Girls :: “Ik wil gewoon deel uitmaken van iets waar ik van hou.”


15 november 2011. Het is twaalf uur ‘s middags en ik zit met
klamme handjes voor mijn computer, mijn vragen voor
Christopher Owens, Girls’ beruchte frontman annex
songschrijver, nog even na te lezen wanneer de telefoon gaat: de
mijnheer van PIAS wil weten of half zes ons schikt. Geen probleem.
Het interview, zo vertelt hij, zal er eentje zijn met Chet
“J.R.” White
, bassist, producer en naast Owens het enige
vaste lid van de band. Wij vloeken binnensmonds. Niet alleen hebben
wij geen vragen voorbereid voor J.R., wij keken er vooral ook naar
uit om Owens – toch een van onze persoonlijke helden – aan de tand
te voelen. Maar het zij zo: zaken als dit zijn altijd zo
wispelturig als een moegetergde politicus op een
regeringsonderhandeling en wij leggen ons erbij neer. Een babbel
met J.R. zal ook wel de moeite zijn. We stellen nog gauw een nieuwe
vragenlijst op, stappen goed op tijd in de auto en trekken naar
Trix, waar Girls enkele uren later de tent in te fik zal
steken.

Het voelt vreemd om op die locatie te zijn zonder dat het
donker is, muziek uit de speakers klinkt en de aanhoudende buzz die
je krijgt wanneer tientallen mensen door elkaar praten ons om de
oren slaat. Het is stil, het oerbritse gewauwel van de roadies

en een eenzame drumslag van de op til staande soundcheck
buiten beschouwing gelaten. Verlegen mompel ik mijn weg naar
boven, op zoek naar de backstage. Een kort telefoontje later komt
tourmanager
Tom Roberts mij
halen, opgelucht dat toch nog één van de bevestigde journalisten
het gehaald heeft. De fanboy
in mij steekt zijn vuist in
de lucht: als er mensen niet zijn komen opdagen, dan is Christopher
Owens misschien vrij! De backstage oogt enorm onspectaculair: lege
chipszakjes en drankflesjes torenen boven het kleine tafeltje
waarrond de bandleden zitten te relaxen uit. Tot mijn lichte
ontgoocheling staat de muziek niet loeihard, is niemand dronken of
stoned, zijn strippers noch prostituees aanwezig.

Owens zit in het midden van een bescheiden zetel; zijn haar
is een ramp, hij heeft ondanks zijn 32-jarige leeftijd nog steeds
wat last van acne, is klein, doet vaagweg denken aan

Mackenzie Crook, draagt blauwe
nagellak en verdrinkt nét niet in de gigantische blauwe trui die
hij draagt. Zijn broek is een veelkleurige monstrositeit en hemzelf
zien we zó met een zak van de Zeeman in de ene en een blikje Cara
in de andere hand over de Groenplaats sloffen. Maar hij staat op
met een beduusde glimlach en komt ons een hand geven. Eigenlijk
stond ik op de lijst om J.R. te interviewen, maar beide bandleden
zijn vrij, wordt mij verteld. Ik kijk in de richting van Chris, die
het best vindt om even een babbel te doen. Yes
! In de
achterste hoek van Trix zetten we ons afgezonderd van de crew
(“Veel te gênant als andere mensen me over mezelf horen praten”) in
een comfortabele zetel voor een fijn gesprek – Chris blijkt een
minzame, verstandige, even verlegen als eerlijke gesprekspartner –
over grote helden, kleine junkies, de schoonheid van San Francisco
en – natuurlijk – muziek
.

KLASSIEKE GITAREN ZIJN COOL

enola: Men heeft ons in het oor gefluisterd dat aan elk nummer
op ‘Father, Son, Holy Ghost’ de naam van een beroemdheid vasthangt.
‘Jamie Marie’, bijvoorbeeld, zou jouw Randy Newman-nummer
zijn.

Christopher Owens: Hm, niet echt, toch niet voor elk nummer. Maar
de invloed bij ‘Jamie Marie’ was wel degelijk Randy
Newman
; ik kopieer hem nogal in mijn manier van schrijven
en zingen. Ik doe zelfs zoiets met mijn stem: (neuriet een
nasaal Randy Newman-achtig wijsje)
. Maar niet alle nummers
hebben dat dus. Maar een paar eigenlijk.

enola: Jammer, want ik dacht dat ik er een paar gevonden
had.

