Moonrise Kingdom

Na zijn uiterst geslaagde uitstap in stop-motionland met de verfilming van Roald Dahls The Fantastic Mr Fox keert diggs… euhm, enola’s favoriete kwistenbiebel Wes Anderson terug naar vertrouwd terrein met Moonrise Kingdom. Geen idee welke zure champagne voor de lauwe ontvangst op het jongste filmfestival van Cannes heeft gezorgd, want Moonrise Kingdom is een verrukkelijk brokje coming of age waarin de kinderen zich gedragen als volwassenen en omgekeerd. Een frambozenschattig liefdesverhaaltje dat ons met een brede glimlach en een zacht sudderend gemoed huiswaarts stuurde. Vintage Wes Anderson dus, maar dan nog een tikkeltje beter. Jiminey Cricket!

De onnavolgbare Bob Balaban neemt ons mee naar een eiland niet ver van de kust van New England. Het jaar is 1965 en de coup de foudre van twee tieners zal het leven van enkele eilandbewoners danig in de war sturen. Sam (Jared Gilman) is een eigenwijze scoutsjongen die zijn oog heeft laten vallen op Suzy (Kara Hayward). De twee vinden bij elkaar het ontbrekende puzzelstukje waar ze zo hard naar op zoek zijn en beslissen om samen weg te lopen. Terwijl de puppy’s het leven ontdekken, wordt een heuse zoektocht op poten gezet door de sheriff (Bruce Willis), de overijverige scoutsleider (Edward Norton) en de niet zo gelukkige ouders van Suzy (Bill Murray en Frances McDormand), die hun dochter verwaarlozen.

Laten we het maar meteen in de disfunctionele groep gooien: Moonrise Kingdom is zonder twijfel meer van hetzelfde uit de koker van Wes Anderson. Alle typische trademarks – van de visuele retrostijl over de nostalgisch-melancholische aanpak tot de excentrieke personages – zijn stuk voor stuk aanwezig. Wie het na een half uur Steve Zissou is afgebold, zal hoogst waarschijnlijk ook bij deze al snel met zijn kont zitten wriemelen. Maar er is ook goed nieuws voor de non-believers: met Moonrise Kingdom weet Wes Anderson voor de allereerste keer al zijn huiskenmerken ook perfect in evenwicht te houden.

Moonrise Kingdom voelt dan ook aan als de meest complete Anderson sinds Rushmore. We zijn onbetwist fan van de quirky hipperd, maar zijn personages durven al eens excentriek te zijn, just for the sake of it, terwijl het verhaal eigenlijk niks meer is dan een kapstok voor zijn mooie decors en eclectische kostuums. Tuurlijk is er ook een hoek af bij de personages in Moonrise Kingdom, maar deze keer klopt het plaatje beter. De personages zitten vast op hun even vertrouwde als bevreemdende eiland en worden gemotiveerd door een eenvoudige, maar cruciale plot (zoek de kinderen!), terwijl de narratieve en thematische wortels steeds dichter naar elkaar toe groeien. Ook deze keer staat de gebroken relatie tussen getroebleerde kinderen en gedesillusioneerde volwassenen centraal, met alle sociale en communicatieve blokkages als gevolg. Een thematisch stokpaardje van Anderson, dat hij eigenlijk in al zijn vorige films ook al aankaartte. Geen idee hoe zijn relatie met zijn ouders is, maar ik zou het ‘m toch niet onmiddellijk vragen, eerlijk gezegd.

Door de volwassen karakters voor een keer naar de achtergrond te verplaatsen en de jonge, maar intelligente protagonisten op de voorgrond te brengen, creëert Anderson een frisse dynamiek die de film iets onschuldig, oprecht en hoopvol meegeeft. Ja, de kans bestaat dat Suzy even miserabel zal eindigen als haar disfunctionele ouders. En ja, het is niet helemaal ondenkbaar dat Sam even beteuterd door het leven zal moeten gaan als de uitgebluste sheriff. Maar die tijd is nog niet gekomen. Nu hebben ze nog een kans om het leven te ontdekken, om hun hart en ziel te volgen, om te dansen op een verlaten strand op de muziek van Françoise Hardy. En zo kom je bij de eenvoudige, maar o zo bloedmooie essentie van Moonrise Kingdom: kinderen die ingedommelde volwassen leren wat leven en liefhebben is.

