Dim Mak :: The Emergence Of Reptilian Altars

Willowtip / Hammerheart, 2012

Voor de liefhebbers van de “stoemp-met-worst”-variant van
deathmetal presenteerden we enkele weken geleden het nieuwe
Asphyx-album. De
recentste worp van het Amerikaanse Dim Mak is eerder geschikt voor
de liefhebbers van de stevig gekruide, complexe, Oosterse keuken.
Genoemd naar een dodelijke gevechtskunst en ontsproten uit de as
van de cultgroep Ripping Corpse, kookt Dim Mak al vier albums lang
technische deathmetal die je hoofd kan doen tollen alsof de
scherpste peper je sinussen rechstreeks penetreerde.

Het sterkste wapen van Dim Mak is gitarist Shaune Kelley. Die
schudt schijnbaar moeiteloos riffs uit zijn instrument, waardoor je
je meteen afvraagt of zijn vingers niet beschikken over rubberen
ligamenten en extra kootjes. Bovendien weet hij ook enkele
geslaagde solo’s te placeren om de constante stroom van riffs en
grunts te verluchtigen en een tikkeltje sfeer te voorzien. Het
beste voorbeeld hiervan kan je horen in ‘Between Immenisty And
Eternity’.

De band speelt trouwens nooit lang op absolute topsnelheid,
zoals bijvoorbeeld Eric Rutan (het voormalige Ripping Corpse-maatje
van Kelley) wel doet bij zijn Hate Eternal. Dat geeft de aanwezige
details in de muziek ruimte om op te vallen. Je bent ook niet
apathisch murwgebeukt na een kwartier, zelfs niet na een half uur
wanneer de plaat gedaan is. Twee keer na elkaar door deze
wervelwind razen is bij momenten zelfs aangenaam.

Opvallende details worden onder meer aangeleverd door de
bassist, die bijna steeds hoorbaar is en soms kleine keuteltjes
groove weet te droppen in het methodische gebeuk van de
andere groepsleden. Om dat beuken onwrikbaar betrouwbaar en
bovendien ook auditief interessant te onderbouwen, doet men een
beroep op het halfmens/halfoctopus-monster genaamd John Longstreth.
Die ongenadige, maar toch redelijke subtiele vellenmartelaar ken je
misschien ook wel van het al even geflipte orkestje Origin.

Dim Mak kiest niet voor een zeer gepolijste en klinische
productie, ook dit weer in tegenstelling tot Hate Eternal en
andere. Deze muziek krijgt, ondanks de wervelwind aan impulsen,
toch ademruimte. Het allerlaatste gaatje moest niet per se
dichtgetimmerd worden en dat wordt geapprecieerd door deze oren.
Bijkomend pluspunt is trouwens dat de luisteraar zo de kans krijgt
om de redelijk verstaanbare grunts van zanger Joe Capizzi
ook werkelijk te registreren.

Net als het reeds vermelde baswerk draagt dit enorm bij aan de
onderlinge herkenbaarheid en de algehele genietbaarheid van de
verschillende nummers. De grunt is echter wel nogal
monotoon. Binnen de context van deze muziek stoort dat niet, maar
Capizzi draagt ook weinig bij aan het geheel, wat bijvoorbeeld
Martin Van Drunen bij Asphyx wel doet. En daarmee zijn we
karmagewijs weer op ons beginpunt beland.

Dim Mak is altijd een buitenbeentje geweest in het technische
smaldeel van het deathmetalsubgenre. Dit omwille van hun thema’s,
hun – relatieve – obscuriteit en ook wel omdat ze zich niet echt
conformeren aan de moderniteit. Dit album heeft, hoe overweldigend
het soms ook is, immers een lekker old
school-gevoel waar je ver naar moet zoeken bij
gelijkaardige bands.

Heb je dus nog wel eens zin in een pot gebeuk op hoog niveau
maar niet in breakdowns, infantiele gore-teksten, digitaal
opgepompte stembanden of een drumgeluid waarin de samples niet meer
van de echte opnames te onderscheiden zijn, zoek dan niet verder
dan ‘The Emergence Of Reptilian Altars’!

http://www.myspace.com/deathpointstrike

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =