Gent Jazz: Antony And The Johnsons And The Metropole Orchestra :: 11 juli 2012, Bijlokesite

Wanneer door de volle tent de ijle, verstilde pianoklanken klinken van de Amerikaanse componist William Basinski — in een ver verleden nog klarinettist bij Antony Hegarty’s The Johnsons — komt het Rotterdamse Metropole Orchestra het podium op. Gekleed in wit zorgen ze meteen voor een intieme sfeer en wordt een sterk beeld gecreëerd wanneer Hegarty, zelf in zwart gewaad, het podium komt opgewandeld. Dit eenvoudige contrast komt helemaal tot uiting als Hegarty op de videoschermen als silhouet verschijnt tegen een contrastrijke achtergrond en ons doet terugdenken aan vroeg-twintigste eeuwse stille films. Ook een zweem Fritz Lang komt ons voor de geest. Het podiumbrede doek dat zich bevindt achter het Metropole Orchestra roept herinneringen op aan de futuristische decors in Langs Metropolis. De magische toon wordt meteen gezet.

Initieel geplaagd door een wisselvallige geluidsmix die veelzeggende reacties uit het publiek oproept, wordt beklijvend geopend met “Rapture” uit het debuutalbum Antony and The Johnsons. Begeleid door Gaël Rakotondrabe op piano wordt meteen duidelijk dat vanavond niks aan het toeval wordt overgelaten. Het orkest onder leiding van dirigent Anthony Weeden speelt een volgende rol, in die mate zelfs dat Hegarty kan aanzien worden als de werkelijke dirigent op het podium, gebruikmakend van gesticulerende handen en armen, om zo de dynamiek — nu eens intiem, dan weer uitbundig — die het Metropole Orchestra naar voor brengt, visuele kracht bij te zetten.

Waar hij jaren terug in de Antwerpse Bourlaschouwburg niet meteen toonvast klonk en zich onwennig gedroeg op een podium, werd bij “Cripple And The Starfish” duidelijk hoe Hegarty gegroeid is als frontman. Zelfverzekerd gaat hij het gesprek aan met het publiek, maakt grappige verwijzingen en omarmt hij het publiek als zijn little meerkats, die bij de pinken zijn en Hegarty op handen dragen. Met vingergeknip en verwijzingen naar de flamencotraditie wordt kort nadien “Crazy In Love” ingezet, een cover van die andere grote New Yorkse diva, Béyonce. Met een expressieve rol voor de staande harp en basklarinet roept deze orkestratie herinneringen op aan het soundtrackwerk van de Britse componist Craig Armstrong, ingetogen en melancholisch. “I’ll take that applause!”: met een grappige kwinkslag naar Nina Simone’s legendarische podiumprésence neemt Hegarty de uitbundige dank van het publiek graag in ontvangst.

Na een valse start, waarbij hij de geluidstechnicus aan de kant van het podium een korte aanmaning geeft, herneemt hij de ‘main theme’ uit Robert Wilsons “The Life and Death of Marina Abramovic”. Eind juni in Belgische première gegaan in De Singel in Antwerpen, wordt hierbij de theatraliteit van Wilsons performance extra in de verf gezet, met lang aangehouden falsetstem en een mooie rol voor Rakotondrabe op piano. Waarna diezelfde piano en het Metropole Orchestra schitteren in eenvoud tijdens het hoogtepunt van deze avond. Onderbouwd door een onheilspellende, donkere drone wordt “Another World” ingezet. “I need another world, this one’s nearly gone…”: dat Hegarty minder publieksvriendelijke thema’s durft aankaarten bij een festivalpubliek is een understatement. Wanneer zijn armen uitreiken naar de hemel (of in dit geval: de kruin van de tent), doorbreken de laag aangehouden strijkers het donkere gemoed. In een vloeiende beweging wordt er plaats gemaakt voor optimisme. Alsof cello’s en violen ons trachten duidelijk te maken dat desondanks vele problemen alles uiteindelijk goed komt. Of misschien ook niet. Een dubbele gedachte, een boodschap, verstild gebracht.

Als een zweem van het vroegere werk van Tindersticks te herkennen valt, wordt het up-tempo “Kiss My Name” ingezet. De aanwezigheid van de band van Stuart Staples daags nadien wordt hiermee geheel gerechtvaardigd op deze editie van Gent Jazz. Dat controversiële thema’s niet uit de weg worden gegaan, bewijst Hegarty nogmaals wanneer “I Fell In Love With A Dead Boy” wordt aangekondigd. Ingetogen praat hij over “his own little Rwanda in Queens”: de AIDS-epidemie, van dichtbij meegemaakt, in heel persoonlijke kring. Trauma’s en thema’s in zijn eigen stad, New York, zoals 9/11, worden eveneens aangekaart, en hoe ermee omgegaan wordt. Mét een duidelijke blaam aan het adres van de Republikeinen in de V.S. Ook praat Hegarty over wat hem zorgen baart en wat hem bezig houdt: genetische manipulatie (wat ons deed terugdenken aan Andrew Niccol’s langspeelfilm Gattaca, over genenmanipulatie bij ongeboren kinderen), in welke mate mannen in touch zijn met hun gevoelens ten opzichte van het talrijk aanwezig vrouwelijk publiek, en de toekomst van de mensheid. Een vette kluif om over na te praten aan die festivalbar.

Kort na dit intermezzo wordt “You Are My Sister” ingezet, alsook een korte a capella ode aan alle moeders van deze wereld. Terwijl Hegarty even uit de spotlights gaat staan — nog steeds wordt de sfeer op het podium gecreëerd door eenvoudig gebruik van licht — krijgt de klarinettist van dienst met “Twilight” terug een mooie rol toebedeeld. Dissonante akkoorden worden ingezet en het subtiele hoogtepunt waar naartoe gewerkt wordt zou het perfecte einde zijn van deze avond. Natuurlijk volgt een korte bis, waarbij Rakotondrabe op piano met “Ghost” een deinend repetitief spel brengt, waar ijle strijkers tussenin laveren, eindigend in een knappe toccata van de violen. Hegarty neemt solo de honneurs voor zijn rekening, gaat achter de piano plaatsnemen en zet afsluitend “Hope There’s Someone” in.

Het siert Hegarty dat hij doorheen deze avond uiterst persoonlijke thema’s aankaart, vaak emotioneel geladen, maar ergens vraag je je af of je deze verhalen wel kan vertalen naar een festivalcontext. Het weinig intieme karakter dat een volle tent op Gent Jazz kenmerkt, zorgt ervoor dat de aandachtsboog soms wel zoek is en dat het vooral — kenmerkend voor dit soort massa-evenementen — wachten wordt op die ene herkenbare ‘hit’. Het gemor tussen het zittende en staande deel van het publiek bleek niet te helpen, alsook bij momenten de bizarre geluidsmix, waarbij Hegarty’s stem te stil afgemixt stond in verhouding met het Metropole Orchestra. Dit is nu eenmaal het soort concertervaring dat je hoort mee te maken via de intimiteit van een theaterzaal of heuse concertzaal, buiten de context van een ‘social event’ voor duizenden. Niemand heeft er wat aan, zeker niet de mensen die er waren, aandachtig en met ingetogen respect, als er achteraf vooral verteld wordt dat je er toch maar lekker was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + vier =