Owens: (Lacht) Ok, probeer maar.

enola: Bij ‘Love Like a River’ dacht ik aan Fats
Domino.

Owens: Ik had eerder Otis Redding in mijn hoofd.
Maar Fats Domino(Twijfelt) ‘s Wel
cool. Misschien als je teruggaat van Otis Redding, dat je dan
wel… I dunno.

enola: In ‘Die’ hoor ik hier en daar wat Red Hot Chili Peppers
uit de jaren 90. Deep Purple. En vroege Fleetwood
Mac…

Owens: Fleetwood Mac, yeah. Het begin van
‘Die’ heeft veel weg van een nummer dat ‘Oh, Well’ heet (uit
Fleetwood Macs titelloze debuut van 1967, red.), wat een van de
eerste nummers ooit was die ik goed vond. Maar het einde doet mij
eigenlijk vooral denken aan Led Zeppelin, met die
fluit, weet je wel? (Imiteert fluit) Van dat soort Engelse
country, erg barokke stuff.

Just a Song’ start met een cool akoestisch
gitaarstukje. Zelf ingespeeld?

Owens: (Enthousiast) Ja, daar ben ik nu mee bezig! Dat
soort dingen probeer ik tegenwoordig vaak te doen.

enola: Luister je ook veel akoestische gitaarmuziek; John
Fahey, Michael Chapman, dat soort dingen?

Owens: Euh, een beetje, maar de enige dingen die ik heb, zijn
eerder klassieke muziek. En jazz.

enola: De gitaren en de solo’s hebben in ieder geval iets weg
van jazz. Ze deden mij ook denken aan ‘Sky Blue Sky’, van Wilco.
Ken je dat album?

Owens: Ik ken het niet echt, maar onze bassist (Chet “J.R.” White
dus, red.) is wel een grote Wilco-fan. Die
gitaarsolo’s… De meeste heb ik zelf eigenlijk niet gedaan, maar
werden ingespeeld door John Anderson. Maar ik weet
dus niet of die specifieke invloeden of euh… (Valt
stil)

enola: Die solo’s lijken me nochtans wel belangrijk. In nummers
zoals ‘Forgiveness’ brengen ze echt een soort catharsis met zich
mee.

Owens: Die opbouw, ja… Daar in ‘Forgiveness’, dat was eigenlijk
de eerste keer dat ik een song uitbreidde voor John, zodat hij
zoiets kon doen. Meestal zijn de solo’s erg kort, hé. Maar in dit
geval dacht ik: “ok, dit moet langer.” Dan kon John alles ook veel
groter doen, you know. Dat is echt iets van hem.
Hij heeft het nummer nogal veranderd.

I HEART BRITNEY

enola: In interviews kijk je vaak nogal neer op jezelf als
performer en als zanger…

Owens: (Grijnst) Yeah.

En je hint er ook graag naar dat je je songs graag
aan mensen als Beyoncé zou doorspelen, mensen met een echt
fantastische zangstem.

Owens: (Grijnst verder)

enola: Dat doet mij nogal denken aan soul- en folkartiesten uit
de jaren 50 en 60. Doordat al die mensen elkaars nummers coverden
en ook dezelfde traditionals speelden, kreeg je allemaal
verschillende interpretaties van dezelfde canon. Ben je misschien
niet in de verkeerde tijd geboren?

Owens: (Lacht) Ha, yeah. In countrymuziek doen ze
dat ook, geloof ik. Tja, ik weet niet waarom mensen dat niet méér
doen, nu. Op een bepaald moment werd het blijkbaar enorm belangrijk
dat een artiest kon zeggen: “Ik schrijf mijn eigen muziek.” Anders
zouden ze blijkbaar niet goed zijn. Maar daarvoor was het gewoon:
“Ik ben een zanger,” weet je wel? Neem nu Frank
Sinatra
: die schreef geen nummers. Gasten zoals hem zongen
gewoon dezelfde nummers van bepaalde schrijvers. Da’s toch cool? Je
ziet zoveel verschillende dingen; elke keer als iemand anders een
nummer zingt, verandert het. Ik hou daarvan. Maar voor de nummers
van Girls is het wel heel vroeg; die zijn nog maar een jaar oud,
dus… Wie weet, misschien dat mensen ze in de toekomst wel zullen
coveren.

enola: Laat ons hopen. Dit is ook een van de dingen die me doen
denken aan Bob Dylan in jouw muziek: dat werken binnen een traditie
van kopiëren en bijschaven en interpreteren… En er zijn nog
dingen: de lyrics zijn belangrijk, maar ambigu; de verteller is
nogal wazig, je weet nooit of hij vanuit zichzelf zingt, een
verteller, of iets daartussen; … Dat is bij jou ook
zo.

Owens: Wel, dat is dan een eer voor mij… Ik heb het
gevoel dat hij veel langere nummers weet te schrijven. Met veel
meer woorden. Maar, eigenlijk, als ik gewoon al níét beschouwd kan
worden als (pauze) euh… dom, dan ben ik al tevreden
(lacht). Ik wil gewoon goeie nummers schrijven en als
iemand dan zo’n invloed of gelijkenis vindt, dan is dat een grote
eer voor mij. (Mijmert) Op dit eigenste moment weet ik het
niet goed. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren,
you know. Met mij en met mijn muziek. Daar ben ik enorm
nieuwsgierig naar.

enola: Dan zijn we met twee. Om maar op hetzelfde stramien door
te gaan: ik vind in je muziek nog wel dingen terug. Uit de jaren
50: Elvis, The Everly Brothers, dat soort dingen. Muziek uit de
jaren 60, zoals de Beach Boys, uit de jaren 70 zoals Fleetwood Mac
en Big Star…

Owens: Oh man, I love the Everly
Brothers
.

enola: Ik hoor zelfs wat alternatieve muziek uit de jaren 90 –
Elliott Smith of zo – maar geen hedendaagse groepen, bands die heel
“nu” klinken. Luister je eigenlijk wel naar moderne
muziek?

Owens: Een klein beetje, maar niet echt veel. Veel van mijn
vrienden zijn ook bezig met muziek en naar hun dingen luister ik
wel. Cass McCombs, bijvoorbeeld, Ariel
Pink
, Smith Westerns, Victoria
Legrand
van Beach House. Dus daar luister
ik wel naar, maar ik denk dat zij ook een meer klassieke invalshoek
hebben. Ik luister momenteel niet naar, euh… (Denkt
na)

enola: Elektronische muziek?
Owens: Yeah, yeah. Hoewel ik wel houd van alle genres. Ik
luister naar, (twijfelt) Britney Spears… Alles.
(Beslist) Ik luister naar alles. Maar wanneer ik begin te
schrijven, ga ik gewoon terug naar de basics. Misschien
dat ik na een tijdje wel eens zal zeggen, “ok, en nu wil ik er
beats bij,” en dan zal het een wel tot het ander leiden. Voor
mezelf, op dit moment, hou ik het liever simpel. Ik schrijf mijn
nummers gewoon op een akoestische gitaar en dan spelen we die in
een klassieke band set-up. Misschien dat ik dat binnenkort
wel verander, hoor… (Enthousiast) Er zijn wel veel
dingen die ik nog wil doen in de toekomst. Wat ik écht wil, is
werken met orkestmuzikanten. Dat is ook nogal klassiek. Ik zou
enorm graag een jazzalbum maken. (Begin weer te mijmeren)
‘k Weet het niet goed; misschien dat ik in de toekomst niet
herinnerd zal worden als iemand die avant-garde was of zo. Ik
vertel mensen graag dat ik niet probeer om iets nieuws te doen.
Veel liever wil ik deel uitmaken van iets waar ik heel, heel erg
van hou, you know? Ik wil gewoon hetzelfde doen als al de
rest (lacht).

enola: Als ik eens een tip mag geven voor een Girls-cover: ‘Hey
Moon’ van de laatste John Maus (‘We Must Become the Pitiless
Censors of Ourselves’, red.). Dat was al een cover van Molly
Nilsson, maar toch.

Owens: John Maus is ook een maat van mij! Dat zou
ik graag coveren… ‘t Is niet de eerste keer dat ik daarover heb
nagedacht, John Maus coveren. Die heeft een paar goeie nummers…
Hij heeft ook nog bij Holy Shit gespeeld (obscuur
groepje van enkele jaren geleden, dat zowel Ariel Pink, John Maus
als Christopher Owens in haar rangen heeft gehad, red.) voordat ik
erbij kwam. Ik kwam pas nadat hij vertrokken was. Maar ‘k heb hem
dus wel altijd gekend.

enola: Je draagt vaak nagellak; blauwe, vandaag. Is dat een
soort eerbetoon aan Ariel Pink, toch een soortement mentor voor
jou?

Owens: Oh, no, no, no. Dat is gewoon iets dat ik deed in
de jaren 90. Ik ben daarmee gestopt toen ik een job had. Want, euh,
dan kan je gewoon niet anders. Maar nu dat ik geen job meer nodig
heb… Zie het als een symbool van mijn vrijheid
(glimlacht).

DE WARMSTE KNUFFEL

enola: Ik weet dat je worstelt met een drugsverslaving en dat
je afkickt telkens wanneer je op tour vertrekt. Je bent nu zo
ongeveer een week onderweg: hoe gaat het er ondertussen
mee?

Owens: (Blaast uit) ‘t Is eerder de tweede week al, we
zijn al een week in de UK geweest. Maar ‘t gaat goed, eigenlijk,
heel goed. (Grinnikt) ‘t Is geestig: wat ik eigenlijk zou
willen zeggen, is dat ik er heel verstandig mee omga. Maar dat is
dus nogal een idiote uitspraak want om die stuff te
gebruiken, om daar alleen al mee te beginnen… dat is natuurlijk
heel dom. ‘t Is gewoon iets dat gebeurd is, een heel typisch
verhaal. Ik begon met wiet toen ik 16 was en ik heb er wel de
persoonlijkheid naar om… (twijfelt) gewoontes te vormen.
Dus dan zit ik daar wiet te roken en na een tijdje vraagt er eens
iemand of ik dit of dat niet eens wil proberen. En nu zijn we, wat?
(Denkt diep na) Vijftien, zestien jaar later? En ik ben
nog de godganse tijd drugs aan het nemen. (Wikt zijn
woorden)
‘t Is wel heel zwaar, you know. Zelfs als ik
pakweg een jaar clean ben, zie ik mezelf nog altijd als een
verslaafde, want… (Pauze) Ik wil dat serieus nemen.
(Schakelt om) Dus ja, nu heb ik zo’n systeem: voor shows,
voor opnamesessies en het toeren en al die dingen, zie ik dat ik in
goeie vorm geraak. I don’t want it to be around. Dan wil
ik eerst en vooral in opperbeste conditie verkeren en ervoor zorgen
dat mijn stem goed klinkt. Twee jaar geleden ben ik gestopt met
roken, volledig. Tegelijk wil ik de afleiding niet. Ik wil niet op
dit eigenste moment buiten ronddwalen om iemand te zoeken die iets
voor mij kan scoren. Dat iemand op die manier mijn geld heeft
gepikt en mij in elkaar heeft geslagen, dat is al gebeurd, hoor.
Die eerste paar tours modderden we maar wat aan en toen hebben we
geld verloren, zijn we aangevallen geweest… Er waren zelfs hele
tijden dat we niks konden vinden en dat zorgde er dan weer voor dat
we ons ziek voelden en gedroegen als idioten. In een notendop wil
ik gewoon dat het geen probleem vormt als ik aan het werk ben. Als
ik daarentegen niet aan het werk ben…

t Is wel tegenstrijdig, hé: je hebt de wilskracht om te
stoppen, terwijl je heel goed weet dat je er achteraf toch terug
mee zal beginnen. In je lyrics zit ook een zekere tederheid ten
aanzien van drugs. Alsof je weet dat je het niet zou mogen doen,
maar er wel een soort warmte uit put.

Owens: Om eerlijk te zijn: wanneer ik thuis ben en ik ben nummers
aan het schrijven, op het gemak, is zoiets helemaal geen negatieve
factor. (Mijmert) Gewoon iets heel aangenaams dat ik nu
eenmaal doe. Het helpt me om te schrijven, om me te ontspannen…
(Herpakt zich) Maar ik wil het wel heel serieus nemen en
er controle over houden. Ik wil niet zoals zo veel mensen,
mogelijkheden krijgen zoals degene die ik nu heb, alleen maar om ze
te verpesten. Dat wil ik absoluut niet.

enola: In interviews ben je altijd heel eerlijk en
je…

Owens: (Mompelt) Too much, sometimes
(Lacht)

enola: Moet je jezelf niet een klein beetje
beschermen?

Owens: Dat probeer ik ondertussen wel. Zelfs op Twitter of zo,
probeer ik wat te minderen omdat mensen er wel degelijk misbruik
van maken. Maar ik wil ook niet dat het ongemakkelijk is om over te
praten. Ik vind het net goed om eerlijk te zijn over dit soort
zaken. Een deel van de reden dat er zo’n negatieve vibe
rond drugs bestaat, is omdat ze zo geheimzinnig zijn,
en… (Pauze) I don’t know.

enola: Taboe.
Owens: Ja, voilà. Ik ben er ook over beginnen nadenken in de zin
dat ik niet wil dat kinderen opeens gaan denken, “Ha ja, dat wil ik
ook wel eens proberen,” want ik besef het gevaar heel goed en ik
wil zeker niet klinken als een soort drugspromotor. Wat ook vaak
gebeurt is dat mijn familie en de familie van mijn vrienden me
opeens opbellen om te vragen of ik wel oké ben. Een tijdje was ik
zelfs ongerust dat mijn huisbaas me op straat zou zwieren omdat hij
ook nogal nauwgezet volgt wat ik allemaal doe. Op een bepaald
moment had hij dan dat artikel op Pitchfork gelezen (waarin Owens
openlijk praat over zijn ontwenningsproces, red.) en toen dacht ik
wel even, “Fuck! Moest ik dat nu zonodig allemaal zeggen?” Maar ik
wil zo dapper zijn om eerlijk te blijven. Veel van mijn helden
waren ook mensen die heel open waren over dingen die normaal gezien
als controversieel werden beschouwd. Als ik boeken lees van iemand
als William S. Burroughs, dan zie je wel dat die
gast niet ongerust is over wat zijn ouders wel mogen denken, de
manier waarop die over drugs schrijft… Dat vergt moed en ik wil
niet bang zijn. Whatever. (Pauze) Tegelijk vind
ik dat we niet zo veel belang moeten hechten aan die drugs.

THE PARIS OF THE WEST

enola: Muziek dan! Wie zijn jouw helden,
favoriete platen, inspiratiebronnen?

Owens: Ik heb er veel. In het verleden heb ik al zo vaak gezegd dat
Ariel Pink een invloedrijke figuur is voor mij dat mensen mij er nu
bijna mee uitlachen.

enola: Jullie muziek klinkt nochtans helemaal
anders.

Owens: Yeah, exactly. Maar hij is er eentje, sowieso. Een
andere kerel van Holy Shit, Matt Fishbeck, da’s
nog een andere. Lawrence
(Hayward, gekend onder zijn voornaam, red.), van
Felt en Denim (legendarische
Britse indiebands uit de jaren 80 en 90, red.) en al die groepen.
Da’s een enórme invloed. Als Girls hebben we ‘m ooit eens ontmoet
en er een babbel mee gedaan. Ik breng overigens net een nummer uit
dat ik te zijner ere heb opgenomen (de 7-inch
Lawrence’, begin december uit op True
Panther Sounds
en Turnstile Music, red.).
Wie nog? Randy Newman, vooral als schrijver. Als ik naar hem
luisterde, voelde ik dat ik het ging kunnen. (Denkt diep
na)
Ha! Mijn eerste favoriete groep was Smashing
Pumpkins
! En ik ben ook erg beïnvloed door Michael
Jackson
. Heel erg. En Elvis Presley. Het
eerste album dat ik kocht en het eerste optreden waar ik naartoe
ging, waren trouwens die van de Pumpkins. Nog altijd een van mijn
favoriete groepen. (Enthousiast) Ik heb ze kunnen
ontmoeten… Eén keer hebben we voor de Pumpkins geopend in Japan
en dat was… Dat kon ik niet geloven (grijnst).

enola: Binnenkort trek ik naar San Fracisco, jouw thuishaven.
Vertel eens: wat moet een mens daar zoal gezien
hebben?

Owens: ‘t Is een geweldige plaats om gewoon rond te wandelen, ‘t is niet zo’n grote stad. Als je het openbaar vervoer neemt en wandelt, is het enorm mooi. Wanneer ga je?

enola: Juli.
Owens: Ha, zomer, dat is fijn. Golden Gate Park is een geweldige plaats om naartoe te trekken. ‘t Klinkt stom, “Golden Gate Park,” maar ‘t is echt wel speciaal. Als je daar een hele dag kan doorbrengen en alles kan zien wat er te zien valt, is het die tijd zeker waard. En ‘t is gratis! Wat nog? De City Lights boekenwinkel in North Beach, Café Trieste, ook in North Beach. Dat is de coffeeshop waar, euh, dinges (knipt met zijn vingers) Francis Ford Coppola ‘The Godfather‘ heeft geschreven. Ik heb daar vroeger nog gewerkt. Even kijken… The Mission rondwandelen. Een buurt waar altijd vanalles te doen is voor jongeren; concerten en zo. Dolores Park ligt daar ook, een klein park. Als het mooi weer is en je gaat daar naartoe op de middag of in de namiddag, zitten daar honderden mensen, heel cool. Daar hebben we onze clip voor het nummer ‘God Damned‘ opgenomen.

enola: Sorry, die heb ik niet gezien.
Owens: Ja, ‘t is er één die niet veel mensen gezien hebben, het was onze eerste. In die video ren ik gewoon wat rond in Dolores Park. (Op dreef) Er is een boekenwinkel in de buurt rond Glenn Park en op vrijdag tussen zes en acht is er daar gratis jazzmuziek te horen. In die boekenwinkel. Een stel stokoude kerels die vroeger jazz speelden, echt in de jaren 50 en 60. Nu spelen ze daar gratis op elke vrijdagavond. En ‘t is een kleine keet ook. Ik ging daar altijd naartoe. It’s cool. It’s nice.

enola: Om toch nog even terug te komen op ‘Father, Son, Holy Ghost’: de song ‘Vomit’, een groots, ambitieus stuk, staat daar knal in het midden. Op ‘Album’ hetzelfde verhaal met ‘Hellhole Ratrace’, nog zo’n klepper. Zit daar een plan achter?
Owens: (Lacht) Bij ‘Hellhole Ratrace‘ had ik uitgepluisd waar het slot van de A-kant ergens viel, want ik wilde ‘m per se daar. Maar ‘Vomit‘ is eerder een gelukkig toeval. (Pauze) Om eerlijk te zijn, waren er dit keer veel meer mensen betrokken bij de tracklist en zo. Ik was toen een klein beetje beledigd en redeneerde, “Doe maar op, als ik het niet op mijn manier kan doen, then fuck you.” Dus ik had er eigenlijk niet veel mee te maken. Ik had wel één eis: ‘Just a Song‘ mochten ze niet verwijderen, want dat waren ze van plan. ‘Die‘ wilden ze ook weg. Toen heb ik wel even gezegd dat dat niet doorging (grijnst). J.R. had een ideetje voor ‘Lawrence’ waarbij de helft van het nummer de plaat zou openen en de andere helft de afsluiter zou zijn, met een fade voor en na die stukken. Maar dat wou ik echt niet. Ik hou van dat nummer zoals het nu is, je moet dat niet in twee gaan kappen… Dat startte de discussie over de plaats van elk nummer en daar wou ik niet over samenwerken. Ik mocht het niet op mijn manier doen, dus ik heb me teruggetrokken. Maar ik hou toch van alle nummers. Waarschijnlijk zou iedereen een eigen tracklist kunnen samenstellen en zouden ze allemaal goed zijn. (Verontschuldigend) ‘t Is gewoon, ‘t zijn mijn nummers… Nogal onnozel allemaal, ik wou ook niet de stoorzender zijn.

enola: Naar verluidt heb je nog een hele hoop nummers die je níét op het album hebt gezet.
Alles komt uit op B-sides. Er is niks méér opgenomen dat nog ergens rondzweeft of zo. Op dit moment zijn ze allemaal al uit, eigenlijk. ‘Love Life‘ gaat de B-side zijn van ‘My Ma‘, ‘Martina Martinez‘ stond op de single van ‘Honey Bunny‘. ‘Lawrence’ komt dan weer op zich uit, op hartvormige vinyl. Mensen vroegen wel om dat nummers als B-side uit te brengen, maar voor mij was het daarvoor toch net iets te belangrijk. Nu heb je dus die hartjesvormige vinyl, die zal wel cool zijn. Zal wel snel uitverkopen ook. Ik dacht dat mensen er niet veel aan zouden hebben omdat het “maar” een instrumental is, maar de reactie is nogal overweldigend. Omdat ik dacht dat het iets eerder obscuur zou zijn, maken we er maar duizend. Dus nu dat er zo veel over gepraat wordt, zou-ie wel eens (knipt met zijn vingers) heel snel kunnen uitverkopen (momenteel is de single bij de labels zelf inderdaad uitverkocht, red.). Dus probeer er gerust één te pakken te krijgen (grijnst).

OP DE COMPUTER

Ondertussen komt Tom de tourmanager vriendelijk op onze schouder tikken om het interview af te ronden. Chris moet naar de soundcheck, onze tijd zit erop. Opgelucht dat het interview oké gegaan is, laten wij onze innerlijke fanboy even de vrije loop. We complimenteren Owens met z’n jongste, nog steeds intimiderend fenomenale album en vragen ‘m om zijn handtekening op die plaat te zetten – professionaliteit be damned. Hij is enthousiast als een klein kind wanneer hij de plaat in handen heeft; hij had ze blijkbaar nog niet in fysieke vorm gezien en stamelt dingen als “Whoa, coool!” wanneer wij de geïncludeerde poster laten zien. Hij blijft nog tien minuten hangen en we hebben het over koetjes en kalfjes. Hieronder nog een selectie uit die korte babbel:

enola: Over Panda Bear en Animal Collective:
Owens: I love Panda Bear. Het zal misschien een verrassing zijn, maar ik ben geen Animal Collective-fan. Daarbij moet ik dan wel meteen toegeven dat ik er nog niet veel van gehoord heb. De paar nummers die ik gehoord heb, vond ik maar “mèh”. Panda Bear daarentegen: daar heb ik ooit eens één nummer van gehoord en toen heb ik de plaat gekocht. And I love it.

enola: Na mijn bezwaar dat Animal Collective wel degelijk geniaal is:
Owens: Yeah, I might like them. Ik heb ze nooit een eerlijke kans gegeven omdat het altijd de groep was die de hippe, juiste mensen goed moesten vinden. Maar ik wed dat mensen dat met mijn muziek nu ook soms hebben, zodus…

enola: Over Pitchfork:
Owens: Ik wist eigenlijk niet eens wat Pitchfork was voordat ze een review schreven van ons eerste album. Het kon mij echt niet schelen, om eerlijk te zijn, maar nu dat ik weet dat ze zo belangrijk zijn, is het best wel vleiend. En nu ben ik wel degelijk fan: ik denk dat die mensen op een legitieme manier met muziek bezig zijn. Ik wíst vroeger ook gewoon niet wat cool was en wat niet. I’m still very fresh to all those things. ‘t Is cool nu dat ik het begrijp (glimlacht).

enola: Over blogs en het internet:
Owens: Ik heb het niet zo met veel blogcultuur. Mensen kunnen dingen fout stellen, onbeleefd zijn, foute dingen in mijn mond leggen… Als je een interview doet met iemand, kunnen twintig andere blogs op basis van dat interview hun eigen artikel schrijven. Maar er is altijd wel iets kleins dat verandert, en voor je het weet zit ik dingen te lezen die helemaal niet kloppen.

enola: Over handtekeningen:
Owens: I’m a fan of the signing! Ik vraag ook altijd handtekeningen.

enola: Over het artwork van Girls:
Owens: Ik maak alles. Alles wat je ooit gezien hebt van Girls, heb ik gemaakt. Bij het eerste album: al die foto’s aan de binnenkant… (Trots) Alles wat je ooit gezien hebt van Girls, heb ik gemaakt. Op mijn computer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twaalf =