Primavera Sound 2012 :: Barcelona, 28 mei – 2 juni

Nog tot en met zaterdag 2 juni zit onze (mvm) in Barcelona op het San Miguel Primavera Sound Festival. Hij brengt hier op ongeregelde tijdstippen verslag uit.

Donderdag 31 mei

Er is veel dat u zou moeten weten over Primavera Sound en vooral ook veel om met een korrel zout te nemen. Ja, het is een prachtig festival met een schitterende affiche in een van de mooiste steden ter wereld. De muziek speelt voornamelijk ‘s nachts, dus overdag kan er zon geklopt, Gaudi bezocht of tapas gegeten worden. U verkoopt een bezoek aan Primavera Sound bij de minder muziekminnende vriend of vriendin dus als een citytrip.

Het is echter ook een vrij matig georganiseerd festival, en volgens alle gangbare clichés over Spanje en omstreken een feest van goed, maar helaas slechts half uitgewerkte ideeën. Systemen met drankbonnen die net niet werken, onduidelijke uurroosters en alomtegenwoordige lange wachtrijen, zijn dan ook niet te vermijden.

Het loopt er ook vol met hipsters wier skinny jeans dermate hard spant dat ze nog net een pijnlijke grimas van achter Ray Ban kunnen tevoorschijn toveren, of wiens lippenstift zo knalrood is dat hun bleke huid nog scherper afsteekt tegen de Mediterraanse zon. Maar het gaat gelukkig voornamelijk om de muziek en die was er met overvloed op de eerste dag Primavera. Het begon met Absynthe Minded dat voor de honderd Belgen die al door de inkom waren geraakt op het kleinste podium uitpakte met een stevige rockset. Zonder “My Heroics, Part 1” (ze zullen blij zijn dat in het buitenland van de setlist te kunnen houden) en met een pittige discussie tussen Bert Ostyn en de geluidsman tijdens de soundcheck.

Maar daar waren we dus niet voor gekomen. Wel voor Ice Age die op de Pitchforkstage behoorlijk cartoonesk en in zichzelf gekeerd omstandig kwaad stonden te wezen met zicht op de Middellandse Zee. Anderhalf nummer doenbaar, maar we begrijpen de hype niet. Dan liever op tijd in positie staan voor jeugdhelden The Afghan Whigs die afgetraind aan hun set begonnen: broeiend openen met “Crime Scene, Part 1” en langzaam maar zeker opbouwen naar de explosie. Die lijkt eraan te komen met “Gentlemen” waarin Dulli weer zijn jonge zelve is: een bijpassende heupbeweging bij “She was a perfect fit” en de schone vrouwen in het publiek aanwijzend bij “Now I’ve got time for you, and you and you”. Waarop Dulli het momentum doodleuk laat vallen voor soulvolle covers van “See and Don’t See” en “Lovecrimes” (van Frank Ocean: onthoud die naam). Geen “Debonair” of “What Jail is Like”, wat gezien de uitzinnige respons op setsluiter “Milez Iz Ded” nogal onbegrijpelijk is. Het goede nieuws: Afghan Whigs zijn terug, spelen als vanouds verschroeiende en sexy concerten. Het slechte nieuws: het publiek hoeft verder geen cadeauss te verwachten. Niettemin: memorabel pletwals, enzoverder. En altijd fijn om weer even 19 te zijn.

Uit hetzelfde tijdsvak komt de reünie van Mazzy Star, waarvan de dromerige pop en betoverende stem van Hope Sandoval perfect bij klimaat en omgeving leken te passen. Helaas stond het volume op 11 wat de songs niet bepaald ten goede kwam. Alsof iemand een liefdevolle fluister door een batterij megafoons joeg. Niet waar we na de stomende set van Afghan Whigs op zaten te wachten, dus dan maar elders de tweede helft van de set van Death Cab For Cutie meegepikt die naar goede gewoonte degelijk maar volstrekt ongevaarlijk stonden te spelen. Dat afsluiter “Sound of Settling” door een hoop uit heel Europa afgereisde dertigers uitbundig werd meegezongen, deed de zelfparodie-meter dan weer stevig in het rood gaan.

Wilco is geen groep waar we erg bekend mee zijn, en dus kunnen we niet veel meer zeggen dan dat we een uitstekende concert zagen. Dat Jeff Tweedy en de zijnen ook een goed uur kunnen boeien als je de songs nog niet goed kent, is genoeg bewijs van hun kwaliteit.

En dan toch maar even naar Refused. Alweer de derde reünie vandaag, maar de enige die nu een groter en nieuw publiek trekt dan vroeger. In de vijftien jaar sinds de split en de release van The Shape Of Punk To Come groeide dat album en de band uit als een van de meest invloedrijke uit het doorgaans weinig avontuurlijk genre van de hardcorepunk. Speelden ze vroeger hun meest succesvolle concerten voor een publiek van 400 man, vandaag staat er minstens het tiendubbele volledig uit hun dak te gaan en mee te brullen met cultklassiekers als “Liberation Frequency”, “Rather Be Dead”, “Refused Are Fucking Dead” en vooral “New Noise”. Een clusterbom van een concert, van een band wiens revolutionaire en anti-kapitalistische teksten alleen maar actueler geworden zijn. Zanger Dennis Lyxzén dook als een punk-versie van Jarvis Coocker al kanten van het podium op, even het publiek in en schreeuwde intussen de ziel uit zijn lijf. Dit is de band waarvoor u zelfs als koele minnaar van de punk en hardcore naar Pukkelpop moet.

Waarna bleek dat we domweg vergeten waren ook even naar The XX te gaan kijken en Franz Ferdinand na drie songs ook maar gewoon hun schitterende postpunkzelve was. “Darts of Pleasure” was messcherp als vanouds, maar we waren in het achterhoofd nog “We dance to all the wrong songs” aan het meebrullen en togen de nacht in, op weg naar slaap en dag twee van Primavera Sound 2012.

Vrijdag 1 juni

Dag twee van Primavera Sound 2012 wordt overheerst door The Cure: de enige opvallende headliner op de affiche nadat Björk afbelde. De organisatie maakt de dag zelf nog bekend dat The Cure een kwartiertje langer zal spelen, waardoor de rest van de affiche wat opschuift. Aangezien op Primavera enkel aanvangsuren bekend gemaakt worden, wees niets erop dat dat kwartiertje meer zou uitmonden in een marathonset van 3 uur en 36 songs. Benieuwd of Robert Smith dan wel tevreden zal zijn met de 90 minuten die hij in Werchter krijgt toegemeten.

Maar eerst was er Other Lives, uit Oklahoma en grossierend in de uptempo, rijk gearrangeerde pop die sinds Arcade Fire alomtegenwoordig is in indieland. Een perfecte band om de festivaldag mee te openen, met meer dan aangename songs, maar ook niet veel meer dan dat.

Girls vecht aan de andere kant van het terrein met wegwaaiend geluid en een algeheel behoorlijk matige geluidsmix. Christopher Owens gaat getooid in een crèmekleurige broek, roze hemd en draagt zijn gitaar net onder oksels. Hij brengt naast zijn tourband ook een achtergrondkoortje zwarte zangeressen in groen-rode leggings mee en een boeket bloemen aan elke microfoonstandaard. Een hoop nauwelijks bij elkaar passende camp, die mooi past bij het ongebreidelde genre-hoppen waar Girls zo goed in is. Er wordt meegewiegd op “Hellhole Ratrace” en “Love Like a River” en uitbundig rondgedanst op “Lust For Life” en “Honey Bunny”, maar het grootste applaus is er voor een machtig “Vomit”, inclusief glansrol voor een derde van het achtergrondkoor. De band houdt het helaas vroeger dan verwacht voor bekeken, maar we hopen hen binnenkort in betere omstandigheden een uitgebreider set te horen spelen.

Waarna er in afwachting van The Cure een streep Liturgy wordt meegepikt. Een groep die absoluut weet te boeien als Aesthetica doorheen de living dendert. Bij de ondergaande zon en in de zilte zeelucht, is het gedrone en gekrijs al snel potsierlijk. Het bromt en snerpt ongetwijfeld zeer beredeneerd ergens heen, maar vijf minuten ver in de set, zien we nog weinig meer dan twee jongens die flink wat herrie veroorzaak en af toe ‘aaaaaaah’ in een microfoon krijsen. Dan weten earth en vooral Sunn O))) live toch beter te boeien.

Op naar de San Miguel stage, waar al een behoorlijke massa op The Cure staat te wachten. Robert Smith weet intussen wel hoe hij een setlist opbouwt en hoe hij zowel de harde kern aan fans als het ruimere festivalpubliek weet te boeien. De set biedt een perfecte mix van hits en snoepjes voor de fans, maar toch klopt er iets niet. Het is duidelijk dat Smith na al die jaren wel eens wat nieuws wil proberen. De set bestaat meer uit de rijk gearrangeerde en creatieve popsongs uit de grote succesperiode van The Cure (tussen THe Head on the Door en Wish) dan uit de donkere gothic van voordien. Zo klinkt “A Forest” vandavond verbazend uptempo en dansbaar. En zo weet The Cure ook na 40 jaar nog te verrassen.

Maar er is ook slecht nieuws Tweede gitarist Reeves Gabrels mag dan wel een genie zijn volgens Wikipedia, wij horen hem het prachtige “Push” en vooral “Disintegration” finaal de vernieling in spelen met snerpende akkoorden die alle subtiliteit uit de oorspronkelijke songs overstemmen. Het leek er zelfs even op dat ook Robert Smith zich tijdens “Disintegration” aan Gabrels dominante gitaarsound stond te ergeren. Genoeg om met twee uur The Cure achter de kiezen, andere oorden op te zoeken, terwijl de band met “The Kiss” aan de bissen begon.

Op de Vice-stage (toepasselijker kon niet) had het beruchte Mayhem intussen een batterij toortsen en varkenskoppen geïnstalleerd om ons op een stevige brok black metal te trakteren. Het zag er allemaal behoorlijk puberaal uit, maar de band perste er wel een indrukwekkende sound uit. We willen niet met Necrobutcher, Hellhammer, Attilla Csihar of Morfeus op café zitten en nog minder weten wat er precies door de microfoon gebruld werd, maar muzikaal mocht het er zeker wezen.>p>

We geraakten dan ook later dan gepland weg om nog een streepje Codeine mee te pikken. De elfendertigste langverwachte reunie op deze Primavera Sound. White Birch en Barely Real zijn meer dan genietbare albums die nog net aan de goede kant van de emocore blijven, maar om een uur ‘s nachts, boeide het helaas maar matig. De de band met de uitstraling van een boekhoudkantoor staat te spelen, helpt er ook niet veel aan.

Op weg naar de uitgang blijkt The Cure er nog steeds niet de brui aan gegeven te hebben en horen we (drie uur na het begin van het concert) hoe “Boys Don’t Cry” een klein volksfeest inzet. Op naar dag drie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =