BEST OF: Bruce Springsteen

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien (allez bon: deze maand twintig, omdat het gekreun van ons team oude sokken de kantoorhi-fi overstemde) beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Bruce Springsteen.

1. Thunder Road

De mondharmonica scheurt. Springsteens stem snijdt erdoor. Hij ziet Mary die eigenlijk weg wil van huis, terwijl een piano speelt. Bruce Springsteen zingt voor de romantici en welja, dat zijn wij en we hebben genoeg aan deze song alleen. Het is niet de enige waarin Springsteen zingt over de jeugdige droom van een toekomst weg van deze town full of losers, maar Thunder Road heeft de beste, meest filmische tekst en Springsteen zingt de tekst niet gewoon, maar leeft hem.
Hoogtepunt: 3’50”. Mary en haar James Dean rijden hun dromen tegemoet, uitgewuifd door The Big Man.

2. Adam Raised A Cain

“Badlands”, de opener van Darkness On The Edge Of Town, is met z’n stampende ritme en euforische poeha ongetwijfeld de populairste song op de plaat, maar wij zweren al sinds de allereerste beluistering bij opvolger “Adam Raised A Cain”, de grimmigste en hardste song uit de Springsteendiscografie, volgestouwd met nijdige gitaren, onheilspellend bijna-gefluister in de strofes, een bruggetje dat extra onheil aankondigt en dan die primaire, bloedrauwe brul van dat explosieve refrein. En nog maar eens wordt bewezen dat gezinstrauma’s vaak de beste muziek opleveren. East of Eden, all over again.
Hoogtepunt: 3’28”. Na een hele reeks slogans komt die “Lost but not forgotten/FROM THE DARK HEART OF A DRAAAAAYYM… ADAM RAISED A CAIN!”. Dàt is waar hij die nekaders voor het eerst compleet naar de kloten keelde. Het is ook waar het laatste restje onschuldige Springsteen met een laatste messteek in het hart het hoekje omgeholpen werd. Machtig.

3. Atlantic City

Opgenomen in z’n slaapkamer zodat het niet meer dan zo’n 1000 dollar kostte, voor z’n eerste soloplaat Nebraska — veruit een van Springsteens donkerste platen. Een koppel achtervolgd door torenhoge schulden wil een nieuw leven beginnen in Atlantic City, maar ook daar wil het niet vlotten: “Now, I been lookin’ for a job, but it’s hard to find/Down here it’s just winners and losers and don’t get caught on the wrong side of that line.” Het verleidt de man om z’n heil in het criminele circuit te gaan zoeken.
Hoogtepunt: 0’36”. De eerste keer dat Springsteen de legendarische lijnen “Everything dies, baby, that’s a fact/But maybe everything that dies someday comes back” achteloos de song in zingt. Gelatenheid en romantiek in één zanglijn.

4. 4th Of July, Asbury Park (Sandy)

“I saw rock and roll future and its name is Bruce Springsteen”, schreef muziekcriticus Jon Landau een jaar later. Een bevlogen opmerking die hij zou opvolgen door Springsteen als manager onder zijn hoede te nemen (we zien het ons als popscribentjes nog niet doen met, pakweg… ja, met wie eigenlijk?). Op dat ogenblik was deze eclectische ballade al een van Springsteens populairste songs en het nummer staat nu nog fier overeind als een van zijn mooiste vroege portretten, vol aandoenlijke penseelstreken die met oog voor detail en kleur aangebracht worden. Verlies en vergankelijkheid domineren, maar de setting wordt neergezet met een comfortabele warmte die smeult als een blokje houtskool dat halsstarrig weigert uit te doven.
Hoogtepunt: 1’17”. De beschrijvingen van hooggehakte rockers, fabrieksmeisjes en Sandy, die voortaan weigert om zichzelf nog in de fik te zetten, zijn memorabel, maar die aanzet van het refrein, met Danny Federici’s accordeon die het een toefje tex-mex geeft, is het moment waarop de song muzikaal volledig ontbolstert.

5. Hungry Heart

Damn you, Boss. Springsteen schreef het nummer oorspronkelijk voor The Ramones (op aanvraag van Joey himself, alstublieft), maar manager Landau overtuigde hem om het nummer zelf te houden. Het resultaat, de eerste song op de B-kant van dubbel-lp The River, is een van de eenvoudigste en plezierigste singles uit ’s mans carrière, met lekker ronkende Motown-sax, Federici’s gouden glockenspielspel (bijna Kerstmis!) en de betrouwbare militaristische drummotten van Max ‘The Hammer’ Weinberg. Misschien niet de meest ambitieuze Bruce, maar wel de aanstekelijkste.
Hoogtepunt: 0’01”. Tja, tekstueel heeft het eigenlijk niet veel om het lijf (het was The Ramones in al z’n simpliciteit op het lijf geschreven), dus we houden het bij die drumintro en wat er op volgt. Maar nogmaals, en vanwege The Ramones: Damn you, Boss. Wat hadden we hier graag de 150km/u-versie van gehoord!

6. Racing In The Streets

Het kloppende hart van het baanbrekende Darkness On The Edge Of Town, epischer werd de rauwheid van de opvolger van Born To Run niet. Een van Springsteens eigen favorieten, waarin hij de gekende thematiek van de vrijheid tegemoet rijden met snelle wagens (en ook hier zit een personage op een bepaald moment mijmerend op de porch) koppelt aan een opvallende introspectieve passage over de vriendin van de racende hoofdpersoon, die het allemaal met lede en tranende ogen aanziet, inclusief haar eigen leven en dromen. Het was de eerste keer dat Springsteen zo inzoomde op een vrouwelijk personage. Een tweede studioversie van het nummer verscheen in 2011 op The Promise, en laat het weidser klinken.
Hoogtepunt: 5’15”. De ondertussen overleden Danny Federici sleept Springsteen, Weinberg en Bittan mee om er een bloedmooie coda aan te brouwen, waarin de luisteraar zelf kan bepalen hoe het met de twee hoofdpersonages afloopt.

7. Death To My Hometown

We zijn gigantisch bedrogen, en het protest klinkt veel te stil. Niet te geloven dat het een oude sok als Springsteen was die de meest virulente plaat over de economische crisis moest maken, maar toch is het zo (laat het een schandvlek op het blazoen van elke jonge groep vandaag de dag zijn). Wrecking Ball werd misschien wel The Boss’ meest relevante plaat sinds The Rising de Verenigde Staten uit hun post-9/11 depressie sleurde.
“Death To My Hometown” is pure woede, vertolkt in de muzikale taal van een halve eeuw geleden. Het is folkrock pur sang, Ierse fiedel incluis, maar mijn God, wat is het kwaad. Stampvoetend van begin tot einde: “Send the robber baron’s straight to hell, the greedy thieves that came around and ate the flesh of everything they’ve found/Whose crimes have gone unpunished now”. Waar blijft die volksopstand? Waar blijven die brandende banken en beursgebouwen?
Hoogtepunt: 1’46”. “They destroyed our families’ factories and they took our homes/They left our bodies on the plains: the vultures picked our bones”. Een beter requisitoir tegen die herauten van het hebben-hebben-hebben hoorden we nog niet. Take that, Lehman Brothers en uw soort ongedierte.

8. Candy’s Room

Ostentatief opwindend nummer uit Darkness On The Edge Of Town van 1978. Voor eerdere versies van het nummer circuleerden titels als “Candy’s Boy” en “The Fast Song”. Het is alleszins een van Springsteens snelste nummers, vol zenuwachtige drums en percussie. The Boss snokt hier op zijn minst ook een van zijn beste gitaarsolo’s uit zijn instrument. Het verlangen is ook weer overal, het meisje (Springsteen bevestigde nooit dat het om een lustige lichtekooi gaat, maar haar naam laten eindigen op een ypsilon is sowieso vragen om problemen) doet het hoofd van heel wat mannen op hol slaan, maar uiteraard klopt haar hart alleen voor hem. Die avond toch, daar op de Chaussée d’Amour.
Hoogtepunt: 1’29”. Bruce klieft met een vlijmscherpe gitaarsolo het nummer doormidden. Alsof hij wil beklemtonen dat het hem menens is met dat verlangen.

9. The Ghost of Tom Joad

Titeltrack van een wat onterecht op de achtergrond geraakt album uit Springsteens zwalpende periode tussen Born In The U.S.A. en The Rising: rommelige albums, maar hier en daar een pareltje. Tom Joad is het hoofdpersonage uit John Steinbecks “The Grapes of Wrath”, waarover Springsteen een onderkoeld country-album schreef, dat iets minder licht en kleur verdraagt dan Nebraska. De song is een mysterieus, slepend pareltje dat zich zonder duidelijk refrein of catchy melodie toch vastzet en onverwacht door je hoofd spookt. Al had de pedal steel-synth niet gehoeven.
Hoogtepunt: 0’55”. De eerste zin van het refrein mag er even, maar niet te opvallend, uitspringen.

