Little Trouble Kids :: Adventureland

De tol van de roem mag in deze een lichte overdrijving heten maar het blijft een feit dat het Gentse duo Boston Tea Party zich na de release van hun album Little Trouble Kids opeens geconfronteerd wist met een Nederlandstalige naamgenoot die de bandnaam voor zichzelf opeiste en van geen wijken wilde weten. Liever dan in een lange strijd verwikkeld te raken, koos het duo voor een nieuwe naam en maakten ze daar de wereld middels een grappige video wereldkundig van.

De nieuwe bandnaam was overigens snel gevonden, van albumtitel naar groepsnaam was een kleine stap, kleiner alvast dan die naar de nieuwe plaat. Want waar het debuut duidelijk nog aan tal van beginnersfouten leed en eerder charmeerde dan echt begeesterde, moet ditmaal met een arendsoog naar dergelijke ‘mankementen’ gespeurd worden. Adventureland laat een groep horen die meer dan zomaar van naam veranderd is. Weg zijn de overduidelijke knipogen naar de alternatieve jaren negentig rock en het soms kig uitwerken van leuke ideeën, in ruil daarvoor komt een dozijn stevige songs aangewaaid die dichter aanleunen bij postpunk dan nineties rock maar toch vernieuwend genoeg klinken.

Het stompende (de groep gebruikt zoals geweten geen drum maar een ‘stomp box’) “Left Right Left” kiest voor een nukkige gitaar die zich halverwege de song tot een verhakkelde solo laat verleiden terwijl percussioniste Eline Adam als drilmeester het nummer in het gelid laat lopen. Iets vloeiender gaat het er aan toe met “Anyways” dat in het refrein Adam en gitarist Thomas Werbrouck tot een knappe samenzang verleidt en vooral geboekstaafd mag staan als een stevige rocksong. Het eerste gewin is evenwel kattengespin, zoals “Feed On Love” bewijst. Het nummer, dat ingeleid wordt door sfeerstukje “Weekend Warriors”, mag zich meteen al het statuut van publiekslieveling aanmeten dankzij een aanstekelijke beat en bijhorende zacht resonerende gitaar.

De dwingende ritmiek van Adam gecombineerd met Werbroucks ijle gitaarspel roept onherroepelijk echo’s op aan de jaren tachtig, een gevoel dat nog versterkt wordt wanneer Adams stem zich opeens verder verwijdert alvorens met volle kracht terug te komen. De toon lijkt overigens definitief gezet want ook “Public Appareance Is Everything” maakt zijn titel waar door zich zonder gene aan het publiek te presenteren als een “angry young man anthem”. Adam neemt opnieuw de lead maar het is wel degelijk de gitaar die met de prijzen gaat lopen met een geluid dat Nicholsons befaamde grijns verklankt. Het gruizig startende “Glamorama” zet iedereen op het verkeerde been, maar smokkelt wel enige flarden glamrock in zijn refrein en laat bovendien Werbrouck even als frontman opduiken alvorens Adam opnieuw de (lead) zang opeist.

Het noise-niemendalletje “Let’s Get Together” duurt gelukkig niet lang genoeg om “Straigth A’s” voor de voeten te lopen. De techniek van pompende drums die in de clinch gaan met een scheurende gitaar mag ondertussen wel al genoegzaam bekend zijn, het duo verheft het op dit nummer wel tot de perfectie. Een pluim bovendien voor producer Micha Volders die weet hoe hij beide instrumenten/klanken optimaal met elkaar in de clinch kan laten gaan. Het op een akoestische gitaar steunende “Drunken Eyeball” ontbeert de punch van de andere nummers, al weet de semiballade wel enkele snaren te raken, zij het vooral wanneer er voldoende alcohol in het spel is.

Een laatste rondje blufpoker volgt met het zompige “Marching Blues” dat ondanks een sterke gitaarpartij niet aan de hielen van de betere woestijnrock raakt en finaal de fakkel door moet geven aan het ‘creepy’ startende “Sacred Bone”, het type stevige rocker dat niet uitblinkt in originaliteit maar wel uitnodigt tot een potje headbangen en schaamteloos mee schudden op het stuwende ritme. Met “Kids In Amusement Parks” mag het allemaal wat ingewikkelder en zachter, met ingehouden zang, zacht tikkende percussie, hoge klanken. Een echte breuk met de rest van de plaat is het niet, maar toch klinkt de song anders genoeg om zich van de rest van de plaat te onderscheiden en de vraag op te roepen waarom de groep zich hier niet vaker aan gewaagd heeft.

Een nieuwe naam, een nieuw geluid: zo lijkt het wel want samen met de naamswijziging heeft Little Trouble Kids een zevenmijlsstap gezet op muzikaal vlak. Little Trouble Kids is een charmant plaatje van een alleraardigst bandje terwijl Adventureland het soort album is dat vooral doet uitkijken naar wat de band nog meer in petto heeft. Little Trouble Kids mogen als naam dan wel verwijzen naar deugnieten, hun muziek klinkt matuur genoeg om in het gezelschap van volwassenen niet langer braaf te zwijgen maar een ernstig mondje mee te praten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =