Phon.o :: Black Boulder

Hoe snel kan een artiest dienen als inspiratiebron voor anderen? In het geval van Burial is het antwoord: razendsnel. Slechts twee platen had de Brit nodig om dadelijk met een hoop volgelingen in het zadel te zitten. ’s Mans emblematische geluid, waar melancholie, weemoedige sferen en raadselachtige ritmes elkaar vinden, raakte in geen tijd ingeburgerd.

Als een hardnekkig virus besmette Burials signatuurnummer “Archangel” de elektronische wereld. Meteen modelleerde een veelheid aan artiesten zijn geluid naar die aardedonkere klanken. De impact van het nummer reikte zelfs tot de indiecultuur, waar onder meer The xx en het grote Radiohead zich lieten inspireren door de jonge whizzkid. Sommige artiesten beperkten zich tot het onverbloemd pikken van de ideeën, anderen vinden in het baanbrekende werk een drijfveer om zelf een nieuwe richting in te slaan. Phon.o, het eenmansproject van Carsten Aermes, valt onder die tweede categorie. De Duitser begon ooit in de technoscene, liet zich vervolgens verleiden tot ranzige electro en op hiphop, om vandaag met Black Boulder een coherente en duistere elektronicaplaat af te leveren.

Maar zoals gezegd ziet Phon.o in Burial eerder een gids dan een leermeester. Iemand die hem aanzette om de weemoedige zijde van zichzelf te ontdekken. In de titeltrack laat Aermes zijn Berlijnse dubtechno ronddolen in lange lanen waar de mistroostigheid vertolkt wordt door de onverlichte façades van de gebouwen. Ook het melodieuze “Hopelight” koppelt dat diepe dubgeluid aan sombere grootstadsdubstep. Het blijkt een combinatie die werkt, die van Black Boulder een interessante luisterplaat maakt, die slechts met mondjesmaat zijn geheimen prijsgeeft.

De nummers waarvoor Phon.o een gastzanger inschakelde, laten de minste indruk na. Het samengaan van treurige elektronica met bedrukte zang, geeft al snel een melig resultaat. Een vaststelling die we ook maakten bij de laatste plaat van Apparat, Phon.o’s stadsgenoot en kameraad. Zo hadden de oeh-oeh-oeh’s in “Twilight” niet gehoeven, al krijgt dat nummer nog het voordeel van de twijfel door het fijne ritmepatroon en de troosteloze Jamie Woon-sfeer. “Leave a Light On” daarentegen is wel een echte stinker waarop de zang van de Nigeriaan Tunde Olaniran al snel op de zenuwen gaat werken.

Spannender gaat het eraan toe op de instrumentale nummers. Daar laat Phon.o horen dat hij niet enkel achterhaald heeft waar hij sterk in is, maar spreidt hij meteen ook een heuse métier tentoon. Getuige hiervan de subtiele belletjes en de massieve bas van “Nightshifts”, of het rigoureuze “Mosquitoes” waarvan de synthesizers zo zelfzeker op hun doel afgaan, dat zelfs Four Tet er schrik van zou krijgen. Afsluiter “12th” flirt met drum ‘n’ bass en laat horen dat de ideeën nog niet op zijn en er naar de toekomst toe nog mogelijkheden zijn.

Na jarenlang zoeken heeft Phon.o met Black Boulder eindelijk zijn weg gevonden. Zonder Burial te kopiëren, maar door diens werk als startpunt te zien en de nadruk te leggen op de eigen krachten, zijnde kloeke technotoetsen en veel melodie, heeft Phon.o zichzelf heruitgevonden. Anders gesteld, wie zich afvraagt hoe Burial zou klinken mocht hij in Berlijn geboren zijn, vindt hier het antwoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + acht =