Isbells :: ”Voor mij klinken alle nummers even normaal”

De mooiste weemoed die de laatste jaren uit de speakers gerold kwam, was afkomstig van Leuvens bandje dat een kleinood had uitgebracht met daarop amper negen nummers. Vandaag is album nummer twee een feit en dat brengt Isbells, de band in kwestie, zowaar tot in China.

De première van de nieuwe songs vindt echter plaats in het vertrouwde Leuvense Stuk. Twee avonden na elkaar stelde Isbells zijn nieuwe plaat voor. Het eerste concert daarvan, bracht goddeau tot stilte. Bleek dat het de avond nadien nog beter was.

Gaëtan Vandewoude: “Muzikaal was het beter, maar vooral de sfeer was eigenlijk sterker. De andere avond was het meer stress en spanning, omdat het de eerste was. Maar bij ons, en vooral bij het publiek, liep het de tweede avond losser. Het doet veel aan de beleving van zo’n avond als het publiek mee kunnen gaan is in de sfeer. Ik hou wel van die gezelligheid die dan ontstaat.”

enola: Nochtans gaat het tweede publiek de muziek niet beter gekend hebben dan het eerste.
Vandewoude: “Dat is waar, maar het is een persoonlijke beleving. Het is niet zo dat het de ene avond een groter succes was. Dat weet ik eigenlijk niet. Maar als je sowieso contact maakt met je publiek, is dat leuk.”
“Het was ook wat zoeken. We hebben ons afgevraagd of we oude nummers zouden spelen. En welke. Maar de drang was er niet om oude songs te spelen. Het is ook een cd-voorstelling voor iets. Maar dat gaat elk optreden een beetje veranderen. We hebben bijvoorbeeld onlangs drie oude nummers akoestisch gebracht.”

enola: Ook het nieuwe nummer “Falling In And Out” werd akoestisch gespeeld. Doorgaans duurt het een tijdje voor een band nieuwe songs begint uit te kleden.
Vandewoude: “Dat is een nummer waar op de plaat heel veel aan de gang is. Om dat helemaal zo te spelen, heb je eigenlijk zeven mensen nodig. Met die gedachte was de vraag wat we daar kunnen uithalen en wat we er mee kunnen of willen doen. Heel spontaan is het idee ontstaan om het klein te houden: gewoon de melodie van de gitaren en ik vond dat zelf zo schoon dat we besloten hebben het zo te doen.”

enola: In hoeverre bepalen de andere bandleden daarbij waar de nummers naartoe gaan? Want het is duidelijk jouw band.
Vandewoude: “Sowieso is Isbells mijn ding. Voor 90% maak ik alles en neem ik alles op. Maar eigenlijk vind ik het verschrikkelijk om te lezen dat het mijn band is. Want Isbells is voor mij absoluut een groep: ik speel al jaren met de rest van de band, het zijn geen soloconcerten, noch zijn het muzikanten die gewoon opdagen, maar wel mensen die heel nauw betrokken zijn bij de muziek, die op sommige nummers ook hun input hebben gegeven, die meezingen op plaat, waar ik bij terecht kan met vragen, voor steun.”

enola: Isbells zou niet werken met eender wie in de rangen?
Vandewoude:(beslist) Neen. Sowieso niet.”

enola: Nochtans heeft Isbells, bijna geruisloos lijkt het, enkele ledenwissels ondergaan.
Vandewoude: “Ik heb me op een gegeven moment afgevraagd wat ik daar mee moest doen. We hebben het zelf gepost op enkele netwerksites, maar hebben het niet aan de grote klok gehangen. Daar zie ik het nut niet van in.”
“Dat is zeker niet gemakkelijk gegaan, het heeft mij zelf heel hard bezig gehouden en diep geraakt. Maar achteraf gezien blijken dat ergens, voor iedereen, de juiste keuzes en de juiste wegen. Ik kan mij bijna niet meer voorstellen dat ik niet zou spelen met Chantal (Acda) en met mijn broer.”

enola: Is dat te combineren? Chantal heeft bijvoorbeeld met Sleepingdog vorig jaar nog een plaat uitgebracht.
Vandewoude: “Dat lukt. Maar ik denk dat ik daarin heel veel geluk heb met hen en dat zijzelf proberen hun agenda een klein beetje rond Isbells te plannen. (glunderend) Dus dat gaat.
Het is ook een band die elke avond elk nummer opnieuw probeert uit te vinden. Elke keer zoeken we naar elkaar, en dat houdt het fris.”

enola:Stoalin’, het nieuwe album, klinkt vertrouwd, maar tegelijk ook avontuurlijk.
Vandewoude: “Het is niet bewust. Al leidt het feit dat je opnieuw moet beginnen daar misschien wel naartoe. Je moet een nieuw leven blazen in iets dat je aan het doen bent. Dan ga je grenzen aftasten en wordt het sowieso avontuurlijker. Maar bij de eerste plaat was dat op zich niet anders dan bij deze: je begint telkens met een leeg blad, probeert je eigenheid te vinden en dat blad in te kleuren. Bij de tweede ga je op zoek naar andere grenzen.”

enola: Voor Stoalin’ waren enorm veel nummers in de running. Hoe weet je welke de juiste zijn om een album mee op te bouwen?
Vandewoude: “Van de meeste weet je dat gewoon. Je voelt dat ze voor de A-lijst geschikt zijn en van de andere merk je snel dat je de tijd en de goesting niet gaat hebben om ze af te werken. Ik heb de gewoonte van die lijst en demo’s aan een aantal mensen te geven. Bij iedereen komt er zowat hetzelfde uit: ‘dit zijn de nummers die bij elkaar horen.’ Voor mij is dat niet anders. Maar die bevestiging is wel aangenaam.”

enola: Fascinerend dat mensen met meer afstand dezelfde nummers kiezen als iemand die er knal op zit.
Vandewoude: “Ik heb zelf wel een tijdje geworsteld met het allemaal bij elkaar gooien, er zitten iets meer extremen op dan op de vorige plaat. Maar zelf hoor ik ergens wel een rode draad en ik denk dat andere mensen die ook zullen horen.”
“Neem het titelnummer: dat voelt aan als de perfecte opener, ook al is het dan niet het meest gemakkelijke nummer. Je duwt twee deuren open en je moet er in komen. Ik denk dat dat nummer op een andere plaats helemaal niet zo zou aanvoelen.”

enola: Als je eerste plaat het zeer goed doet, in heel brede kringen, heb je dan schrik van reacties als je het iets extremer maakt?
Vandewoude: “Voor mij klinken alle nummers even normaal als bij de vorige plaat. Wat ook logisch is, aangezien ik ze zelf gemaakt heb. Maar tijdens het maken van de plaat heb ik op een bepaald ogenblik heel veel last gehad van de vraag wat anderen hier nu van gaan denken en of het wel goed genoeg is. Je kijkt dan naar je vorige album, vraagt je af of je het zelf wel goed genoeg vindt en of het wel is wat je eigenlijk wil maken. Maar op een gegeven moment vallen de puzzelstukken in elkaar en klopt alles.”
“Dat is ook net na de mastering. Als ik er zelf niks meer aan kan doen, denk ik ‘ik zal wel zien wat de mensen er van vinden.’ Niet dat dat niet belangrijk is, of heel pijnlijk als het niet goed gevonden wordt. Maar ik kan het loslaten. Dus we zien wel.”

enola: Die twijfels, wanneer staken die de kop op? Tijdens het schrijven of het opnemen?
Vandewoude: “Tijdens het opnemen. En dat is een heel moeilijk moment. Heb ik ooit gedacht om alles weg te gooien? Ja. Ik heb er serieus mee geworsteld. Ik wou niet een tweede cd maken om een tweede cd te maken. Dat lat moest even hoog liggen als bij de vorige, wat betekent dat je aan het einde van de rit tevreden moet kunnen zijn en dat er geen halve vraagtekens overblijven. Dat heeft me in het midden van die opnames best parten gespeeld.”

enola: Hoe raak je dan voorbij die twijfels?
Vandewoude: “Door te gaan eten met je vrouw.”
“Effectief door daar met een aantal mensen over te babbelen, die dan moed geven en je zelfvertrouwen terug bezorgen. Ik heb op een gegeven moment feedback gevraagd van een goede vriend en die schreef dat hij het een goede plaat vond en hij content was. Ik heb hem teruggestuurd dat ik daar eigenlijk niets mee was en gevraagd me te sturen wat hij er echt van dacht en niet dat hij het tof vond. Die heeft me twintig minuten later een enorme mail gestuurd, met ‘dit is niet goed, dat is het slechtste dat je ooit gedaan hebt, maar dan nog vind ik de plaat goed.’”
“Daar heb ik keiveel vertrouwen uitgehaald, want wat hij zei, kon ik opnieuw verdedigen. Ik denk dat ik dat op dat ogenblik nodig had, om de twijfels die ik zelf had, tegenover andere mensen te kunnen verdedigen.”

enola: Dat wat hij het slechtste ooit vond, heeft dat de plaat gehaald?
Vandewoude: “Dat staat er op. Het nummer was toen nog niet af. Hij had een versie gehoord en vond het refrein van “Heart Attacks” écht verschrikkelijk. Hij vond het te eenduidig, en ik kan hem daar ergens wel in volgen: ‘I want you dead and gone’ laat weinig aan de verbeelding over. Maar ik heb nog voor we dat gesprek hadden, de tekst herschreven, omdat ik het moeilijk vond om dat zo te zingen. Het is niet mijn gewoonte om zo’n harde zinnen te hebben. Uiteindelijk ben ik, na het herschrijven en inzingen, toch opnieuw naar het origineel gegaan, omdat gewoon was wat ik wou zeggen.”

enola: Bij zo’n harde teksten wordt gezocht naar een reden. Zit je daar mee als je schrijft of probeer je dat los te laten?
Vandewoude: “Ze doen ermee wat ze willen. Er zit duidelijk venijn achter, maar dat is voor mezelf. Ik vind het altijd een dooddoener als iemand een tekst uitlegt, want dan is het mysterie weg of dan is je eigen kijk op het liedje verdwenen.”

enola: Vandaar dat een onbestaand woord het tot titel van de plaat geschopt heeft?
Vandewoude: “Neen, dat is ook toevallig gekomen. “Stoalin’” is het eerste nummer dat opgenomen is. Ik wou één woord dat heel wat omvatte, maar vond het niet. Ondertussen was ik zo gewoon aan het woord dat tijdelijk op die plaats stond, het bekte ook goed, lijkt alsof het altijd al bestaan heeft, dat het gebleven is.”
“Een drietal weken voor de mastering kwam de vraag of de cd een titel ging krijgen en ik had daar eigenlijk geen nood aan. De vorige had dat ook niet en dat was een beetje ambetant. Tot het toch naar boven kwam, zeker omdat het klopte met hoe het woord inhoudelijk de hele plaat omvat.”

enola: In de aanloop naar deze plaat ben je een tijdje de bergen in getrokken. Lukt schrijven daar dan makkelijker?
Vandewoude: “Goh, dat is niet geografisch gebonden. Maar eerder een plaats waar je tot rust kan komen, niet afgeleid wordt en alleen maar daarmee kan bezig zijn.”
“Er is nooit een plan geweest om naar ginder te gaan, al had ik nood om weg te zijn uit mijn omgeving. Om echt even op adem te komen en door op adem te komen, is er ruimte en tijd vrijgekomen om met een nieuwe plaat bezig te zijn.”

enola: Op adem komen van Isbells?

Vandewoude: “Ook, absoluut. Het zijn twee waanzinnig toffe jaren geweest, maar ook heel uitputtende. Ik was daar hoe dan ook niet klaar voor, om elke dag te gaan spelen en je eigenlijk elke dag te moeten overstijgen. Helemaal in het begin was ik helemaal onervaren, ik had schrik van een microfoon, schrik van mensen.”
“De podiumervaring met Soon was anders. Toch voor mij, om daar te staan als gitarist of als frontman die van begin tot einde moet zingen. Ik heb wel wat backings gedaan vroeger, maar nooit echt gezongen of de bindteksten moeten verzorgen. Je voelt plots dat dat op je schouders rust. Als jij een slechte dag hebt, heeft de groep dat ook. Dat is heel wat druk.”

enola: Het was grootser geëindigd dan je gedacht had?
Vandewoude: “Het was al grootser begonnen dan ik dacht. Het is begonnen en nog voor de cd uit was, was het ongelooflijk hoe het vertrokken was. Het is niet meer dan negen kleine liedjes, maar die hebben heel wat teweeggebracht.”
“Je moet ergens een innerlijke rust vinden om een leeg blad te kunnen invullen. Ondanks een vertrouwenscrisis.”

enola: Ben je nu beter voorbereid op wat komen gaat?
Vandewoude: “Dat weet ik niet. Ik heb geen idee wat gaat komen. Al heb ik sowieso wel de laatste twee jaar heel veel geleerd. Dat heeft me veel bijgebracht en gevormd. Ik had bij het debuut van Isbells eigenlijk geen ruimte voor iets anders. Dat heeft me helemaal opgegeten, ook in positieve zin.”

Puur praktisch ben ik klaar voor wat komt. Ik heb nog altijd gezonde stress voor een optreden, maar ik ga niet meer dood. Ik heb heel veel plezier. Normaal gezien. Als alles goed zit.”

Weldra tourt Isbells door China. De band zal op goddeau een dagboek bijhouden van die tournee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =