Diagrams::Black Light

Stephen Malkmus na Pavement, Frank Black minus de overige Pixies, Ian Brown zonder de andere Stone Roses… Het zijn maar enkele voorbeelden van indiehelden die na het opdoeken van de bands waarmee ze groot werden nooit meer een plaat van hetzelfde niveau maakten. En moeten we daar straks ook Sam Genders aan toevoegen?

Dat zou jammer zijn, want de erg mooie, boeiende folktronicaplaten die hij maakte met Tunng bewijzen dat Genders heel wat in zijn mars heeft. De spielerei met allerlei elektronische effecten blijft ook op zijn eerste soloproject een constante, van folk is er echter geen spoor meer te bekennen. Die is vervangen door gestileerde funkpop, maar… was dat nu wel zo een goede move ?

Genders zelf is alleszins tevreden met dit cleaner, beredeneerder geluid. Zo tevreden zelfs dat hij beeldend kunstenares Chrissie Abbott inhuurde om de haast mathematisch aandoende muziek in beelden om te zetten. Die samenwerking resulteerde dan ook in de strakke lijnen, de veelhoeken en de computer geanimeerde landschapstekening die de hoes sieren. Postmodernistisch, maniëristisch, afstandelijk en karakterloos zijn de woorden die ons te binnenschieten bij het bekijken ervan en die adjectieven reflecteren ook uiterst effectief de feeling die van de negen nummers uitgaat. Op geen enkel moment slaagt Black Light er immers in om écht te klauwen of te bijten, om écht te prikkelen en uit te dagen.

Zo is het lome “Ghost Lit“ op zich wel een vakkundig in elkaar geknutselde zomerse — en door het getokkel op drumpads — modieuze popsong, maar de halverwege het nummer ingestouwde aaahaahaaahs zijn volstrekt overbodig en voelen zo gekunsteld aan dat ze de luisteraar alleen maar op de zenuwen werken. Een bluesy gitaar en electro-synths zetten “Appetite” veelbelovend in, maar verliezen al na dertig seconden koers waardoor dit onding nog drie minuten en dertig seconden helemaal nergens heen gaat. Met een langgerekte geeuw door het album skippend, belanden we bij “Antelope”. Hoewel de speelse strijkers en blazerssectie ons voor het eerst doen glimlachen, kan ook dit nummer niet beklijven. Hetzelfde geldt voor “Peninsula”. Erger nog; met zijn zeemzoete percussie en akoestische gitaar kan dit nummer zo voor een reclamefilmpje van Dexia gebruikt worden. Grootvader zit in het park te wachten op zijn achttienjarige kleinzoon die met het geld op de spaarrekening ( uiteraard tegen zeer voordelige rente- en intrestvoeten) zijn eerste motorfiets heeft gekocht. Dàt beeld roept het op.

Beter zijn “Tall Buildings” en “Black Light” die met doeltreffende heysheys, oohoohs, funky baslijnen en door The Cures “Close to me“ geïnspireerde beats het op festivals ongetwijfeld goed zullen doen. Maar dat is een magere troost; als de ex- frontman van Tunng voor ogen had om een zoutloos, anoniem album te maken, dan is hij daar zeker in geslaagd.

Een dikke buis is dus het eindresultaat. Genders koos “Black Light” als albumtitel, omdat er uit negatieve ervaringen ook positieve dingen kunnen voortkomen. Laten we dan maar hopen dat zijn volgende plaat beter is.

Diagrams speelt op 7 maart in de AB in Brussel

{image}

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 1 =