Yo La Tengo :: Fade

Een nieuwe Yo La Tengo, daar maken we kartonnen aftelkalenders voor, vullen we ons Facebook-profiel mee, bezoeken we nog eens een bandsite voor. Met minstens vijf klassiekers op z’n palmares en een levensduur die stilaan naar de drie decennia kruipt, is de band het stadium van vaste waarde al lang gepasseerd. Yo La Tengo, dat is een monument. Het is dan ook wat frustrerend dat Fade niet de verhoopte zesde klassieker geworden is.

Hoewel de albums slechts om de 3-4 jaar verschijnen, zijn er volop redenen om de band fulltime aan het hart te drukken: de jaarlijks terugkerende Hannukah-concerten in Maxwell’s (jammer dat het zo ver is), het garagerockende nevenproject Condo Fucks, de zwierige covers van verwachte (Velvet Underground, Jonathan Richman) en minder verwachte (Randy Newman, Archie Bell & The Drells) artiesten, een EP met vier kierewiete versies van één Sun Ra-song, eentje met remixes door onder meer De La Soul, de nevenprojecten van James McNew, de obsessie met eten on the road, enzovoort. Na bijna dertig jaar, waarvan intussen al twintig in ongewijzigde bezetting, kan je een avond vullen met YLT-trivia. Of anders Jesse Jarnows Big Day Coming: Yo La Tengo And The Rise Of Indie Rock nog eens erbij nemen.

En het begint op Fade ook allemaal indrukwekkend. “Ohm” is vintage Yo La Tengo, met een melodie die rechtstreeks uit de jaren zestig leviteert, gitaren die zinderen met een sitarachtige klank, een stampend en hypnotiserend ritme, een schwung waardoor je een goedlachs gospelkoor gaat verwachten. De densiteit neemt toe, de gitaren duiken prominenter op, en halverwege, als The Beach Boys en Big Star terzijde geschoven zijn, begint Kaplan aan een zoveelste gitaarsessie, zinderend en knetterend in de beste traditie. Je weet nu al dat dit live tot een hoogtepunt zonder weerga kan leiden. Het is dan ook jammer dat je het dan meteen ook gehad hebt met extensieve jams, want Fade moet zowat de eerste plaat sinds Fakebook zijn waar niet minstens een kolos van een kleine tien minuten (of meer) op beland is.

Zolang dat wordt gecompenseerd door songs als “Is That Enough”, valt er weinig te klagen. Aaibare, maar aanstekelijke folkrock waar ze twee decennia geleden al patent op hadden, met de mompelvocalen van Kaplan, verleidelijke backing vocals van Hubley, het plotse opduiken van strijkerspartijen en een sfeertje dat eigenlijk niet zo ver verwijderd is van de zachtaardige kant van Steve Wynn. Met het tweeluik “Well You Better” en “Paddle Forward” blijft het pieken: de eerste is compacte indiepop-met-zeurorgeltje van het soort waarvoor de Engelsen de term ‘irresistible ditty’ uitvonden. Het tweede kon met z’n schurende shoegaze-textuur zo op I Can Hear The Heart Beating As One gestaan hebben.

De eerste albumhelft wordt afgerond met “Stupid Things”, zo’n hypnotiserend stuk dat gerust een kwartier mocht blijven verder daveren. Dromerig en toch gedreven, sober als een krautgroove en toch voorzien van strijkers die nergens in de weg gaan lopen. Helaas zet het ook een kantelbeweging in die op de tweede albumhelft tot minder geïnspireerde resultaten leidt. De combinatie van akoestische fingerpicking en zo’n typische, herhaalde baslijn, leidt in “I’ll be Around” tot een mooi resultaat, maar dan ook vooral als het in een juiste context geplaatst wordt. Het probleem is dat het deze keer gevolgd wordt door een handvol songs dat er eigenlijk weinig aan toe te voegen heeft.

De sfeervolle droompop van “Cornelia & Jane” en “Two Trains”, het eerste gezongen door de nog altijd sexy/timide klinkende Hubley en het tweede door een in gedachten verzonken Kaplan, zijn charmant en mooi gedoseerd, maar vissen te veel in dezelfde vijver. En het is de eerste keer sinds Summer Sun dat het even schouders ophalen is bij een plaat van Yo La Tengo, want ook het op akoestische en elektrische gitaren gestoelde stukje folkpop van “The Point of It” is eerder degelijk dan overtuigend of opmerkelijk.

Gelukkig wordt wél geëindigd in schoonheid, met het vertrouwd klinkende, maar bruisende “Before We Run”, een smakelijke finale met stampende drums, blazers, strijkers, toeters en bellen. Een extatische climax zoals op de voorbije albums valt er niet te rapen, maar het is wel weer de kwaliteit die ook op de eerste albumhelft te horen viel. Een kleine teleurstelling dus, zeker met een 00’s klassieker I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass in het achterhoofd, al is het op basis van die ijzersterke eerste helft nog altijd een verplichte en veilige aankoop. En live worden die bedenkingen toch weer resoluut van tafel geveegd, dus…

Yo La Tengo staat op 16 maart in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 16 =