The Joy Formidable + Bloc Party :: 19 februari 2013, Lotto Arena

Er zijn nog maar weinig zekerheden in het leven. De verwachte triomftocht van de meest gehypete comeback in het alternatieve circuit draaide uit op een pijnlijk non-event aangedreven door een zielloze, ongeïnspireerde set en een frontman die leek te vergeten dat er ook nog een volledige band op het podium stond.

De ervaring leert dat hoofdacts die lang op zich laten wachten op het punt staan hun publiek te vervelen. De avond was nochtans méér dan uitstekend begonnen. Met The Joy Formidable wist Bloc Party een van de grote toekomstige festivaltoppers voor hun kar te spannen. In vergelijking met eerder dancegerichte openers zoals Delphic en Metric, bleef the Joy Formidable wel overeind in een van Vlaanderens grootste betonnen bunkers. De band speelde een strakke set en wist het publiek –- of het deel dat toen al aanwezig was — duidelijk te enthousiasmeren. De krolse houding van leadzangeres Ritzy Bryan, een meer dan geslaagde kruisbestuiving tussen een nuchtere Courtney Love en de rauwe energie van The Pretty Reckless, sloeg makkelijk aan en lokte zowaar een explosieve, lijfelijke tegenreactie uit van bassist Rhydian Dafydd. Het geheel had regelmatig wat weg van een echtelijke ruzie uitgevochten op gitaar. Zelden een supportact gezien die zo overduidelijk klaar was voor meer en die, all things considered; beter wist te boeien dan de hoofdvogel.

Je moet het Bloc Party natuurlijk wel nageven. Comebacks zijn aartsmoeilijk, laat staan wanneer gekrenkte ego’s en breed uitgesmeerde muzikale meningsverschillen aan de basis liggen van een conflict dat gerust gezien mag worden als een interne Koude Oorlog. In dat opzicht stond Bloc Party er wel, maar het werd erg snel duidelijk dat de band die dinsdagavond met zichzelf in het reine probeerde te komen nog enkel een schim was van zijn vroegere zelf.

Opener “So He Begins To Lie” klonk voorzichtig optimistisch. Voor de grote verzoening speelden de jongens onder het badende licht van vier cirkels die — ironisch genoeg — een perfecte eenheid vormden. De lichtshow en de opgepompte, haast voelbare riffs van het nummer gaven de indruk een mooi gestileerde acid tripte mogen verwachten. Opvolgers “Trojan Horse” en “Like Eating Glass” deden daar nog een schepje bovenop, maar enkele minuten later leek het wel alsof de stekker genadeloos uit het optreden werd getrokken. Geen nummer dat de algemene teneur beter typeerde dan “Montréal”: prekerig en slaapverwekkend.

De punkige no-nonsense aanpak die de vorige shows van de band typeerde en die steeds garant stond voor een moordende aaneenschakeling van hoogtepunten, werd vervangen door een setlist die je niet anders dan als een compromis kan beschouwen. Nummers uit het laatste album Four, zoals “A Team” of “Day Four”, konden maar op weinig bijval rekenen en vaak was het wachten op golden oldies zoals “Banquet” of “Flux” om toch wat beweging in het publiek te brengen. De haast constante aanmoedigingen van frontman Kele om er toch een groot feest van de maken, werden door te veel slecht gekozen rustpunten zelf vakkundig de nek omgewrongen. Waar was dat feestje? Geen idee; maar alleszins niet in de Lotto Arena…

Muzikale evolutie, of liever, de drang om te willen evolueren, lijkt voor Bloc Party haast een overkomelijke drempel te worden. De duidelijke breuklijn tussen het emotieloos gebrachte gitaargeweld van Lissack en Moakes en de oppeppende blockrocking beats van Kele liet een zichtbare indruk na. Een frontman die zijn gitaar als dwangbuis lijkt te dragen en nonchalant wat voor zich uit staart tot het verplichte deel van de show over is, werkt niet opbouwend. Het vet is opnieuw van de soep en de grote Kele feat. Bloc Party-show lijkt weer begonnen. In The Barn op op Rock Werchter krijgen de jongens alvast one more chance. Hoe dan ook, wij hopen alvast niet op een miracle.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − twaalf =