Met Isbells door China: Deel 8 :: Bij gebrek aan Mingpaneel …

We laten Wuhan achter ons. De rit naar de luchthaven duurt meer dan 1,5 u. Zo blijkt hoe uitgestrekt ook deze stad weer is. De stadskernen, woonblokformaties, businesscentra, bouwwerven, gigantische en compleet van uit het niets opgebouwde prefab-woonwijken volgen elkaar eindeloos op, met tussenin dorpjes waarin je je ineens 100 jaar terug waant, de laatste restantjes van wat China ooit was, en wellicht niet lang meer zal zijn. Fotograaf/filmer Enzo zegt luidop wat we allemaal denken: “Ik kan de schaal van dit land gewoon niet vatten”. Het zicht op het immense Western Lake waarlangs we rijden, verlicht en verlucht onze lichtjes verwarde hoofden.

Donderdagavond 31 mei, aankomst in Xi’an. De stad die eeuwen geleden het vertrekpunt van de Zijderoute vormde, is nu de op één na laatste halte van onze tour. De meest authentiek ogende stad die we tot nu toe te zien kregen: eeuwenoude gebouwen, traditionele stadspoorten, gerestaureerde stadsomwallingen. We kuieren langs de straatjes in de buurt van ons hotel: onwaarschijnlijk gezellig: het ene eetkraampje na het andere, vanwaar verleidelijke geuren opstijgen, tafels vol met een aantal inmiddels herkenbare maar vooral weer volledig nieuwe lekkernijen. Schapen- en lamsvlees bijvoorbeeld, iets wat we tot nu toe nog niet tussen de chopsticks kregen.

Xi’an heeft altijd al, vanaf de tijd dat de Zijderoute hier vertrok, een aanzienlijke populatie moslims gekend, wat zijn invloed heeft gehad op de specifieke en, alweer, erg smakelijke keuken hier. We eten Fenzhengrou, een soort heerlijk gekruide stoofpot met schapenvlees en tarwegries, gestoomde, gebakken of gekookte peulvruchten, lamsbrochetten (Kao Rou), en voor het eerst ook een soort warm pitta-achtig broodje met erg smakelijke dressing en runder- of schapenragout, gehakt met kruiden en piment: Roujiamo. Doorgespoeld met de de nodige slootjes Tsingtao- of andere Chinese bieren. Buikjes vol.

We hebben de dag nadien een hele voor- en namiddag vrij. Tijd voor onze eerst echte culturele trip. Op een uur rijden van de stad bezichtigen we een wereldwonder: het befaamde, eeuwenoude Terracottaleger (3de eeuw voor Christus). Een leger in klei, dat de niet bepaald van grootheidswaanzin gespeende Keizer Qin Shi Huangdi, eerste keizer van het verenigde China, liet vervaardigen om altijd, maar vooral na zijn dood, van de nodige bescherming voorzien te zijn. Goed zot. Verbluffend vooral. Even zijn we hier niet voor de muziek.

Even maar, want: tijd om naar de Aperture Club vertrekken. Weerom: zalige tent. Aardige staf die ons ontvangt. Versterkers (weer van die Marschall- en Peavey-torens, ik voelde me nooit eerder zo Slash), drumstel, statieven: alles is er. Behalve: een beetje inzicht in hoe je een concert moet laten klinken. Er is namelijk geen enkele mogelijkheid om front of house te mixen. Geen mengpaneel in de zaal te bespeuren. Geluidsman Nick moet letterlijk plaatsnemen in een nis achter het podium, en vandaar het geluid in goede banen leiden. Onmogelijk. “But how do you manage to hear how it sounds in front of the stage”, vraagt hij moegestreden en gelaten aan de huistechnicien. Een lachje, een opgestoken duim, een knikje met gestameld “Ok!Ok!” is het antwoord. Problematisch is dat naast Wu Zuoling (Julie), ook nog een lokale band aantreedt, die verondersteld is op hetzelfde materiaal te spelen als wij. Een kerel waarvan we de functie niet kunnen achterhalen, stelt ongevraagd een elektronische drumkit op, en begint het ding ergerlijk luid te testen, terwijl wij amper klaar zijn met onze soundcheck. Geen idee waarom, want wanneer de band in kwestie arriveert, dient het drumtoestel dat wij gebruiken (snare, floor en cymbalen voor Christophe, basdrum voor Gaetan; inderdaad: de broertjes Vandewoude vormen samen een uitzonderlijke drummer), toch opnieuw geassembleerd te worden voor hun set.

Bon, slikken en er het beste van maken, zelfs bij gebrek aan mengpaneel. De locale band begint aan zijn set: postrock en emocore met Chinese (lees: nogal van hoog treble-gehalte voorziene) gitaren. Niet eens zo’n slechte composities, snedig gespeeld, trotse liefjes op de eerste rij. “Doet me denken aan het begin van Soon”, aldus een nostalgisch enthousiaste Gaetan. Of ligt het aan de Gin Tonic?

Ondertussen stroomt het volk toe. De tent zit maar halfvol, de samenscholing voor het podium is echter meer dan gezellig. En toch: reeds tijdens Julie’s set is het alweer van dattum: oorverdovend gepraat. Wat wil je: de eigenaars van de club kwamen namelijk op het lumineuze idee ons concert te combineren met een “Belgian Beer Night”. Mensen die enkel voor dit laatste komen, dienen vreemd genoeg geen inkom te betalen. Gewaagde formule, maar vooral verschrikkelijk storend. Tijdens onze eigen set wordt het Julie te veel: ze stapt het podium op, en maant de praters kordaat en zichtbaar geërgerd aan te zwijgen of anders buiten te gaan staan. Met resultaat. Toch echt wel een vuurpot, die Julie. Het publiek is nu wel ongeveer gehalveerd, maar met de vijftigtal diehard muziekfans die overblijven, sluiten we de avond in schoonheid af. Een net getrouwd koppeltje dat op huwelijksreis is in de stad, komt zich voorstellen. We trakteren hen op een akoestisch versietje van “Dreamer”. Cute!

Geen makkelijke avond. Julie neemt ons mee naar een geïmproviseerd terrasje om stoom af te laten: spicy brochetten, dumplings, geroosterde boontjes, bier en daarna net iets te veel Gin Tonic. We hebben het verdiend. Kambei!

De nacht is te kort. De ochtend steekt in onze vermoeide ogen en hoofden. Maar geen tijd voor geklaag: de lange mars komt op zijn einde. Op naar de eindhalte: Beijing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − elf =