School of Seven Bells :: Ghostory

En toen waren ze nog met twee… Want jawel, School of Seven Bells begon enkele jaren gelden als een trio, met Benjamin Curtis aan het productieroer, en de zusjes Alejandra en Claudia Deheza aan de microfoon. Die laatste gaf er na het vorige album, eind 2010, de brui aan, en deze Ghostory is het eerste album dat als duo gemaakt werd.

Naar eigen zeggen hebben we hier te maken met een conceptalbum, dat de liefdesperikelen van een zekere “Lafaye”, meteen ook track drie op het album, verhaalt. Deze Lafaye zou een fictief personage moeten voorstellen dat de luisteraar in staat stelt zich te identificeren met haar ervaringen, die we zelf allemaal wel eens meemaken of meegemaakt hebben. Niettegenstaande het feit dat wij verzot zijn op verhaaltjes, zal deze hele uitleg ons eerlijk gezegd worst wezen. Een goed album verklaart tenslotte zichzelf.

Concept of niet, wat alleszins als een paal boven water staat, is dat dit album een wereld op zich herbergt. Het moet al van Blonde Redheads magistrale epos 23 geleden zijn dat we nog zo het gevoel hebben gehad een sprookjesachtig luchtkasteel te betreden, waar alles licht is en licht geeft (zie ook de hoesfoto). Luchtkastelen zijn niet echt, ze zijn bigger than life, en al blijkt opener “The Night” iets kleiner te zijn dan dat, opvolger “Love Play” trekt alle registers open om resoluut diezelfde emotie achterna te gaan, en vanaf dan verliest het album dit doel niet meer uit zijn oog.

De productie is werkelijk grandioos, met zijn gigantisch wijd opengetrokken synthesizer pads, galmtapijten rond Deheza’s op zichzelf al dromerige stem, die in hun majestuositeit de Perziërs doen verbleken, en gitaren die, verdrinkend in de effecten, alles aan elkaar lijmen. Moest u het nog niet doorhebben, er zit een behoorlijk shoegazesmaakje aan deze muziek. Maar in tegenstelling tot het vaak gezapige karakter van deze laatste, prefereert School om er regelmatig een stevige discobeat tegenaan te gooien, merkwaardig genoeg met een rocksound, wat het allemaal toch net dat ietsje edgier maakt, en er mede voor zorgt dat uw aandacht niet snel verslapt.

Laat dat net een van de sterkste punten van dit album zijn: de manier waarop het de aandacht blijft opeisen, en om dat te kunnen doen, dient er af en toe ook eens uitgeblazen te kunnen worden. Niet alleen weet School perfect de adrenaline-rushmomenten binnen de nummers op gepaste tijd te counteren met een paar maten ademhalen om vervolgens en force terug te keren, ook het drumloze middelste nummer “Reappear”, dat wat trager is dan de rest en voornamelijk gedragen wordt door ettelijke lagen stem en traag evoluerende etherische synthesizerklanken, staat daar bepaald niet onaangenaam. Het vormt mooi de overgang van de gebroken eerste helft, waar onze luchtkasteelprinses constant depressief rond loopt tengevolge de breuk met haar prins, via een revelatorisch “er moet iets veranderen”-moment (“You know it’s time/To find the will/To reappear/Back/Into your life”), naar de tweede helft waarin ze stilaan terug het licht aan het einde van de tunnel ziet. Deze overgang wordt werkelijk prachtig uitgebeeld wanneer “Reappear” traag wegtrekt met wat crunchy klanken die vervolgens herrijzen als vette fuzzy bas bij de intro van het volgende nummer, alsof we iemands naïviteit langzaam hebben zien verdwijnen, om vervolgens terug te keren als een nieuwe, ietwat gedesillusioneerde mens die sterker in zijn schoenen staat. Als conclusie krijgen we een krachtpatser van een nummer voorgeschoteld, waarin we onze heldin met hernieuwde en versterkte zin in het leven, alsook een nieuwe prins, zien verdwijnen in de ondergaande zon.

Deze dikke acht-en-een-half minuten durende afsluiter “When You Sing”, krachtpatser dat hij is, speelt wel heel erg leentjebuur bij My Bloody Valentines “Soon”. Gezien de kwaliteit en eigenzinnigheid van wat er aan vooraf gaat, alsook het feit dat de verschillen het uiteindelijk toch winnen van de gelijkenissen, beschouwen wij dit graag als een ode, eerder dan plagiaat.

School of Seven Bells heeft een heel straf staaltje shoegazy dreampop afgeleverd, dat er wonderwel in slaagt om weg te komen met zijn vingerdikke laag pathos, mede door niet alleen maar weg te walmen in zelfmedelijden, maar ook de nodige dosis punch te injecteren in de formule. Het album luistert weg alsof je naar een film kijkt, en realiseert op dat vlak mooi zijn ambitie om een coherent verhaal te vertellen. En net zoals deze recensie eindigt dat op een positieve noot. Dat ze nog lang en gelukkig mogen leven!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − drie =