Terwijl je keihard aan het supporteren bent voor de twee tortelduifjes is het natuurlijk heerlijk verloren lopen in het gestileerde universum van Wes Anderson. Een wereldje tussen droom en werkelijkheid dat naar goede gewoonte uitblinkt in een obsessief gevoel voor symmetrie, warme retrokleuren en een onwaarschijnlijk oog voor detail. Van de vloeiende camerabewegingen doorheen Suzy’s huis over de imponerende doortocht in het scoutskamp tot de opwindend gemonteerde derde akte die de film van een avontuurlijke finale voorziet, puur filmtechnisch lijkt Wes Anderson op het hoogtepunt van zijn kunnen. Dit is zijn speeltuin en hij is er heer en meester. Visuele mopjes (de boomhut!) en creatieve set-pieces (dat toneeldecor van de Ark van Noah!) versterken de droge (verbale) humor en slimme spielereien, zonder dat het vermoeiend wordt. Alleen al om alle details rustig te kunnen bewonderen heb je al drie kijkbeurten nodig. Wil er dus iemand dringend eens een pretparkattractie creëren die gebaseerd is op het oeuvre van Wes Anderson? Het moet namelijk fantastisch zijn om met een karretje (ja, een bootje mag ook) doorheen de alsmaar indrukwekkender wordende Anderson-decors te glijden.

Naast vaste waarden Bill Murray en Jason Schwartzman, wagen nieuwkomers Bruce Willis en Edward Norton zich voorzichtig in de wondere wereld van Anderson. Norton is ontwapenend grappig als de schlemielige scoutsleider en krijgt bovendien de beste oneliner van de film wanneer hij ontdekt dat Sam gevlucht is. Bruce Willis is dan weer verrassend sterk als de plichtsbewuste, maar ongelukkige sheriff. Van alle volwassen personages krijgt hij de meeste diepgang en melancholie mee. Maar het zijn de onbekende jonkies die de show stelen. Jared Gilmans Sam lijkt wel het minder irritante neefje van Jason Schwartzmans personage uit Rushmore, terwijl Kara Haywards dan weer de jonge versie lijkt van Gwyneth Paltrows personage in The Royal Tenenbaums. Die oogschaduw! De scènes waarin de twee elkaar en zichzelf ontdekken zijn hartverwarmend zonder melig te worden. De vele overlevingstips van Sam (wist je dat je op een steentje kan sabbelen als je dorst hebt?), Suzy’s voorleespartijtjes uit haar young adult –collectie en hun allereerste ontmoeting tijdens het toneelstuk… het zijn allemaal momenten die zorgen voor herkenbare emoties tussen de kunstmatige esthetiek en beschuitdroge humor. Momenten die absoluut noodzakelijk zijn en het jonge duo weet ze uitstekend te vertolken.

Misschien komt er ooit wel een moment waarop ook de meest rabiate Anderson-fetisjisten zullen hopen dat de eigenzinnige regisseur wat meer zal afwijken van zijn symmetrisch aangelegde paden. Wie weet. Maar zolang hij bitterzoete pareltjes als Moonrise Kingdom aflevert, blijft het zalig vertoeven in de wondere wereld van Wes waarin weemoed en silliness hand in hand huppelen. Moonrise Kingdom is grappig, ontroerend, poëtisch, visueel verbluffend en tegelijk de meest toegankelijke prent uit Andersons carrière. Wat zit u hier eigenlijk nog te suffen? Ontdekken die handel en snel een beetje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =