Soap & Skin :: Narrow

Jongedames die op hun eentje als singer-songwriter
beginnen, zijn de laatste jaren al lang geen uitzondering meer.
Plots leek het wel alsof elke vrouw die iet of wat gitaar en/of
piano kon spelen, het aan haar sekse verplicht
was haar hartstochten en wereldvisies als een ware bard te
verkondigen. Zoals in elk oververzadigd marktsegment zijn het de
buitenbeentjes die met de aandacht gaan lopen, en zo is het niet
anders met Soap & Skin, het alter ego van Anja Plaschg.

Wie wat rondneust op het web, zoekend naar
achtergrondinformatie over deze enigmatische Oostenrijkse
jongedame, wordt al snel geconfronteerd met een adolescentie die
riekt naar ontredderd zoeken. Naar een plaats in de wereld en de
maatschappij, naar een weg in het leven, naar zichzelf. Naar vaste
grond onder haar voeten. Haar eerste langspeler, het ronduit
geniale “Lovetune for Vacuum” uit 2009, schreef Plaschg tussen haar
15de en haar 18de, en getuigt al van een maturiteit en diepgang die
velen zelfs ettelijke jaren later in hun leven nog niet bereiken.
Aardedonker, daar niet van, maar hemeltergend prachtig.

Het heeft een tijdje geduurd eer ze weer van zich
liet horen, maar eindelijk is het dan zo ver: langspeler nummer
twee is een feit. Het volstaat te kijken naar de hoes om te
beseffen dat Plaschg nog niets heeft ingeboet aan intensiteit, en
nog geen duimbreed is afgeweken van het eigenzinnige muzikale pad
dat ze eerder was ingeslagen.

We worden, net als op haar eerste album,
getrakteerd op een portretfoto, maar ditmaal verhult ze haar gelaat
niet meer in grijsgrauwe schaduwtinten, alsof ze als een spook
wenst op te lossen in de achtergrond. Integendeel, haar vuurrode
haren steken sterk af tegen de gitzwarte achtergrond, en ze laat
met haar lijkbleke gezicht en afstandelijke blik duidelijk blijken
dat het haar gestolen kan worden wat we van haar muziek denken.
Soap & Skin is overtuigd van het materiaal dat ze ons
presenteert, en alle kritiek in de wereld zal haar standvastigheid
niet kunnen doen wankelen. Geen arrogantie, maar simpelweg terechte
zelfzekerheid, toch wat deze muziek betreft.

Slechts acht nummers laat ze op ons los, samen goed
voor amper een half uur genot. Wij verkiezen echter nog steeds
kwaliteit boven kwantiteit, en al snel wordt duidelijk dat dit wel
degelijk een kwaliteitsproduct is. Het album opent met ‘Vater’, een
Duitstalig nummer als hommage aan haar overleden vader. Een zéér
intense hommage, met zinnen als “Ich trink’ auf dich dutzende
Flaschen Wein/ Und will doch viel lieber eine Made sein”.

Rustige pianoklanken en een zachte, ontdubbelde
stem verwelkomen ons aanvankelijk nog, maar na een dikke twee
minuten ontpopt deze zachte bries zich tot een maelstrom van
jewelste. Plaschg zet haar longen nog eens goed open, met een
korte, verstikte schreeuw als toppunt. Gegarandeerd kippenvel, voor
zover je er nog geen had. Het nummer eindigt met de toevoeging van,
voor Soap & Skin typische, gebroken noisy elektronica klanken,
die de sfeer definitief richting destructieve zeestorm duwen.

Laat mij u meteen vertellen, dat is een
heftige manier om een album te openen. Verstomd, en nog
een beetje natrillend van de emotie, worden we het tweede nummer
inzogen. Wederom een verrassing, want het blijkt een cover van het
grijsgedraaide Franstalige nummer ‘Voyage Voyage’. Het origineel –
en ook de tenenkrullende house versie van Kate Ryan – heeft
menigeen doen shaken op de dansvloer, maar daar zal deze nieuwe
versie geen vervolg aan breien. Plaschg, nochtans zelf ook niet
vies van wat electro-gefriemel, stript dit nummer van alle kleur,
en presenteert een bleke versie voor piano en strijkers, waarin ze
haar stem alle ruimte geeft om de luisteraar te omhullen in haar
donkere gemoedswolken.

