Killing Joke :: MMXII

Een bekentenis: ooit heeft Killing Joke een weekje zomervakantie op een paradijselijk Zuid-Frans naaktstrand vergald. Lagen we daar tussen de ingeoliede, gebronzeerde lijven van adembenemende schoonheden, kregen we de elke illusie vergruizelende songs van een band die als geen ander de futiliteit en tragikomedie van het bestaan weet te verklanken en ons onze eigen demonen voorhoudt, niet uit onze kop. Zo’n formatie moet je wel in je hart sluiten. “Once you get into this band….you’re fucking screwed”, zoals een YouTube-gebruiker het stelt. Gelijk heeft ie.

Misschien bent u vertrouwd met de malle fratsen van zanger Jaz Coleman: 30 jaar geleden verscheepte hij, in de ban van het occultisme van mafkees Aleister Crowley, richting IJsland om daar doodgemoedereerd de Apocalyps af te wachten. Later moest hij met de staart tussen de benen weer afdruipen, maar het zou ons niet verwonderen indien hij oprecht geloof hecht aan het doemscenario en de profetieën van de Maya’s en andere leukerds. U weet, de aarde gaat volgens de Maya-kalender op 21 december 2012 finaal naar de haaien. Een uurtje hebben we zoek gemaakt met het lezen van enkele weblogs van de mesjogge aanhangers van deze theorieën, met inbegrip van raadselachtig gewauwel over fotonengordels, de Lemurische cultuur of de aartsengel Metatron: er is echt geen doorkomen aan. Wie beweerde ooit dat het leven van een recensent over rozen gaat?

Maar wat van belang is, is de muziek. Opener en epische knaller “Pole Shift” neemt 9 minuten de tijd om als de ultieme end-of-times-song te klinken: van subtiel en ingetogen elektronicanummer naar gruizig gitaarmonster en weer terug, het nummer stuitert van symfonische rustpunten naar een drietal climaxen die elk zuchtje leven op deze aardbol wegvagen. De voortjakkerende drumdreunen van Paul Ferguson doen daarbij de rest. “Pole Shift” verwijst naar het soort poolomdraaiing dat voor ongeziene rampen op deze planeet zou zorgen. Wat de song muzikaal vooral duidelijk maakt, is dat MMXII twee soorten nummers herbergt: koolzwarte mokerslagen en songs die in ontroering, bezinning en melancholie baden.

Zo horen tot het kamp van de botte bijl songs als “Corporate Elect”, een nummer dat de Bert De Graeves van deze wereld over de kling jaagt en qua opbouw doet denken aan het magistrale “Blood On Your Hands” uit de titelloze gele, een plaat die de hittegolfzomer van 2003 nog heter maakte. Het strijdlustige “Fema Camp” (met als thema de complottheorie rond de schimmige praktijken van het Amerikaanse Federal Emergency Management Agency) of de industriële metalsong “Rapture” (die het dichtst bij Hosannas From The Basements Of Hell aanschurkt) poten onverwijld de majestueuze Killing Joke-sound neer. Enkel “Trance” blijkt hier, wegens het uitblijven van verrassing, het zwakkere broertje.

Weemoed en emotionele overpeinzing liggen dan weer eerder in songs die drijven op mistroostige en vaak beklemmende synthgolven (“Primobile”) met in de slotsong “On All Hallow’s Eve” een ietsepietsie hoop. Het dansbare en van galmende gitaren voorziene “In Cythera” dat het prachtige Brighter Than A Thousand Suns uit 1986 oprakelt, is sereen maar houdt elke apocalyptische dreiging intact. “En de hoop is een krijtwit kind, dat lacht tegen de rover, die het slacht”, de zwartkijkers van Killing Joke zouden zich in deze versregels van dichter Gerrit Achterberg wel kunnen vinden.

De afzichtelijke, dood en verderf uitademende albumhoes — ze lijkt wel ontworpen door uw levensmoeë opa na de eerste avondles ‘Photoshoppen voor beginners’ — is niet om over naar huis te schrijven, maar voor de tweede keer in de 21ste eeuw slaat Killing Joke met de originele line-up bikkelhard terug. Dit MMXII doet Absolute Dissent in het zand bijten, is minder afstompend dan Hosannas From The Basements Of Hell en evenwichtiger dan Killing Joke 2003. Een bont en coherent album is het geworden, het legioen toegewijde Killing Joke-fans of gatherers kunnen trots zijn. Muziekfans — de meerderheid — die de band enkel van “Love Like Blood” kennen, dienen zich diep te schamen: Killing Joke heeft na 34 (!) jaar brute metal en postpunk met toefjes new wave en industrial nog maar eens z’n relevantie bewezen.

De larynx van Coleman verzuipt opnieuw in een amalgaam van wanhoop en woede en MMXII beluisteren roept nog steeds beelden van een paranoïde wereld met desolate Mad Max-achtige taferelen op: wetteloosheid, strijd om energiebronnen of de laatste morzel vruchtbare grond, uitgebrande autowrakken en verhakkelde lichamen na een massaexecutie. “The future doesn’t need us”, laat Jaz Coleman in de loop van het album optekenen en geef hem maar eens ongelijk. En stel, stel nu heel even, dat die dekselse Maya’s het toch bij het rechte eind hadden. Op 21 december 2012 zal Killing Joke onversaagd de aanrollende tsunami in de ogen kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =