Eindejaarslijstje 2011 van Kim Timperman

Misschien zijn we vorig jaar verwend geweest met twee klassiekers (High Violet van The National en The Suburbs van Arcade Fire) en kon 2011 alleen maar tegenvallen. Maar hoe dan ook is het een veeg teken als re-issues tot het spannendste behoren dat we dit jaar in onze cd-speler schoven. Niet dat we geen fijne platen hoorden, maar in onze zoektocht naar albums die ook in de toekomst nog regelmatig uit het cd-rek zullen worden gehaald, bleven we steken op acht.

  1. Wild Beasts :: Smother          Na het relatieve succes van Two Dancers besefte Wild Beasts dat het niet langer nodig was om te roepen om gehoord te worden en dat laat zich horen op Smother. Weg bombast, weg bizarre uithalen. Wat we krijgen, is een spanning die op sublieme wijze in toom wordt gehouden. Ankerpunt is zoals vanouds de stem van Hayden Thorpe waarrond gitaren en synthesizers verfijnde texturen weven die voortdurend blijven veranderen.
  2. Gold Leaves :: The Ornament          Gek hoe een enkele stembuiging, een enkele regel je kan doen vallen voor een plaat. Doen vallen? Verslaafd maken veeleer, want als Grant Olsen tijdens “Cruel/Kind” zingt: “Oh, there’s sweat that’s shining of a horn”, is er geen weg meer terug. De pastelkleurige melancholie waarvan The Ornament doordrongen is deed ons haast vergeten dat we dit najaar niet echt een herfst hebben gekend.
  3. Anna Calvi :: Anna Calvi          Haar debuut lijkt aanvankelijk overschaduwd te worden door “Desire” en “Suzanne And I”, maar wie Anna Calvi verengt tot die twee nummers doet haar talent schromelijk onrecht aan. Calvi slaagt erin om binnen een tijdbestek van amper veertig minuten mysterieus en catchy, filmisch en theatraal, maar toch ook ingetogen te klinken. Ze is verleidelijk, maar ook des duivels; het ene moment een bitchy femme fatale, dan weer de vrouw van uw dromen. Sla ons dood als er haar geen mooie toekomst wacht.
  4. The Black Keys :: El Camino          Misschien missen we de soul van Brothers, maar als een plaat zo funky en dansbaar en ook een tikkeltje vuil klinkt, heeft een mens eigenlijk niet te klagen. Bevestiging van de doorbraak heet zoiets.
  5. Other Lives :: Tamer Animals          “Ennio Morricone die Fleet Foxes americana laat spelen.” Dat moet zowat de samenvatting zijn van élke bespreking die over Tamer Animals is verschenen. Maar alleen al met het titelnummer ontstijgt Other Lives elke vergelijking. Verzin er gerust uw eigen film bij.
  6. PJ Harvey :: Let England Shake          Een plaat opbouwen rond de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en de luisteraar toch niet opzadelen met een depressie, faut le faire. Hoe dan ook blijft het stevig slikken als Harvey een tekst als “What is the glorious fruit of our land? The fruit is deformed children” koppelt aan een onschuldig klinkend kinderrijmpje.
  7. The Veils :: Troubles Of The Brain EP          “Reculer pour mieux sauter” lijkt wel het motto te zijn geweest voor dit tussendoortje van The Veils. De groep gooit alles wat naar “groots” en “moeilijk” neigt overboord en kiest voor een ongecompliceerde en directe aanpak. Maar schijn bedriegt je waar je bijstaat. Elke luisterbeurt legt namelijk nieuwe details bloot.
  8. The Antlers :: Burst Apart          Vanaf openingsnummer “I Don’t Want Love” is duidelijk dat The Antlers het keurslijf van Hospice van zich af hebben geschud. Tekstueel valt er nog steeds weinig opbeurends te rapen, maar muzikaal gaat de groep op ontdekkingsreis.
  9. Geen uithoek van platen als Suede en Dog Man Star die we niet kennen, toch was het met een haast kinderlijke opwinding dat we de reissues die Suede dit jaar uitbracht uit de verpakking haalden. Suede bewees dan ook dat je oude platen niet per se moet verpakken in peperdure collector’s boxen met zonnebrillen, 25 verschillende mixen en “exclusief” artwork om een die hard fan waar voor z’n geld te geven. Voor amper 16 euro kreeg je twee cd’s en een dvd met daarop nooit uitgebrachte demo’s, moeilijk te vinden b-kantjes en exclusief beeldmateriaal. Om de vingers bij af te likken en de hele catalogus van Suede opnieuw te ontdekken.

    Zo moeilijk als het was om onze favoriete platen van het jaar op te lijsten, zo makkelijk leek het om die platen op te sommen die onder de verwachtingen bleven. Daarom een top vijf van de grootste teleurstellingen.

    1. dEUS :: Keep You Close          Zou dit de meest overroepen plaat van het jaar kunnen zijn? Keep You Close zet groots in en dEUS zoekt de duisternis op, maar na ettelijke draaibeurten blijven vele songs nog altijd vormloze gehelen. Tot overmaat van ramp nekt een onbegrijpelijke nonchalance de tekstschrijver in Barman. Hoe valt die schabouwelijke openingszin van “Ghost” (“I never wanna miss out on a shabang/so I threw one myself with the usual gang/Just a couple of girls and a couple of guys”) anders te verklaren?
    2. Florence + The Machine :: Ceremonials          Een glossy, haast karikaturale uitvergroting van haar geniale debuut. Vooruitgeschoven single “What The Water Gave Me” schiep nochtans hoge verwachtingen en Ceremonials bevat daarnaast nog sterke songs, maar de productie drukt jammer genoeg alle nuances plat en gunt het oor geen rust.
    3. Guillemots :: Walk The River          Wekenlang zaten we met onze handen in het haar: “Waarom werkt dit niet?”. Met Walk The River had Guillemots nochtans de r&b-shenanigans van Red achterwege gelaten en stilistisch opnieuw aansluiting gezocht bij het debuut, maar met dank aan een barslechte mix passeert een groot deel van de plaat in een waas. Doodzonde, want in de Botanique was Guillemots op geniale wijze catchy tegendraads en bewees zo een potentiele wereldgroep te zijn.
    4. Fleet Foxes :: Helplessness Blues          De opnames van Helplessness Blues waren een ware martelgang omdat Robin Pecknold koste wat kost een herhaling van het debuut wilde vermijden. De bizarre wendingen die sommige songs nemen en het uitblijven van de magie doen vermoeden dat Fleet Foxes op het einde van de opnames het noorden nog steeds niet echt had teruggevonden.
    5. Cold War Kids :: Mine Is Yours          Kappen op alles wat met Kings Of Leon te maken heeft, is sinds vorig jaar het nieuwe zwart, en dus was Cold War Kids al bij voorbaat aangeschoten wild. Voor hun derde wilde de groep een breder geluid en koos daarvoor voor Kings Of Leon-producer Jacquire King. “Dit zijn de echte Cold War Kids niet meer!” werd her en der verontwaardigd geroepen. Zwaar overdreven, maar in hun zoektocht naar een nieuwe sound vergat de groep echt straffe songs te schrijven. Ook was de keuze van Nathan Willet om zijn teksten niet langer op te vatten als kortverhalen maar als persoonlijke ontboezemingen niet bepaald een meesterzet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + een =