Tune-Yards :: 22 februari 2012, Botanique

Een weirdo. Een misthoorn. Flatterend zijn de troetelnaampjes die Merill Garbus krijgt niet echt. Maar dat krijg je natuurlijk als je zo volstrekt eigenzinnig bent als deze vrouw achter het wispelturig spellende tUnE-yArDs. En geven ze dan eens een compliment, dan is het een vermoeid en clichématig “straffe madam”. En toch is het niet zo moeilijk om grip te krijgen op deze muziek.Een concert als dat van woensdag in de Botanique bijwonen moet volstaan.

Dan pas begrijp je immers ten volle dat wat Garbus doet niet alleen musiceren is, maar bijna performance. De manier waarop ze met haar loop station laagje na laagje percussie en stemsamples opbouwt is op zich fascinerend. Dat ze dit ook nog eens doet met een arsenaal aan bezeten gezichtsuitdrukkingen, maakt het allemaal net dat tikje entertainender. Het is een visueel spektakel op zich, dat bovendien muzikaal behoorlijk meeslepend kan zijn.

Die potpourri van Afrikaanse ritmes, flarden hiphop en expressieve vocale tics (denk: Björk die net een hamer op haar voet liet vallen) in een soulvolle, dan wel funky sfeer, kan immers behoorlijk opwindend zijn. Vermenigvuldig wat u op haar al puike platen Bird-Brains en w h o k i l l hoort alvast met een factor honderd wat betreft waanzin. Maar stel u daar ook vooral geen angstaanjagende taferelen bij voor: Garbus is een innemend mens, die een valse start — bij het opnemen van de allereerste loop slaat haar stem over — kan weglachen met een schattig “bienvenoe”, en doodgemoedereerd aan een tweede poging begint.

Nu zit die kruising tussen oerschreeuw en indianenkreet wél goed, en “Hatari” is meteen een binnenkomer die alle kaarten op tafel smijt: hortende percussie, een brokkelige ukulele riff, en dan die onvergelijkbare, bijna dierlijke strot die meteen goed mag loeien. En dat woord is, in deze context, positief bedoeld: Garbus zet de orkaankracht van haar zangorgaan briljant om in een soort organische wildernisblues.

Later krijgt Garbus een band achter zich: twee saxofonisten en een funky bassist vullen haar loops aan met al even dwarse geluiden. Ze vormen in nummers als “My Country” een welkome melodische aanvulling die haar sound nog verrijken. Vaak schurkt wat ze bijdragen zelfs aan tegen de free jazz. Zo ontaardt “Riot Riot” in een woeste jam waarin tegen de toon wordt getoeterd dat het een lieve lust is; krachtig, fors en dansbaar. Het doet de groep tijdens “You Yes You” zelfs plots over het podium stuiteren als waren ze van rubber.

Die andere kant aan Garbus, van de trage, wat sleperige nummers die meer in folk geworteld zijn, dempt dan weer de bereikte hoerastemming. “Es-So”, “Powa”, “Killa”, … het zijn kijk-eens-op-het-horlogemomenten die niet snel genoeg voorbij kunnen zijn. Maar gelukkig staan daar ook twee uitzinnige hoogtepunten tegenover: een woest en meebrulbaar “Gangsta” en natuurlijk die geflipte single “Bizzness”; waanzinnige call-and-response met een aanstekelijk loopje dat klinkt als een duimpiano, maar gewoon ingezongen is.

Neen, u moet de platen van tUne-yArDs niet gebruiken als achtergrond bij een gezellig bedoelde spelletjesavond. Daarvoor wringt het allemaal wat te veel, vraagt het teveel van uw aandacht. En dat is goed zo. Maar ga dat vooral eens live zien; wedden dat zelfs ù dan om bent?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 6 =