Vanaf nummer drie schakelt ze over naar het Engels,
en dit voor de rest van het album. Na twee pianonummers worden we
getrakteerd op onrustig trekkend en stotend elektronisch
gehakketak. Laat de stem achterwege, en dit zou verkocht kunnen
worden als een vroege zoektocht naar abstractie van Autechre. We
luisteren dan ook naar het vrolijk getitelde ‘Deathmental’, dat een
afgekeurde zelfmoord door aderoversnijding lijkt te beschrijven.
“Life lays in your heart like in a coffin/Stop faking suffering
like a child”. Mooi!

Deze drie eerste nummers zijn met hun gemiddelde
duur van 5 minuten goed voor meer dan de helft van het album. De
drie volgende nummers zijn typische Soap & Skin pianoballades,
hier en daar opgefleurd met nog wat strijkers en extra harmonieën.
Tegenstanders zullen beweren dat het pianospel maar weinig
voorstelt, maar vergis u niet! Het aantal noten per minuut mag dan
eerder aan de lage kant liggen, het is de welbepaalde keuze van die
noten die het verschil maakt. De manier waarop Plaschg bijvoorbeeld
met de bastonen voor wrijving en ongemakkelijkheid in de muziek
zorgt, is waarlijk meesterlijk. Noteren wij verder ook graag die
modulatie om een arm en been voor af te staan, 55 seconden ver in
het net geen twee minuten tellende ‘Lost’.

Nummer zeven gaat dan weer meer de elektronicatoer
op, met zijn in elkaar verstrengelende tweestemmige pianomelodie,
aangekleed met een trage, onopvallende beat, strijkers, en vooral
een exquisiet tapijt van aanzwellende, ratelende en klinkende
klanken. Plaschg’s stem gaat weer van pratend naar luidkeels hoog
uithalend, ondersteund door een zelf ingezongen achtergrondkoor.
‘Boat Turns Toward the Port’ heet dit mond toesnoerende stuk, al
klinkt het met zijn trage fade-out meer als iemand die in het
donker vanop een klif een boot de horizon toe ziet varen.

De ietwat lange stilte die daarop volgt laat de
onoplettende luisteraar vermoeden dat het album er al op zit, tot
een traag opkomende tikkende klok ons ervan vergewist dat er ons
nog een laatste nummer wacht. Na een halve minuut valt een zware
pianobaslijn, in combinatie met hamerende percussie, het podium op,
en duurt het niet lang meer eer ook Plaschg’s krachtige stem het
plaatje komt afmaken. Voeg hier nog een resem creepy klankjes toe,
die links en rechts in het rond zweven, en we mogen gerust van een
horrorsfeertje praten. Tijdens het laatste deel van het nummer
wordt de metaalachtige percussie echter achterwege gelaten,
waardoor het op een iets positievere noot lijkt te eindigen.

Wie album één goed vond, zal deze opvolger zonder
enige twijfel ook weten te smaken. Analoog voor wie Soap & Skin
eerder maar niets vond. Muzikaal en sfeergewijs worden we
grotendeels op meer van hetzelfde getrakteerd, al klinkt de muziek
nu zelfzekerder, scherper, ja, soms zelfs ronduit agressief.
Bepaalde nummers, en bij uitstek de elektronische, wasemen een
claustrofobisch wringend sfeertje uit, alsof ze tevergeefs trachten
uit hun straightjacket te ontsnappen. Plaschg’s unieke, geladen
stem kruipt nog steeds, als ging het vanzelf, onder je huid, om
daar met plezier enige tijd te verblijven.

Maar toch valt er ook wat minder positiefs op te
merken. Er valt wel degelijk een evolutie op te merken ten opzichte
van de voorganger, maar toch lijken we niet zozeer met Soap &
Skin 2.0 te maken te hebben, dan wel met 1.5. Omwille van de sterke
gelijkenissen tussen beide albums versterkt de korte speelduur dit
gevoel alleen maar. Voorts heeft de muziek nog steeds last van
hetzelfde kwaal waar ook nummer 1 onder leed: een piano die klinkt
als een elektrische piano, eerder dan een akoestische, wat
de sfeer vaak niet ten beste komt.

Soap & Skin is zonder twijfel een talent om
rekening mee te houden, en met deze plaat verzwakt ze dat gevoel
allerminst. Ze evolueert, exploreert, en leert, en daar heeft haar
muziek alleen maar baat bij. Haar zoektocht is duidelijk nog
bijlange na niet ten einde, en met haar potentieel en huidige
track record, zijn we er stellig van overtuigd dat de
gevechten die ze in haar zieke brein met zichzelf levert ooit nog
eens zullen resulteren in een alles omverblazend monster van een
plaat die, voor zover haar debuut dat nog niet gedaan zou hebben,
geschiedenis zal schrijven.

http://soapandskin.com/

Soap & Skin is op 18 april in de AB in
Brussel te zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − 2 =