Fun. :: 30 september 2012, AB

Lang, lang geleden werden wij door onze moeder verboden om naar een Backstreet Boys-concert te gaan. Was dat toen nog een reden voor prepuberale boosheid en bittere tranen, dan kunnen we haar nu alleen maar dankbaar zijn voor zoveel wijsheid. Een jaar of vijftien later krijgen we met dank aan Fun. alsnog een idee van wat we toen gemist hebben.

Het is over de koppen lopen vanavond, of liever, kopjés: de gemiddelde leeftijd ligt een heel eind onder de twintig, en aan de AB hangt de gespannen sfeer van een middelbare schoolfeestje. Een troep meisjes staat wat te drentelen voor de ingang — “We zijn toch juist hé?” — en durft pas na herhaaldelijke “Zijn jullie er klaar voor”s naar binnen te stappen. Er is nochtans weinig om bang voor te zijn: de brave jongens van Fun. vormen allesbehalve een bedreiging, tenzij misschien voor de smaakpolitie.

Met Some Nights heeft de band immers een plaat gemaakt die bol staat van pathos en bombast, met zijn koortjes, zijn Queen-fixatie en zijn enorme meezingrefreinen. Dankzij producer Jeff Bhasker, die het begrip over the top een geheel nieuwe betekenis geeft, spatten de songs zowat uit de boxen en dendert Fun. bijna drie kwartier lang als een pletwals over alles heen. Het is dus nog maar de vraag of zoveel hoogdravendheid überhaupt op een podium te krijgen valt, maar dat blijkt niet zo moeilijk te zijn: de band opent met “Carry On”, dat dankzij de toetsen van Andrew Dost nog héél even ingetogen lijkt, maar door frontman Nate Ruess al snel richting het grote gebaar wordt gedreven. Het publiek laat zich zonder morren meevoeren, en keelt ieder woord van Ruess mee als had de man de Bijbel zelf geschreven.

Het is een koers waar de band voor de rest van de avond nauwelijks van zal afwijken: in de stamper “One Foot” mogen trompet en saxofoon schetteren, terwijl in “It Gets Better” de gitaar het voortouw mag nemen, maar het is telkens opnieuw het refrein dat het hem doet. Ruess pompt zijn vuist in de lucht en laat zijn oh-oh-oohs door de zaal galmen, waar de stilaan uitzinnige meisjes haast in katzwijm vallen bij iedere grijns die de frontman hen toewerpt en ondertussen uiterst gewillig de zanglijnen van hem overnemen — de broers Kolacny zouden hier een érg vette kluif aan hebben.

Zelden hoorden we echter zoveel gegil om zo weinig: wat Fun. hier neerzet is entertainend, zeker, maar ook niet veel meer dan dat. Zelfs al worden de nummers er aan een rotvaart doorgejaagd, de verveling sluipt minstens even snel dichterbij. Tijdens schmalzy ballads als “Why Am I The One” wanen we ons in een aflevering van Glee, en wat de aanwezige pubermeisjes daar ook van mogen vinden, dat is géén compliment. De stroop wordt hier al te kwistig uitgesmeerd, en de overdonderende geluidsmix kan bovendien maar moeilijk verhullen dat hier ook heel wat op tape staat, waardoor het concert af en toe wel heel sterke Tien Om Te Zien-neigingen krijgt — armwuiven en aanstekerzwaaien incluis.

En dat is zonde: met frisse popsongs als “All The Pretty Girls” en het ultieme jeugdanthem “We Are Young” heeft Fun. meer te bieden dan zomaar wat onnozel vertier, maar de band slaagt er met verve in om alle potentie kopje onder te duwen in de onstuitbare golven van gezwollen drama en suikerzoete plakkerigheid. Ooit mocht dit een sympathiek indiebandje genoemd worden, maar hoe meer Fun. in zijn set richting Sportpaleis lonkt, hoe verder ze verwijderd zijn van een beetje oprechtheid en kwaliteit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =