Mary Epworth :: Dream Life

Tijdens een piszomer heb je al eens nood aan wegdromerij om je mentale gezondheid te vrijwaren. Wanneer Mary Epworth op de coverfoto van haar debuutplaat als een deus ex machina uit een pastelroze wolk aan een hemelsblauwe hemel verschijnt, laat je deze nobele onbekende je maar al te graag bij het oor nemen in de hoop dat ze je richting betere oorden gidst.

Aan de overkant van het kanaal verwierf Epworth met de gratie van BBC6 — alsook ongetwijfeld de bloedband met producende broer Paul — drie jaar geleden al een bescheiden indieradiohitje met “Black Doe”. Die bescheidenheid is alvast niet te wijten aan de kwaliteit van het materiaal, want de single kan je zonder blikken of blozen een introductie met ballen noemen: hijgende alt.country die via sidderende snaren en harde drums in een even simpel als geniaal refrein uitmondt. Een lovenswaardige samensmelting van hard en zacht, de lolita die haar snijtanden durft te laten zien, wat zich ook in de orkestratie laat voelen, getuige de kordate strijkers die zich in het refrein moeten weren om zich in de malende electronica overeind te houden.

Epworth heeft haar hakken in de traditionele folk van de jaren zestig geplant, maar zinkt daar niet in weg wat eigenheid betreft. Wanneer ze haar roots toont, onder meer in “TrimmedWing”, zet ze er een hedendaagse karakterinjectie — in dit geval een dominantepercussielaag — tegenover. Doorheen de rest van het album verweeft ze meerdere invloeden doorheen haar wortels, hoewel ze daarbij de clichématigheid niet steeds mijdt en ook de opbouw van haar album bij momenten uit het oog verliest. De plaat beginnen met de kampvuurzang “Long Gone” laat verkeerdelijk een geitenwollen sokken-festijn veronderstellen. Deze fout wordt rechtgezet met “Black Doe”, waarna het attente oor echter meteen weer in slaap gewiegd wordt door de weifelende knuffelcountrysong”Sweet Boy”, voorzichtig meanderend tussen lijzig en melancholisch. Niet dat knuffelbaar per definitie het vertikale klassement inhoeft — die these wordt even later ontkracht door de teddybeer “Six Kisses”, de perfecte soundtrack voor een sponsbadje vol rozenblaadjes. De boodschap “All I want is your love” valt niet mis te verstaan; uiteindelijk hoor je liever een sensuele amoureuze bevestiging dan een verlaatangstige klaagzang.

Na het heen en weer wiegen van de aanvang, komt er standvastigheid in de karaktergraad van Dream Life. “Two For Joy” behoudt de westernmelodie, maar laat Epworths stem daar als een vederlichte ballerina in een stevige noorderwind overheen dansen. De afwisseling van trefzekere harmonie en bibberend verdwalen bevestigt het nummer in alle kwetsbaarheid.Dit nummer weerspiegelt de vluchtige droomwereld die de hoesfoto laat intrigeren en in deze diffuse sfeer werkt haar materiaal het best. “ThoseNights” mixt de stem onder een rimpelig transparant, vechtend om aan het oppervlak te komen. Een krampachtige hand aan de rand van het ravijn die perfect de inhoud van het nummer reflecteert. Nadat Epworth wegebbend zingt “Here’s a stupid serenade / How can I ever undo the mistakes that I’ve made”, laat ze je met erecte lichaamsbeharing achter.

Doorheen de rest van het album neemt Epworth je mee in haar efemere schemerzone om je los te laten met de fragiele momentopname “Ray Of Sunlight”, die rustig voortkabbelt tot een fragiel open einde. Zo laat Dream Life je op een wolk achter en is de herinnering aan de clichématiger tracks uit de kop nog slechts een vage echo. Nog iets resoluter voor wankelheid kiezen en dansluit het vasteland deze jonge leeuw van de indiefolk ongetwijfeld ook met graagte in de armen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =