Otis Redding weggelopen, slepende melodie. Het nummer draagt de belofte een absolute klassieker te kunnen worden, maar wordt jammer genoeg onderuit getackeld door een iets te banale tekst over “all the tears people cry”. Zonde. Ook “Lost In Thought” gaat ondanks de Frank Sinatra violen iets te zeurderig voorbij, maar “Back Of My Hand” doet gelukkig denken aan Mark Olson en Gary Louis van The Jayhawks, zingend op een zonnige veranda. “Me Myself And Wine” is een jaren 20 jazz-getint liedje over ouder worden en de kleine geneugtes van een glas wijn en muziek. De flauwe woordspeling uit de titel moet u er dan maar bij nemen.

Als er iets ontgoochelend is aan dit album, dan is het wel dat Sexsmith zich net iets te vaak in flauwe woordspelingen of rijmelarij verliest. Zo hoorden we in “Blind Eye” het nogal tam klinkende versje “God must have gone fishing now” terwijl “Nowhere Is”, hoe mooi het ook is in al zijn Neil Diamond-glorie, toch te veel op een banaal refrein leunt waardoor het nummer ineenzakt: “I know where / I’ve been there / And now I know / Where nowhere is”.

Ondanks de soms niet meer dan passabele teksten is dit één van Sexsmiths mooist gezongen en meest uitgekiend gearrangeerde albums in jaren. Verrassend is dit album niet, het is een typisch Sexsmith album met korte, beknopte liedjes die vaak recht naar het hart gaan en die ondanks hun vele, prachtig gearrangeerde franjes (hoor die intro van “Lost In Thought, om in te kaderen zo mooi) nooit te lang aanslepen en die bovenal het leven in al zijn volheid aanvaarden en innig warm omhelzen. In de prachtige afsluiter “The Morning Light” staat Sexsmith oog in oog met zijn eigen sterfelijkheid en komt tot de ontwapenende conclusie: “But for the grace of love / We are here”. Zo is het.

Ron Sexsmith komt op 1 maart naar de Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =