Elbow




Vorst Nationaal, 5 november 2011

Twee keer al hadden we Elbow live aan het werk
gezien, twee maal op het hoofdpodium van Werchter. In 2009 waren we
ferm onder de indruk, en enkele maanden terug lieten ze geen
spaander heel van de concurrentie. Na hun passage door Vorst
Nationaal weten we het wel zeker: Elbow ontgoochelt nooit.

Brede glimlach en pint in de lucht geheven, zo komt frontman Guy
Garvey het podium op. De band heeft er zichtbaar zin in. Rockend en
scheurend zetten ze ‘The Birds’ in, en dan al is duidelijk dat dit
een weergaloos concert wordt. Dat Elbow daar ook de juiste songs
voor heeft, helpt natuurlijk wel: de band puurt gretig uit
The Seldom Seen Kid‘ en ‘Build A
Rocket Boys!
‘, de twee platen die Elbow na jarenlang werken op
de kaart zetten als één van de belangrijkste bands van
vandaag.

Maar belangrijker nog dan die songs, is de onvermoeibare Guy
Garvey. In de contemporaine muziek is er misschien wel niemand die
zo’n volmaakte frontman is. Zijn stem is zacht, meeslepend en
loepzuiver, zijn bindteksten oprecht, spontaan en ongemeen grappig.
Zelfs als hij “what an absolute fucking pleasure to see you”
schreeuwt, klinkt-ie als een heer. Zelden zagen we iemand die zo
snel zo’n sterke band met zijn publiek weet op te bouwen.
Voortdurend houdt hij de fans bezig – op Werchter liet hij de wei
en masse gymnastiek doen, in Vorst bleef het beperkt tot
een heleboel handgebaren. Garvey die het publiek leert zingen – nu
ja, ‘woowoowoo’ is dichter bij de waarheid – tot duidelijk wordt
dat ze zelf ‘Grounds For Divorce’ aan het inzetten zijn. Garvey’s
natuurlijke habitat is een podium, zoveel mag duidelijk zijn.

Op muzikaal vlak had Elbow twee gezichten, en het verdient vooral
respect dat de band erin slaagde beiden zo goed in elkaar te
passen. Dat is minder evident dan u denkt: Elbow leeft in het
gebied tussen kamermuziek en stadionrock, en dat lijdt bij mindere
groepen wel eens tot een vervelend en tergend traag deel waarbij de
set aanzienlijk aan tempo verliest. Niets daarvan bij Elbow.
Stevige en ruig gespeelde nummers als ‘Grounds For Divorce’ en
‘Neat Little Rows’ wisselden perfect af met bloedmooie songs als
‘The Night Will Always Win’, ‘Bones Of You’ en ‘The Loneliness Of A
Tower Crane Driver’.

Eigenlijk was Elbow op geen enkel moment minder dan weergaloos.
Elke noot werd met liefde gespeeld, elk woord liep over van emotie.
“Dear friends, you are angels and drunks” zingt Garvey zacht, en je
bent vertrokken voor vijf minuten genieten. Vooral aan het eind
toonde Elbow dat ze na 20 jaar alle lof verdienen. Het kalme,
bedeesde en toch weidse ‘Lippy Kids’, een lang uitgesponnen
‘Weather To Fly’ en – na een sterke Jimm Kerr-imitatie – het zo
goed als perfecte ‘Open Arms’ ronden het reguliere gedeelte van de
set op een onnavolgbare manier af.

Het concert eindigde met ‘One Day Like This’, waarin Garvey alles
samenvat wat we willen zeggen: “one day like this a year I’d see me
right.” Elbow hoort in hetzelfde rijtje als Fleet Foxes, The
National, Arcade Fire, The White Stripes zaliger en Radiohead: de
belangrijkste bands van deze generatie.

Meer Elbow
HIER

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − twee =