Islands :: 7 oktober 2012, Botanique

Ruim drie jaar geleden maakte Islands niet zo’n beste beurt in de Vooruit. Ongeïnteresseerd en routineus stonden de groepsleden toen op het podium, en dat heeft zijn sporen nagelaten: de toch al niet erg grote Rotonde raakt met moeite halfvol, en de band zal hard moeten werken om de afwachtende houding van het publiek weg te spelen.

Islands heeft een nieuwe plaat uit, A Sleep & A Forgetting, en het is niet hun beste — dat blijft debuut Return To The Sea. Frontman Nick Thorburn had één en ander van zich af te schrijven — een stukgelopen relatie, zo doen de uitzonderlijk openhartige teksten vermoeden — en dat leidde tot een album dat grotendeels op piano in elkaar geknutseld werd. De breedvoerige aanpak van Arm’s Way moest dan ook plaatsmaken voor simpele songs, ballads zelfs, die jammer genoeg een weinig boeiende liveshow opleveren.

De eerste paar nummers worden uit dat A Sleep… geplukt, met “This Is Not A Song” als opener: een haast gimmicky slowtje, dat ondanks een sympathiek orgeltje weinig beklijvend is. Ook “In A Dream It Seemed Real” is in hetzelfde bedje ziek: het is verbijsterend hoe ingehouden en braafjes het viertal hier staat te spelen, en hoe iedere noot exact klinkt zoals op plaat — er wordt geen millimeter van de albumversies afgeweken. In hun nette kostuums doet deze versie van Islands nog het meest denken aan een begeleidingsbandje voor een ouderwetse Prom night, onschuldig achtergrondgeluid dat niemand kwaad doet, maar dat vooral niet te veel mag opvallen.

“Don’t I Love You” en “Lonely Love” zijn nog zulke suikerzoete, maar tegelijk diepdroevige slepers (“Don’t I love you/Isn’t the sky gray/Isn’t the moon blue” en “And the only love/Is a lonely love”, zelden waren de lyrics van Thorburn zo helder). De rinkelende gitaren klinken alsof het weer de fifties zijn, terwijl de rest van de band angstvallig de voet op de rem lijkt te houden. Aan het eind van “Lonely Love” wordt het tempo echter voorzichtig opgedreven, met de woorden “No more sad songs!” geeft Thorburn eindelijk het signaal dat de dasjes wat losser mogen, en plots is er dan toch ruimte voor wat vrolijker spielerei.

Single “Hallways” mag daarbij de kar trekken: Thorburn en toetsenist Geordie Gordon kruipen samen achter de piano voor een gezellig, zij het ietwat ongemakkelijk quatre-mains waarbij lustig op de toetsen geramd wordt en de niet altijd even sterke stem van Thorburn ondersteund wordt door harmonieën van de hele band. Dit is het Islands waar wij voor gekomen zijn: een tikje speels, lichtjes onvoorspelbaar, een band die moeilijk in een keurslijf te dwingen valt. Meer van dat in “Don’t Call Me Whitney, Bobby” — ondanks alle drank- en eetproblemen in de tekst het meest lichtvoetige nummer dat Islands ooit op plaat zette. De Graceland-achtige shuffle en de onweerstaanbare dooh-doohs van Gordon volstaan ruimschoots om de moeizame eerste helft van dit concert te doen vergeten.

De epische glamrock van “The Arm” en een “Swans (Life After Death)” dat maar door- en doorgaat, maken het daarna nog eens ten overvloede duidelijk: de sterkte van Islands ligt allesbehalve in de ballads van A Sleep & A Forgetting, het experiment van de oude nummers is vanavond broodnodig. Gelukkig lijkt Thorburn dat zelf ook te beseffen: “Shotgun Vision”, het enige écht nieuwe nummer in de set, klinkt nog wat onaf, maar is alweer mijlenver verwijderd van de braafheid die we eerder kregen. Meer iets voor een vuil kelderzaaltje dan een high school sporthal: Islands lijkt langzamerhand weer op de goede weg te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =