Brian Olive :: Two Of Everything

Het is intussen reeds drie jaar geleden dat Oliver Henry van Soledad Brothers in zijn eentje het meer dromerige rocklandschap besloot op te zoeken. Dat leidde tot een zonnige plaat waarbij bands als Beach Boys en The Monkees nooit ver weg waren, terwijl het materiaal toch nog net iets strakker mocht. Een goede reden om Henry met opvolger Two Of Everything nog een kans te geven de euvels van het debuut te corrigeren.

Met de debuutplaat Brian Olive ging het er Henry eigenlijk vooral om met het verleden van garagegroep Soledad Brothers te breken en iets nieuws te brengen. Geen slecht idee, ware het niet dat een te reactionair project natuurlijk wel altijd een beetje het risico inhoudt dat men niet meer doet waar men goed in is en hierop afgerekend dreigt te worden. Dat lijkt Henry eveneens begrepen te hebben, want met het lekker rockende riffje van “Left Side Rock” lijkt hij even een terugkeer te maken naar Soledad Brothers’ hoogdagen, ware het niet dat Henry’s zijdezachte stem het publiek eraan herinnert dat het hier nog altijd om zijn hoogstpersoonlijke geesteskind gaat.

Een totale terugkeer naar het werk van Soledad Brothers wordt het gelukkig echter niet, want met “Go On Easy” blijkt al vlug dat Henry’s geesteskind drie jaar na het debuut reeds een heuse peuter is geworden. Met het nummer gaat hij namelijk volledig op in het dromerige aspect van zijn persoonlijke project en dat terwijl er toch een mooie en heel duidelijke songstructuur is. Met de dromerige houtblazers ligt het liedje qua sfeer namelijk perfect in het verlengde van platen als Beck’s Sea Change en Serge Gainsbourg’s Histoire De Melodie Nelson, wat volstaat om harten te breken, zelfs in het Engels.

Maar Henry heeft nog wel meer trucjes in huis, want met “You Can’t Hide It” brengt hij een liedje dat met behulp van vrouwenkoren en koperblazers erg fris klinkt, terwijl de instant herkenbare melodie het nummer het meefluitbaarheidsgehalte van een Beach Boys-track meegeeft. Veel minder goed doet hij het echter met “Travelling”, waarin Henry weer meer de kaart van het dromerige en minder van het concrete songmateriaal trekt.

Dat kan geen kwaad op voorwaarde dat het geen overdaad wordt. Met titeltrack “Two Of Everything” balanceert hij een beetje op het randje. Enerzijds is de melodie niet memorabel genoeg om je het nummer na afloop van het plaatje goed te herinneren, anderzijds klinkt het nummer net fris doordat Henry er een piano bij haalt en hiermee de Elton John in zichzelf naar boven haalt. Het is echter moeilijk te ontkennen dat hij hiermee de indruk geeft nog steeds op zoek te zijn naar een eigen identiteit.

Dat is eveneens het geval met “Strange Attracter” dat het plaatje met behulp van een doedelzak heel even een aparte wending geeft, maar dat als nummer op zich helaas te weinig om het lijf heeft. Muzikaal valt er weinig op aan te merken, maar om de tweede helft van het plaatje stevig af te trappen borduurt het teveel verder op psychedelische soundscapes en te weinig op authentiek songwriterschap. Dat wordt er met “Lost In Dreams” — waarvan de titel het nummer al heel goed samenvat — en een nog vrijblijvendere reprise-versie van “Two Of Everything” nauwelijks beter op. Het finale nummer “Bonelle” is dan weer een ultieme poging om het onderste uit de psychedelische kast te halen door te kwistig met solo’s en meisjeskoren uit te pakken.

Het resultaat is niet verwonderlijk een plaatje dat weer van een hoop goede bedoelingen getuigt, maar niet stevig genoeg in de schoenen staat om echt te overtuigen. Bij een eventuele volgende release willen wij Henry gerust nog wel eens het voordeel van de twijfel geven, maar ons lijkt het eenvoudiger en logischer dat hij na twee matige Brian Olive-platen gewoon andere wegen inslaat die hem beter liggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + veertien =