Trespass Trio :: Bruder Beda

“Any guy that’s not working with the same amount of intensity and passion that I do, I don’t want to know”, liet bescheiden metalicoon Zakk Wylde ooit optekenen. Wel, dan hebben we goed nieuws voor de patserige gitaarbeul: in navolging van debuutplaat “…Was There To Illuminate The Night Sky…”, nog altijd een van onze favoriete jazzalbums van de voorbije jaren, werd ook de tweede plaat van dit Trespass Trio een knetterende brok intensiteit, ook al ligt die wat minder aan de oppervlakte.

De Zweedse rietblazer Martin Küchen is dan ook een artiest die met beide benen op de grond staat, die nog altijd een band tussen kunst en engagement in stand houdt, en in de meest uiteenlopende contexten een eigen stempel weet te drukken. Of het nu gaat om solowerk als The Lie And The Orphanage (waarop hij met niet veel meer dan wat lucht en ruis toch aardig impact heeft), de bruisende ensembleplaten van Angles (binnenkort verschijnt album #3 op Clean Feed!), de schraap- en ritselimprovisatie van Chip Shop Music of dit Trespass Trio: weinig artiesten leggen zo’n passie aan de dag en slagen er in om te spelen met zo’n emotionaliteit als Küchen, wiens hyperexpressieve stijl en sound in staat zijn om zowel uitbundige levenskracht als pijnlijk verdriet uit te schreeuwen. Altijd gedacht dat moderne jazz iets was voor koude intellectuelen die muziek maken aan de hand van statistieken en wiskundige formules? Trespass Trio laat horen dat het ook anders kan.

Samen met bassist Per Zanussi en drummer/percussionist Raymond Strid heeft Küchen opnieuw een album gemaakt dat aanvoelt als een grote raamvertelling die een complete luisterbeurt afdwingt. En deze keer zit er ook een verhaal achter: dat van WOI-veteraan Ernst Gerson, die een geestelijke roeping volgde als Bruder Beda en daarna terug de seculiere levensdraad oppikte, maar door z’n Joodse roots in de problemen kwam en uiteindelijk naar de kampen verbannen werd. De Joodse geschiedenis en Palestijnse kwestie zijn al langer stokpaarden van de bewogen saxofonist, dus het mag niet verwonderen dat hij ook een dergelijk verhaal vorm geeft binnen een freejazzcontext.

Zowel op de alt- als de baritonsax dwingt Küchen meteen ontzag af, met een rauwe sound van een soms verscheurende intensiteit. De haast kwakende altsax maakt vanaf de eerste seconde van “Ein Krieg In Einem Kind” (waarvan ook nog een even sterke tweede take aan het einde volgt) duidelijk dat er een bijzonder verhaal verteld gaat worden. Een schreeuwerige oplawaai zoals “Zanussi Times” of “Strid Comes” is er deze keer niet bij, maar Küchen heeft die in-your-face agressie niet nodig om je als luisteraar bij de lurven te grijpen. Ook hier zorgt die jankende, zeurende en fulminerende gedrevenheid weer voor een meeslepend parcours, terwijl ook de ritmesectie volop ruimte krijgt voor zowel conventionele ondersteuning en soloruimte als introverte klankexperimenten.

Dit soort jazz, die resoluut vanuit de onderbuik vertrekt, kan soms wat vergen van de luisteraar, zeker als die een houvast nodig heeft, maar voor elk weerbarstig stuk als de opener, krijg je ook een tegenhanger als “Don’t Ruin Me”, dat negen minuten lang op gang gehouden wordt door een statige, licht exotische baslijn, terwijl Strid de vellen bespeelt met de handen en Küchen op de bariton kiest voor een eenvoudiger invulling. Er wordt ruimte gemaakt voor een contemplatieve bassolo, wat de terugkeer van Küchen achteraf dubbel zo intens maakt. De hevigheid gaat echter nog omhoog in “Bruder Beda Ist Nicht Mehr”, dat vanuit dramatisch gestreken bas werkt aan een steeds sterker wentelend cyclisch patroon, met nadrukkelijke passie, volumetoename en steeds woeliger ondergrond met een sax die met steeds meer uitschieters het zootje in stukken trekt.

Sleutelstuk is “Today’s Better Than Tomorrow” (dat eerder verscheen op Epileptical West van Angles en ook zal opduiken op het volgende album By Way Of Deception), een compositie van Küchen die gedragen wordt door een melodie die woeste tristesse uitstraalt, maar ook aanleiding kan zijn tot andere omkadering. Zorgde het bij Angles voor een emotionele oplawaai van formaat, dan gebeurt het hier subtieler, met een tussenstuk dat door Zanussi en Strid op fluisterniveau uitgewerkt wordt, en een finale die zachtaardiger paden verkent. Beluister dit echter in ideale omstandigheden — geconcentreerd en mét koptelefoon — en het is onmogelijk om niet opgeslorpt te worden door die muzikale poëzie, die een contrasterend vervolg krijgt in het gespierde “A Different Koko”, een korte brok freejazz die danst met een robuuste aanstekelijkheid.

Wie snel overdonderd wil worden door de overrompelende energie en het driftige samenspel van Trespass Trio, die kan in eerste instantie misschien beter terecht bij het debuutalbum, maar met Bruder Beda wordt gezorgd voor een pracht van een vervolg, een beklijvend album dat ondanks verfijning en nuances opnieuw opvalt door z’n groot kloppend hard en een onaflatende begeestering. “What can we achieve with strings, reeds, skins and sticks?
Except for being ignorant music makers, what are we?”
Dat vroeg Küchen zich af in de liner notes van de vorige plaat. Een mogelijke reactie, het vertellen van een prachtig verhaal als daad van verzet, ventileren van agitatie en zoeken naar berusting, is hier terug te vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 3 =