Islands :: 4 februari 2009, Vooruit Gent

Aan de lauwe belangstelling die Islands in de Gentse Vooruit wist te wekken, viel alvast niet af te meten dat Nick Diamonds en de zijnen aan de overkant van de Grote Plas een zekere cultstatus mogen genieten. Niet zo in Gent blijkbaar, waar de zaal zich slechts met enkele tientallen liefhebbers gevuld wist. Spijtig genoeg bleek het gebrek aan liefde geheel en al wederzijds, en werd het publiek na een korte routineset alweer huiswaarts gestuurd.

Nochtans was de avond alles behalve slecht begonnen. Noiserockers Parts & Labor mochten openen, en deden dat met veel overtuiging. Afwisselend overladen met allerhande elektronicasnufjes en het nodige gitaargeweld, klonken ze enigszins als the Notwist meets the National. Misschien wat zwaar op de hand, maar desalniettemin verdomd goede muziek. Live blijken ze geen klein beetje indrukwekkender dan op cd, en dat lag niet enkel aan de podiumprésence van de aardig uitziende gitariste. Toen Parts & Labor ons met suizende oren achter liet, was het al duidelijk dat de mannen van Islands het beste van zichzelf zouden moeten geven om dit te overstijgen.

Van bij de eerste nummers werd echter meteen duidelijk dat ze daar nu net geen zin in hadden. Met de gepaste hautain van een onbegrepen indiegod leidde Diamonds zijn troepen in alle desinteresse doorheen stukken van hun nieuwste album. Zelfs catchy songs als “Creeper” en “Kids Don’t Know Shit” werden zo slordig en ongeïnspireerd afgehaspeld dat ook de hardnekkigste fans er stil van werden. Dat het recentere werk van Islands niet dezelfde spankracht heeft als de songs van weleer bleek al eerder, maar het leek in de Vooruit alsof Diamonds dat zelf nog eens extra in de verf wou zetten. Al te veel bombastisch gitaargeweld overstemde het beetje vindingrijkheid en subtiliteit dat nog in de muziek te vinden viel. Even leek het dan ook alsof de toch al niet erg gevulde zaal helemaal leeg zou lopen.

Gelukkig kon een greep uit het oudere werk van de groep die exodus nog net voorkomen. Met een hevige versie van “Abominable Snow” zat de groep er voor het eerst echt goed op. Plots wisten we weer waarom Islands zo een fantastische groep kan zijn. Heel even was Islands weer groots. De rest van de set werd afgewerkt met het betere werk uit Return to the Sea, waaruit we als afsluiter een heerlijk uitgesponnen versie van “Swans” geserveerd kregen. Enkele minuten lang kon het voorgaande gestuntel vergeten worden, en mocht er weer schaamteloos genoten worden van die wispelturige sturm und drang die de groep als geen ander weet uit te stoten. Konden ze dit niveau een heel concert lang aanhouden, dan zou de heldenstatus niet veraf meer zijn. Helaas hield de band het na een snelle bis (“Rough Gem”) voor bekeken en werd het overgebleven publiek ietwat verweesd achtergelaten. Een set die nog geen uur duurde en waarvan welgeteld twee nummers het onthouden waard zijn, neen, op veel sympathie hoef je dan niet te rekenen.

En zo kwam het dat het voorprogramma de hoofdact met de vingers in de neus naar huis speelde. Omdat Parts & Labour uitzonderlijk goed was, jawel, maar vooral omdat Islands het, enkele geniale flarden niet te na gesproken, zwaar liet afweten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 9 =