10. Badlands

“Ja, het leven suckt, maar we gaan terugvechten”: dat is in een notendop de boodschap van “Badlands”. En Darkness On The Edge Of Town mocht dan niet Born To Run zijn, de opener doet nog één keer van aanvallen-met-alle-registers-open zoals dat op die doorbraakplaat het geval is. Dit is geen wall of sound, maar een blok beton; geen doorkomen aan. Het is het meest strijdbare moment op een plaat die zich voor de rest zal buigen over de kleine man en zijn gedoemde gevecht met het lot: “you wake up in the night, with a fear so real you spend your life waiting for a moment that just don’t come”. Het is het moment net na het besef dat je niet bij de pakken mag blijven neerzitten: de moed is er nog, de woede is vers en alles kan nog. Voor even.
Hoogtepunt: 00’01”. All guns ablaze komt The Boss met de cavalerie binnengestormd; hier zal het lot bevochten worden, en we zullen ons niet laten kennen, verdomme: “baby, I got my facts learned real good, right now.”

11. The River (live)

Springsteen is geen songschrijver; hij is een verhalenverteller. En net daarom is deze versie van op Live 1975-1985 — een van de meest definitieve livealbums ooit — een mijlpaal in de muziekgeschiedenis. Vijf minuten lang doet The Boss niets anders dan wat fingerpicken terwijl hij herinneringen ophaalt aan de eeuwige strijd met zijn vader. De woede van een puber, de oude waarden van een vijftiger die vast zit in een leven dat hij niet heeft gewild en Vietnam; het zit er allemaal in. En dan komt dat nummer. Het is het verhaal van zijn vader, misschien, van zovele jongens als hij in elk geval: te vroeg in het echte leven geworpen om hun dromen waar te maken, voor de rest van hun leven vastgebonden aan grond en familie. Springsteen brengt het met intense waardigheid. Niet bitter, maar berustend; dit is het lot, en met het lot sol je niet. Maar er is spijt, oh zo veel spijt. Bleiten is het. Elke keer.
Hoogtepunt: Kop 5’30”. Het verhaal is verteld, die snerpende mondharmonica komt ter zake: muziek. Wie nu geen kippenvel krijgt, heeft geen hart.

12. No Surrender

Ook een nummer over opgroeien, dit onbetwistbaar hoogtepunt uit Born In The U.S.A. uit 1984. De wereld wordt groter en bozer bij het volwassen worden, maar er zijn altijd bloedbroeders en dure eden. Spijbelen en naar plaatjes luisteren als fluwelen revolutie. De synthgedreven standvastigheid van de jaren tachtig klinkt misschien wat naïef, maar bij “no retreat, baby, no surrender” kunnen we ons wel wat voorstellen. De aanstekelijke ‘lalalalai’-koortjes en welgemikte mokerslagen van Max Weinberg maken van “No Surrender” een popnummer met karakter.

Hoogtepunt: 3’00”. De gitaar haalt even de bovenhand, waarna nog een laatste keer dat refrein, met nog meer overtuiging, weerklinkt. Pure magie.

13. Growin’ Up

Simpel, maar doeltreffend nummer over adolescentie. Springsteen strooit met metaforen — hij werd toen niet voor niets de nieuwe Dylan genoemd — dat het een lieve lust is en doet dat met de borst vooruit en zonder omkijken, daar in New Jersey. De jeugdige rebellie van “Growin’ Up”, uitschieter op debuutplaat Greetings From Asbury Park, NJ uit 1973, contrasteert mooi met de heerlijk bestofte klanken uit de jaren zeventig. Het nummer was ook steevast een aanleiding op concerten om verhalen over zijn vader op te dissen.

Hoogtepunt: 1’10”. Springsteen schudt de geweldige zin “I pushed B-52 and bombed them with the blues with my gear set stubborn on standing” uit zijn mouw. Heerlijk bombastische branie, recht uit een jukebox.

14. I’m On Fire

Nog zo’n facet van Springsteen waarin hij excelleert: perfecte pop. Max Weinberg en Roy Bittan improviseerden op enkele schetsen die Springsteen had liggen. Het mondde uit in een tussendoortje van het meest weemoedige en diepgaande soort, een “hit” zonder beerputgeur. Wordt zeer zelden live gespeeld, maar wanneer het gebeurt, krijgen vele ogen in het publiek het te kwaad. Dit jaar nog gezien op Pinkpop, waar het zich liet horen als een innemende knuffel waar iedereen al eens behoefte aan heeft.
Hoogtepunt: 0’01”. Vanaf de eerste seconde zit alles mathematisch en emotioneel juist: Springsteens getokkel, Weinbergs metrum en Bittans haast iconische keyboardmotief slepen je meteen een roes in.

15. My City of Ruins

Onversneden, hoopvolle en passionele gospel die Springsteen oorspronkelijk schreef als benefiet voor het hem zo dierbare, maar in verval geraakt Asbury Park, New Jersey. Op het grote herdenkingsconcert voor 9/11 in 2001, droeg Springsteen de song op aan wie bij de aanslagen overleed. Tijdens de Wrecking Ball-tour, is het de song waarin de band wordt voorgesteld en — vooral — de twee overleden bandleden herdacht worden.
Hoogtepunt: 4’07”. “C’mon Rise up!”: catharsis, na een lange spanningsopbouw.

16. Backstreets

Ontnuchterende reflectie over de valkuilen die onvermijdelijk opduiken bij vriendschappen. Het loopt niet goed af, ook nu niet, maar “Backstreets” (uit Born To Run) begint wel met een bloedmooie intro. De prelude, met Roy Bittan majestueus op zowel orgel als piano, had zo op de soundtrack van Goodfellas gekund. Is het een jongen? Is het een meisje? Zich lam discussiërende fans zien wel iets in een homo-erotische analyse van het nummer, maar of Springsteen hier een Brokeback Mountain opklimt, willen we toch betwijfelen. Wij houden het op een monument van een song, waarin universele teleurstelling de dag kleurt en bitterzoete herinneringen masterviewgewijs voorbijflitsen.
Hoogtepunt: 4’11”. De protagonist in de song beseft dat jammer genoeg niets blijft duren. Springsteen spuwt dan ook de zinnen “And after all this time to find we’re just like all the rest/Stranded in the park and forced to confess” met veel bravoure uit.

17. Born To Run

Ja, u kent deze zeker. En uw moeder ook. En de kans is groot dat u beiden er meermaals, wild gesticulerend op hebt staan meezingen. Onversneden levensvreugde, energie, rusteloosheid, branie en passie, tot een flinke wall of sound gebrouwen. En inderdaad ook een gigantische portie gêneloze, ietwat naïeve jeugdromantiek. Maar, willen we niet allemaal op straat sterven in een eeuwigdurende kus met onze eigen Wendy? Indien niet: er zit zeker nog een flink pak soul en branie tussen de foto’s uit uw studententijd. En anders: Zoloft, driemaal daags.

Hoogtepunt: 3‘05“. Even lijkt het of The E Street Band de song te slapen legt, de Boss zegt “one, two, three, four” en brult “The highway’s jammed with broken heroes on a last chance power drive”, zet de song in overdrive en (mvm) zakt enthousiast meezingend met een vuist in de lucht door een tafel door die ene stampvoet teveel.

18. Darkness On The Edge Of Town

Een plaat lang is er gevochten tegen de wereld; het lot beschreven van al die kleine lieden die er ook maar het beste van proberen te maken. Er zijn er ook die het minder goed is vergaan, die leven in de “Darkness On the Edge Of Town”. Springsteen leeft zich in alsof hij vijftig jaar en evenveel ontgoochelingen ouder is: “Now some folks are born into a good life/Other folks, they just get it anyway anyhow/Me, well I lost my faith when I lost my wife/But those things don’t seem to matter much to me now”.
Hoogtepunt: 2’52”.”I’ll be on that hill with everything I got (…) I’ll be there on time and I’ll pay the cost/For wanting things that can only be found in the darkness on the edge of town”. We zullen dat lot maar aanvaarden, maar dan met rechte rug berustend en de vijand in de ogen kijkend. Want we hebben nog onze trots.

19. The Rising

Titelsong van het comebackalbum van Springsteen en z’n E Street Band, al verwijst het naar het rechtkrabbelen van Amerika na 9/11. De titelsong is een typische Springsteenschouderklop — tevens de reden van het hele album — dankzij het opzwepende lalala-refrein, maar kent een best wel donkere thematiek. Springsteen schreef het nummer vanuit het oogpunt van een brandweerman die de chaos van de binnen vlammende vliegtuigen overziet. Een nummer boordevol Bijbelse verwijzingen zonder dat het één keer klef of gezwollen aandoet.
Hoogtepunt: 1’27” en 4’01”. Ja, Chris Martin, het kan: een welgemikt “lalala” kan een nummer wel degelijk vleugels geven en de goede richting doen uitvliegen. Troostende gospel die de rug doet rechten. Hoogtepunt op Springsteens concertmarathons.

20. Jungleland

Een open deur, een open doekje. Het enige nummer dat een plaat als Born To Run kan en mag afsluiten. Bijna 10 minuten overdonderende muzikale tragische epiek, die alles bevat wat Springsteen zo groots maakte en nog zou maken. Romantiek tegen de achtergrond van bendegeweld in Harlem, het verhaal van de Rat “who took a stab at romance” met een blootsvoets meisje. Bevat één van de verschroeiendste saxsolo’s van Clarence Clemons, geen wonder dat Springsteen zo op hem leunde op de cover. Iconisch in alle facetten van het woord.
Hoogtepunt: 6’17”. Na Clemons’ solo, gaat het stof liggen en plaveit Bittan de weg voor de sterfscène van de Rat, die echter vooral op apathie wordt onthaald. Springsteen doet hem wél bloedstollend mooi uitgeleide.

U kunt deze lijst integraal beluisteren op Spotify

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =